alles - everything : Ik heb alles in mijn tas.iedereen - everyone : Iedereen is op school.
trots - proud: Ik ben trots op jou!
veilig - safe: In Nederland zijn wij veilig.
bang - afraid : Ik ben bang voor spinnen.
medicijnen - medicins : Heb jij medicijnen tegen hoofdpijn?
oorlog - war: Er is oorlog in Soedan.