Planten bs. 5+6: Bestuiving, bevruchting en verspreiding+ Ontkieming, groei en ontwikkeling

1 / 24
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Bij elke bs. is er een videouitleg
  • Het lezen van de lesstof uit je boek blijft belangrijk
  • Elke les heeft leerdoelen aan het begin van de video
  • Na elke les heb je ook een samenvatting wat je moet weten

Slide 2 - Slide

Leerdoelen bs. 5+6
Je kunt:
  • omschrijven wat bestuiving is en je kunt kenmerken van insectenbloemen en windbloemen noemen.
  • beschrijven hoe bevruchting bij zaadplanten verloopt en welke veranderingen er na bevruchting in het vruchtbeginsel plaatsvinden.
  • uit afbeeldingen van (delen van) planten afleiden hoe de zaden worden verspreid.
  • Beschrijven hoe een zaad is opgebouwd. uitleggen hoe een zaad ontkiemt en .een kiemplant groeit en zich ontwikkelt.
  • 7.6.3 Je kunt beschrijven hoe een kiemplant groeit en zich ontwikkelt.

Slide 3 - Slide






Leg dit uit.  
Ga naar de lesstof 8.5 Bestuiving, bevruchting en verspreiding

Slide 4 - Slide

Bestuiving
Bij bestuiving komt stuifmeel terecht op de stempel van een bloem van dezelfde plantensoort.

Slide 5 - Slide

Wat is het verschil tussen kruisbestuiving en zelfbestuiving?








Ga naar de lesstof 8.5 Bestuiving, bevruchting en verspreiding

Slide 6 - Slide

Zelfbestuiving: Bestuiving tussen bloemen die aan dezelfde plant groeien.

 Kruisbestuiving: Bestuiving tussen  bloemen aan verschillende planten (van dezelfde soort). 

Slide 7 - Slide

Bestuiving 




  1. Ga naar paragraaf 8.5
  2. Bestuiving door insecten (kolom1)
  3. Bestuiving door de wind (kolom2)
  4. Zoek naar de verschillen tussen een insectenbloemen en windbloemen.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 10 - Open question


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Slide

Veranderingen na de bevruchting
Na de bevruchting verandert er veel in een bloem.
Uit het zaadbeginsel ontstaat een zaad
Het vruchtbeginsel wordt een vrucht.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Verspreiding van vruchten en zaden
verschillende manieren:
• door de wind
• door dieren die de vruchten eten
• door dieren die de vruchten meenemen in hun vacht
• door de plant zelf
  • door water

Slide 16 - Slide

De Boon
zaadhuid
Stevig vlies om het zaad./beschermt het zaad.
zaadlob
Deel van het zaad dat reservevoedsel bevat.
Kiem:
Uit de kiem groeit een kiemplant

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Groei en ontwikkeling bij planten
Tijdens de ontkieming wordt een kiemplantje groter en zwaarder.

Veranderingen in de bouw van een plant noem je ontwikkeling:
vb. bloem, blad, wortel, stengel

Slide 19 - Slide

Levenscyclus in 4 fasen
1 Uit een zaad met kiem ontstaat een kiemplantje.
2 Een kiemplantje groeit en ontwikkelt zich tot een volwassen bonenplant.
3 Aan een bonenplant komen bloemen.
4 Na bestuiving en bevruchting ontwikkelen zich vruchten en zaden.

Slide 20 - Slide

Koppel de 4 fasen van de levenscyclus aan de bovenste afbeelding van de plant

Slide 21 - Slide


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 22 - Open question


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 23 - Open question

lees en maak de bs. 5+6
succes!!!

Slide 24 - Slide