Cursus 7-§ 13-Werkwoordsvormen en wwtijden

1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Link

Wat moeten jullie straks kennen en kunnen?


Oftewel, wat is het doel van deze les?

Na deze les weet je hoe je de verschillende werkwoordsvormen en werkwoordstijden kunt herkennen en spellen


Slide 3 - Slide

Cursus 7-§ 13-Werkwoordsvormen en wwtijden
Je hebt geleerd dat een werkwoord verschillende vormen kan hebben en hoe je die verschillende werkwoordsvormen moet spellen. 
Dit zijn ze:
infinitief (inf): werken;
persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt): werk, werkt, werken; persoonsvorm verleden tijd (pvvt): werkte, werkten; 
gebiedende wijs (gw): werk; 
voltooid deelwoord (vd): gewerkt; 
onvoltooid deelwoord (od): werkend.

Slide 4 - Slide

Cursus 7-§ 13-Werkwoordsvormen en wwtijden
Van het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord kun je een bijvoeglijk naamwoord (bn) maken: de gewerkte uren; de niet goed werkende airco.



Bekijk je boek op blz. 265
Het Nederlands kent acht werkwoordstijden. Zo vorm je ze: 

Slide 5 - Slide

Cursus 7-§ 13-Werkwoordsvormen en wwtijden
Staat er een vorm van het hulpwerkwoord hebben of zijn in de zin?
Ja?
Dan is de zin voltooid: schrijf een v op plaats 1 van de afkorting.
Nee?
Dan is de zin onvoltooid: schrijf een o op plaats 1 van de afkorting.















 

Slide 6 - Slide

Cursus 7-§ 13-Werkwoordsvormen en wwtijden
2 Staat de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd (tt) of in de verleden tijd (vt)?
tt
Schrijf de t van tegenwoordige tijd op plaats 2 van de afkorting.
vt
Schrijf de v van verleden tijd op plaats 2 van de afkorting.

Slide 7 - Slide

Cursus 7-§ 13-Werkwoordsvormen en wwtijden
3 Staat er een vorm van zullen in de zin?
Ja?
Schrijf een t van toekomende tijd op plaats 3 van de afkorting.
Nee?
Dan blijft plaats 3 leeg.

4 Schrijf op de laatste plaats de t van tijd.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Link

Even checken. Wie vertelt mij nog even wat we zojuist hebben gehoord?


Geen vingers, ik geef de beurt aan ..............................................

Slide 10 - Slide

H2E-2022

Slide 11 - Slide

H2F

Slide 12 - Slide

Aan de slag

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Cursus 7-§ 13-Werkwoordsvormen en wwtijden
Maken: 
Cursus 7-blz. 266
§ 13 werkwoordsvormen en wwtijden
opdr. 1 mag MET POTLOOD in je werkboek
opdr. 2-3 en 4 in je schrift


 Overleg op fluistertoon.

Slide 15 - Slide

Cursus 7-§ 13-Werkwoordsvormen en wwtijden
Tekst

Slide 16 - Slide