wasmiddel+wasmachine

wasmiddel+wasmachine
1 / 29
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

wasmiddel+wasmachine

Slide 1 - Slide


Hoe zit je er bij vandaag?

Slide 2 - Poll

Doel van de les.
  • Weten welke wasmiddelen er zijn
  • weten hoe een wasmachine werkt

Slide 3 - Slide

Wat is wasmiddel?
A
zeep
B
schoonmaakmiddel
C
water

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Video

in het filmpje wordt er verteld welke soorten wassen je hebt, schrijf jij ze op?

Slide 6 - Open question

Soorten wasmachines 
en andere nuttige informatie

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

De wasmachine instellen

Slide 9 - Slide

Kies een wasprogramma's die je kan gebruiken voor een t-shirt van katoen met een print er op.
A
Eco 30-40 graden
B
Katoen 30-40 graden
C
Extra hygiëne 90 graden
D
Kort programma 30 graden

Slide 10 - Quiz

Kies een wasprogramma voor een natte handdoek die al 2 dagen in de wasmand ligt
A
Katoen 60 graden
B
Synthetisch 30 graden
C
Wol 20-30 graden
D
Extra hygiëne 90 graden

Slide 11 - Quiz

Lesdoel:
Jij kan de wasmachine instellen.

Slide 12 - Slide

Stap 1
Stop de was in de wasmachine.

Probeer je rug recht te houden. Ga door je hurken als dit nodig is. 

Slide 13 - Slide

Stap 2
Doseer het juiste wasmiddel en stop deze in de het juiste vakje.

Let op! 
Er zijn wasmachines waarbij automatisch het wasmiddel wordt toegevoegd. Bij deze wasmachines sla je deze stap over.





Slide 14 - Slide

Stap 3
Zet de wasmachine aan. 
De meeste wasmachines hebben een knop waarmee je de de wasmachine aanzet voordat je een programma kunt kiezen.

Slide 15 - Slide

Stap 4
Kies het programma en de tempratuur

Slide 16 - Slide

Stap 5
Sluit de deur en start de wasmachine

Slide 17 - Slide

Stap 6
Als de wasmachine klaar is. Haal je de schone was er uit.
Je maakt met een werkdoekje de rubberen rand, de trommel en het raampje schoon.

LET OP!
Houdt de deur van de wasmachine open, zo voorkom je schimmel in de trommel.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Link

Dit staat voor heet strijken?
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quiz


A
wasmachine
B
handwas

Slide 21 - Quiz


A
wassen op 30 graden
B
wassen op 60 graden

Slide 22 - Quiz

Dit kleding stuk mag je niet strijken
A
waar
B
niet waar

Slide 23 - Quiz

Dit staat voor koud strijken
A
niet waar
B
waar

Slide 24 - Quiz

de punten staan voor de tempraturen
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quiz

hoe warm mag dit kleding stuk gewassen worden?
A
tempratuur 70 graden
B
tempratuur 50 graden

Slide 26 - Quiz

hoe warm mag dit kleding stuk gewassen worden?
A
50 graden
B
30 graden

Slide 27 - Quiz

opdracht 
kijk op de verpakking
-voor welk kleding stuk
-ruikt naar
-waar te koop en prijs
- zou jij dit gebruiken? waarom wel of waarom niet? 

Slide 28 - Slide

opdracht 
maak de symbool puzzel. 
Leg de kaartjes bij de juiste antwoorden. 

Slide 29 - Slide