Les 1 (29 augustus 2026) Gedeelde les. Boekautobiografie)

Les 1 Wat doen we vandaag? 

1. Even voorstellen. Gedragsregels. Elkaar leren kennen.   
2. Rondneuzen in boek en online leeromgeving 'Nieuw Nederlands'. 
3 Online bibliotheek en bibliotheek Madelief. 
4. Leesautobiografie
5. Aardrijkskunde: veengebieden. 
6. Spelletje als er tijd is. 
7. Afsluiting & Huiswerk
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecondary EducationAge 12

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Les 1 Wat doen we vandaag? 

1. Even voorstellen. Gedragsregels. Elkaar leren kennen.   
2. Rondneuzen in boek en online leeromgeving 'Nieuw Nederlands'. 
3 Online bibliotheek en bibliotheek Madelief. 
4. Leesautobiografie
5. Aardrijkskunde: veengebieden. 
6. Spelletje als er tijd is. 
7. Afsluiting & Huiswerk

Slide 1 - Slide

Klassenregels fysieke les
  • Telefoons gaan uit. Soms gaan ze in de klas in een bak.
  • Heb je een vraag, steek je hand op
  • Liever niet door elkaar heen praten
  • Naar het toilet?
    Voor de les, in de pauze of vraag het even

Slide 2 - Slide

Klassenregels online lessen
  • Telefoons stil en worden niet gebruikt
    (tenzij nodig voor de les)
  • We gebruiken Teams
  • Camera is aan
  • Liever niet door elkaar heen praten
  • Heb je een vraag, steek je hand op
  • Naar het toilet? Voor de les, in een pauze of meld het even

Slide 3 - Slide

Lesmateriaal  NN
  • Online account - iedereen geactiveerd? 
  •  Boeken
  • Huiswerkopdrachten

Slide 4 - Slide

Toegang Bieb
Heeft iedereen toegang tot de online bibliotheek?

Voor sommige opdrachten heb je toegang nodig. 

Wie leest soms boeken online?

Slide 5 - Slide

Kennismaken
Vijf vragen die je elkaar mag stellen

2 minuten per persoon

Onthoud de antwoorden
(of maak notities)

Slide 6 - Slide

Kennismaken - deel 2

  • Welk boek vond jij tot nu toe het leukst om te lezen en waarom?
  • Als je in een tijdmachine mocht stappen, naar welke periode zou je gaan?
  • Waarvoor heb jij in de vakantie Nederlands gebruikt?
  • Wat is een Nederlands woord of uitdrukking die je leuk vindt en vaak gebruikt?
  • Wat zou jij doen als je €1.000 kreeg en er €1500,- van moest maken? 
timer
2:00

Slide 7 - Slide

Kennismaken

wie is....

  • Sarah
  • Annabel
  • Alex
  • Aoife
  • Emmett 
  • Maya
  • Babette

Slide 8 - Slide

Lezen & boeken

Doel: lees dit jaar minimaal
 3 Nederlandse boeken

Graag melden welk boek je leest
Pas de 50 blz. regel toe. 

Slide 9 - Slide

De leesautobiografie 1
  • Vrijwel altijd chronologisch verteld; 
  • je begint bij je jongste jaren en eindigt in het heden.

  • De voorschoolse periode
  • Ben je vroeger vaak voorgelezen? Door wie? Vond je dit leuk? Weet je nog uit welke boeken?


Slide 10 - Slide

De leesautobiografie 2
  • De basisschool
    Werd je nog steeds voorgelezen? Hoe vond je dit nu? Weet je nog uit welke boeken?
  • Op welke leeftijd begon je zelf te lezen? Hoe vaak deed je dit?
  • Wat waren de eerste boeken die je zelf las?
  • Hield je ook van strips? Wat vond je leuker om te lezen en waarom?

Slide 11 - Slide

De leesautobiografie 3

De onderbouw op de middelbare school
  • Las je regelmatig? Las je liever boeken of strips?
  • Op welke momenten las je graag?
  • Veel leerlingen ervaren een leesdip rond deze periode, omdat ze het druk krijgen met andere interesses. Hoe was dit bij jou?

Slide 12 - Slide

De leesautobiografie 4

  • Had je een lievelingsboek of een lievelingsschrijver? Waarom juist dit boek of deze schrijver?
  • Welke boeken vond je juist niet leuk? Waarom?
  • Hoe vaak lees je nu nog?
  • Wat voor soort boeken vind je leuk? Welk genre? 
  • Wat is op dit moment jouw lievelingsboek en wat is jouw lievelingsschrijver? 

Slide 13 - Slide

De leesautobiografie 5
Aan de slag

Beantwoord de vragen uit de vorige slides voor jezelf
Maak er een mooi verhaal van, vertel dit chronologisch
Illustreer het met afbeeldingen.
Lever het over 2 weken via mail in (12 september)

Slide 14 - Slide

Huiswerk
1) Werken aan je Leesautobiografie
(VO1: minstens een halve A4 pagina, VO2: hele A4 pagina, VO3: anderhalf A4 pagina's tekst (meer met illustraties)
2) Bekijk filmpje als achtergrondinformatie: 
https://youtu.be/-L5Lt7LBMSM?si=qD5kbHW1z2mVhnR_
3) Lezen in je nieuwe Nederlandse boek

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Link

Vocabulaire
veen  
laagveen 
hoogveen  
turf 
vervenen 
ven 
lintbebouwing
inklinken/klink  
legakkers / ribben
droogmakerij 

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Water veranderd in land: verlanden

Wanneer het veen onder de waterspiegel blijft: laagveen

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Wanneer het veen boven de waterspiegel komt: veenkussen

Hoogveen

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

  • Turf (gedroogd veen) is een goede brandstof

  • Vruchtbare grond

Slide 27 - Slide

Samengevat -
Veengebied
  • Ontstaat door het ophopen van plantenresten in een waterrijke omgeving
  • Werd gebruikt als brandstof
  • Voornamelijk gebruikt als weidegrond


Slide 28 - Slide

De grond van veengebieden bestaat uit...
A
Zand
B
Klei
C
Planten
D
Water

Slide 29 - Quiz

In veengebieden zit veel zuurstof
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz

Inklinken
  1. Door water weg te pompen, komt grond droog te liggen.
  2. Hier komt nu zuurstof bij.
  3. Het veen kan gaan rotten.
  4. Bodem zakt verder.
  5. Er moet meer water weggepompt worden.

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Vocabulaire
veen - een grondsoort die hoofdzakelijk bestaat uit gedeeltelijk vergane of verkoolde resten van bomen en planten (en kleine diertjes) met een vochtgehalte van meer dan 75%. Engels: 'peat'. 
laagveen -  Laagveen ontwikkelt lager dan de grondwaterspiegel.
hoogveen (ombrotroof veen): ontwikkeld zich hoger dan het grondwaterpeil. O.a. 'raised bogs' en 'blanket bogs' zijn waarschijnlijk beiden hoogveen (nog even checken, MP). 
turf - gedroogd veen dat als brandstof kan worden gebruikt.
vervenen - Vervening of turfwinning is het verwijderen van een veenbodemlaag uit een veenderij.
ven - Vennen zijn kleine meertjes of plassen die typisch zijn voor laaggelegen gebieden. Ze ontstaan vaak door veenvorming en zijn belangrijke natuurgebieden.
lintbebouwing - langgerekte, aaneengesloten bebouwing door het bouwen langs een kanaal, dijk, weg, enzovoorts. 
inklinken/klink: het proces van volumevermindering van grond door verdroging, of door het onttrekken van grondwater.  
legakkers / ribben; smalle langwerpige stroken land die niet werden ontveend.
droogmakerij - een bemalen gebied (polder) dat van oorsprong een meer, een ander groot open water of drasland was. 

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Lesafsluiting
Jullie huiswerk deze week is: 

- Werken aan je Leesautobiografie (VO1: minstens een halve A4 pagina, VO2: hele A4 pagina, VO3: anderhalf A4 pagina's tekst (meer met illustraties)
- Bekijk filmpje als achtergrondinformatie: 
https://youtu.be/-L5Lt7LBMSM?si=qD5kbHW1z2mVhnR_
- Lezen in je Nederlandse boek. 

Tot volgende week bij de online les!  

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide