bedenk 5 proefwerkopgave en schrijf deze op een blaadje met het antwoord erbij; (10 minuten)
loop door de klas en op he bord staat wie je moet opzoeken;
stel aan elkaar de vragen. Is het antwoord goed, geef een compliment. Zo niet, geef dan het goede antwoord;
zoek iemand anders op en stel weer de vragen aan elkaar. (max. 20 minuten)
timer
10:00
Slide 40 - Slide
'Toetsvragen maken'
Bedenk 3 vragen voor de toets en schrijf deze op een blaadje. Maak de ene vraag relatief eenvoudig en de ander wat moeilijker. Geef aan hoeveel punten er voor de vragen te behalen zijn.
Schrijf netjes. Gebruik je boek hierbij.
Schrijf op en ander blaadje het nakijkvoorschrift van de vragen. Schrijf het antwoord op en beschrijf hoe de vraag moet worden nagekeken. Waar moet het antwoord aan voldoen. Wanneer krijg je alle punten en wanneer maar een deel.
Er komen twee goede vragen in de uiteindelijke toets terug.
timer
15:00
Slide 41 - Slide
'Toetsvragen maken'
Nu gaan we elkaars toetsvragen maken. Je maakt de toetsvragen van iemand anders op een apart blaadje.
timer
10:00
Slide 42 - Slide
'Toetsvragen maken'
Geef de toetsvragen en de antwoorden terug aan de eigenaar. We nemen twee minuten om het na te kijken. Gebruik daarvoor het nakijkvoorschrift. Kijk het antwoord na met een andere kleur pen of potlood. Zet het behaalde aantal punten op het blaadje.
Geef na het nakijken de antwoorden terug en bespreek hoe de vragen zijn gemaakt.
Kijk of je zelf de vragen goed hebt beantwoord en hoeveel punten je hebt behaald.
Lever alle toetsvragen en nakijkvoorschriften in.
timer
2:00
Slide 43 - Slide
Oefentoets H6
Maak de opgave 1 t/m 19 blz. 218 in je boek.
timer
25:00
Slide 44 - Slide
Voorbereiden op een Toets!
Lees de tekst van de paragraaf door;
Maak een lijst van de signaalwoorden/begrippen (blauw gedrukte woorden) met de betekenis;
Lees 'Samengevat'. Snap je het? Prima, zo niet lees de tekst (of een gedeelte) nog eens door en pak je lijst met signaalwoorden erbij totdat je alles begrijpt.
Maak opgaven, misschien ook uit de ster- route;
Kijk je opgaven goed na, weet wat je goed doet en nog niet goed doet.
Lees 'Je kunt nu'. Kun je dat? Prima, zo niet maak nog wat opgaven totdat je alles met ja kunt beantwoorden;