Afsluitende themaquiz: politiek

Themaquiz samenleven
Jaar 3
1 / 25
next
Slide 1: Slide
BurgerschaptestPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Themaquiz samenleven
Jaar 3

Slide 1 - Slide

Themaquiz

Deze themaquiz bestaat uit twee type vragen:
  • Meerkeuzevragen
  • Open vragen (toepassings- en inzichtvragen)

De themaquiz bestaat uit twintig vragen. 

Veel succes!
Waar
ben ik?

Slide 2 - Slide


Startles:
Media
Les:
Democratie

1. Wat is een democratie?
A
Een land waar 1 persoon de baas is
B
Een land waar het volk regeert
C
Een land waar een paar personen de baas zijn

Slide 3 - Quiz


Startles:
Media
Les:
Democratie

2. "Nederland is ook een democratie." 

Deze uitspraak is ...
A
juist
B
onjuist

Slide 4 - Quiz


Startles:
Media
Les:
Democratie

3. "Alle landen in de wereld zijn een democratie." 

Deze uitspraak is ...
A
juist
B
onjuist

Slide 5 - Quiz


Startles:
Media
Les:
Democratie

4. Maak de zin af.

"Om een democratie te laten werken...
A
moeten een paar mensen meedoen.
B
moet (bijna) iedereen meedoen.
C
moet de regering meedoen.

Slide 6 - Quiz


Startles:
Media
Les:
Democratie
5. Wat is het tegenovergestelde van een democratie?
A
een dictatuur
B
een miniatuur
C
een monarchie

Slide 7 - Quiz


Startles:
Media
6. "Verkiezingen kunnen gaan over Europa, Nederland, de provincie, de gemeente en de waterschappen." 

Deze uitspraak is ...
Les:
Verkiezingen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quiz


Startles:
Media
7. Wat zijn de bekendste verkiezingen in Nederland?
Les:
Verkiezingen
A
De Tweede Kamerverkiezingen
B
De Europese verkiezingen
C
De Provinciale Statenverkiezingen
D
De waterschapsverkiezingen

Slide 9 - Quiz


Startles:
Media
8. Wat is een politieke partij?
Les:
Verkiezingen
A
Een groep mensen die anders denkt over veel onderwerpen.
B
Een groep mensen die hetzelfde denkt over veel onderwerpen.

Slide 10 - Quiz


Startles:
Media
9. Een persoon die verbonden is aan een politieke partij noem je een...
Les:
Verkiezingen
A
Ambtenaar
B
Politicus
C
Commandant
D
Minister

Slide 11 - Quiz


Startles:
Media
10. Maak de zin over de Tweede Kamerverkiezingen af.

"Als alle stemmen geteld zijn, dan is er een verkiezingsuitslag en wordt duidelijk..."
Les:
Verkiezingen
A
Welke mensen in de Tweede Kamer komen.
B
Welke mensen in de regering komen.
C
Welke mensen in de Eerste Kamer komen.
D
Wie de minister-president is.

Slide 12 - Quiz


Startles:
Media
11. Maak de zin af.

"Hoe meer stemmen een partij krijgt..."
Les: De Tweede Kamer en de regering
A
hoe meer kamerleden die partij in de Tweede Kamer krijgt.
B
hoe minder kamerleden die partij in de Tweede Kamer krijgt.
C
hoe meer ministers die partij in de Tweede Kamer krijgt.
D
hoe minder ministers die partij in de Tweede Kamer krijgt.

Slide 13 - Quiz


Startles:
Media
12. Wie onderzoeken na verkiezingen welke partijen met elkaar kunnen samenwerken?
Les: De Tweede Kamer en de regering
A
De formateur en informateur
B
De minister-president
C
De koning

Slide 14 - Quiz


Startles:
Media
13. De samenwerkende partijen kiezen ook ministers en staatssecretarissen. 

Alle ministers en staatssecretarissen vormen samen het ...
Les: De Tweede Kamer en de regering
A
ministerschap
B
kabinet
C
parlement

Slide 15 - Quiz


Startles:
Media
14. Wat doen de kamerleden in de Tweede Kamer?
Les: De Tweede Kamer en de regering
A
Zij controleren het werk van de regering
B
Zij zijn de regering
C
Zij maken het werk van de regering

Slide 16 - Quiz


Startles:
Media
15. "Alle politieke partijen vinden dezelfde onderwerpen belangrijk."

Deze uitspraak is...
Les: Zorgen voor elkaar
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quiz


Startles:
Media
16. "Beslissingen in de politiek hebben grote gevolgen."

Deze uitspraak is...
Les: Zorgen voor elkaar
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quiz


Startles:
Media
17. "In de politiek moet worden samengewerkt, maar iedereen krijgt altijd zijn zin."

Deze uitspraak is...
Les: Zorgen voor elkaar
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quiz

Toepassingsvragen en inzichtvragen

Slide 20 - Slide


18. "Een democratie ontstaat niet vanzelf en blijf niet vanzelf bestaan."

Wat wordt bedoeld met deze uitspraak?
Tip: gebruik het woord meedoen in je antwoord.
Les:
Democratie

Slide 21 - Open question


19. Leg in je eigen woorden uit wat verkiezingen zijn.
Les:
Verkiezingen

Slide 22 - Open question


20. Leg uit waarom politieke partijen met elkaar moeten samenwerken.
Les: De Tweede Kamer en de regering

Slide 23 - Open question


21. Leg uit welke 2 onderwerpen jij belangrijk vindt in Nederland. Leg per onderwerp uit waarom je die belangrijk vindt.

Les: Zorgen voor elkaar

Slide 24 - Open question

Einde van de themaquiz: Samenleven Jaar 3

Slide 25 - Slide