WK 19: Les 2 (bedrijvende en lijdende vorm)

Welkom!

timer
10:00
Ga rustig zitten, pak je leesboek en start met lezen!
1 / 37
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!

timer
10:00
Ga rustig zitten, pak je leesboek en start met lezen!

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?

- Terugblik 

- Lesdoel doornemen 

- Instructie ( -> iedereen doet mee!)

- Zelf aan de slag 

- Evaluatie

Slide 2 - Slide

Ik heb me heel goed voorbereid op de toets van grammatica.
A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 3 - Quiz

Mijn moeder wilde me wel overhoren.
A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 4 - Quiz

Dat had ze nog niet eerder gedaan.
A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 5 - Quiz

Ik durfde haar dat niet zo goed te vragen.
A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 6 - Quiz

Maar nu ben ik blij met het resultaat.
A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 7 - Quiz

Want ik heb nog niet eerder zo goed gescoord op een toets.
A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 8 - Quiz

Lesdoelen
Aan het eind van deze les..

  • ... kun je de lijdende en bedrijvende zinnen van elkaar onderscheiden.

Slide 9 - Slide

Bedrijvende & lijdende vorm
  • Zinnen kunnen in de bedrijvende of in de lijdende vorm staan
  • Een zin staat in de bedrijvende vorm als het onderwerp iets doet (OW = ACTIEF).
  • Een zin staat in de lijdende vorm als er iets met het onderwerp wordt gedaan (OW = PASSIEF).

VOORBEELDEN!

Slide 10 - Slide

Bedrijvende vorm
Jara| laat | de hond | uit
  • Jara is het onderwerp
  • Jara doet iets in deze zin: ze laat de hond uit


Slide 11 - Slide

Lijdende vorm
De hond | wordt | door Jara |uitgelaten

  • De hond is het onderwerp
  • De hond doet niets in deze zin: hij wordt uitgelaten

Slide 12 - Slide

Bedrijvend of lijdend?
  1. Zoek het gezegde in de zin.
  2. Zoek het onderwerp in de zin.
  3. Doet het onderwerp wat in het  gezegde staat?
  4. JA --> Bedrijvend
  5. NEE --> Lijdend

Slide 13 - Slide

Het omzetten van de bedrijvende zin naar de 
lijdende vorm
       Bedrijvend                                                                       Lijdend
Jara|laat |de hond |uit.                       <-->   De hond|wordt|door Jara |uitgelaten. 
Jara| heeft | de hond| uitgelaten.  <-->   De hond| is | door Jara| uitgelaten.



  • Zoek het lijdend voorwerp 
  • Het lijdend voorwerp wordt het nieuwe onderwerp
  • Na het onderwerp volgt het werkwoord worden (onvoltooide tijd) of zijn (voltooide tijd)
  • door-bepaling + het oude onderwerp
  • Maak de rest van de zin af.

Slide 14 - Slide

Het omzetten van de lijdende zin naar de
bedrijvende zin
 
De hond|wordt|door Jara |uitgelaten   <--> Jara | laat |de hond |uit 
De hond | is| door Jara |uitgelaten         <--> Jara | heeft| de hond  |uitgelaten


  • De door-bepaling wordt het nieuwe onderwerp
  • Het woordje door verdwijnt.
  • Het onderwerp wordt het lijdend voorwerp. 
  • Onvoltooide tijd: werkwoord worden verdwijnt. Voltooid deelwoord wordt de persoonsvorm.
  • Voltooide tijd: hulpwerkwoord hebben of zijn + voltooid deelwoord.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Onze docent heeft veel huiswerk opgegeven.
A
bedrijvende vorm
B
lijdende vorm

Slide 17 - Quiz

Dat huiswerk is gelukkig door (bijna) iedereen gemaakt.
A
bedrijvende vorm
B
lijdende vorm

Slide 18 - Quiz

Hierdoor snappen wij de grammatica heel goed.
A
bedrijvende vorm
B
lijdende vorm

Slide 19 - Quiz

Ook al vinden wij huiswerk maken niet zo leuk.
A
bedrijvende vorm
B
lijdende vorm

Slide 20 - Quiz

Maar de stof voor het proefwerk wordt nu wel goed beheersd door ons.
A
bedrijvende vorm
B
lijdende vorm

Slide 21 - Quiz

Oefenen: van bedrijvend naar lijdend
1. Alle leerlingen maken de oefeningen.


2. De omvallende boom vernielde het dak van de schuur.


3. Ruimt Koen eindelijk zijn kamer op? **
timer
2:00

Slide 22 - Slide

Oefenen: van bedrijvend naar lijdend.

1. Alle leerlingen maken de oefeningen.
- De oefeningen worden door alle leerlingen gemaakt.

2. De omvallende boom vernielde het dak van de schuur.
- Het dak van de schuur werd door de omvallende boom vernield.

3. Ruimt Koen eindelijk zijn kamer op?
- Wordt zijn kamer eindelijk opgeruimd door Koen?

Slide 23 - Slide

Oefenen: van lijdend naar bedrijvend.
1. De vrouw werd ontvangen door haar buurvrouw. 


2. Zal de Vierdaagse door haar uitgelopen worden?


3. De prijs wordt door Máximá uitgereikt.
timer
2:00

Slide 24 - Slide

Oefenen: van lijdend naar bedrijvend.
1. De vrouw werd ontvangen door haar buurvrouw. 
- De buurvrouw ontving de vrouw.

2. Zal de Vierdaagse door haar uitgelopen worden?
- Zal zij de Vierdaagse uitlopen?

3. De prijs wordt door Máximá uitgereikt.
- Máxima reikt de prijs uit.

Slide 25 - Slide

Zelf aan de slag
Maken: opdr. 5 en 6 (p. 131)

Af? Kijk je werk na in It's Learning.


timer
15:00

Slide 26 - Slide

Samenvatting grammatica
  • Heb je moeite met het benoemen van een zinsdeel? Bekijk HIER de samenvatting van grammatica redekundig (TIP!)

  • Na het bestuderen van de theorie, maak je de bijbehorende oefeningen (volgende slides).

  • Is het na het lezen van de samenvatting duidelijk, ga dan verder met de basisoefeningen (boek), extra oefeningen of de plusopdrachten.

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Persoonsvorm
- Bekijk hier het filmpje over het vinden van de persoonsvorm (PV). Doe je oortjes in tijdens het kijken en luisteren!

- Maak vervolgens (één van) de volgende opdrachten:

Slide 29 - Slide

Zinsdeelproef
- Bekijk hier het filmpje over het toepassen van de zinsdeelproef. Doe je oortjes in tijdens het kijken en luisteren!

- Maak vervolgens de volgende opdracht:

Slide 30 - Slide

Werkwoordelijk gezegde
- Bekijk hier het filmpje over het werkwoordelijk gezegde (WWG). Doe je oortjes in tijdens het kijken en luisteren!

- Maak vervolgens de volgende opdracht:

Slide 31 - Slide

Onderwerp
- Bekijk hier het instructiefilmpje over het onderwerp (OND). Doe je oortjes in tijdens het kijken en luisteren!

- Maak vervolgens (één van) de volgende opdrachten:

Slide 32 - Slide

Lijdend voorwerp
- Bekijk hier het filmpje over het lijdend voorwerp (LV). Doe je oortjes in tijdens het kijken en luisteren!

- Maak vervolgens (één van) de volgende opdrachten:

Slide 33 - Slide

Meewerkend voorwerp
- Bekijk hier het instructiefilmpje over het meewerkend voorwerp. Doe je oortjes in tijdens het kijken en luisteren!

- Maak vervolgens (één van) de volgende opdrachten:

Slide 34 - Slide

Bijwoordelijke bepaling
- Bekijk hier het instructiefilmpje over de bijwoordelijke bepaling (BWB). Doe je oortjes in tijdens het kijken en luisteren!

- Maak vervolgens (één van) de volgende opdrachten:

Slide 35 - Slide

Extra oefeningen
1.  Bestudeer nogmaals de theorie op blz. 20.

2. Maak daarna een (of meer) van de onderstaande online 
     oefeningen over de bvb en bwb:
      - Oefening 1       - Oefening 2        - Oefening 3

3. Af?  Ga verder met één van de plusopdrachten (paars).


Slide 36 - Slide

Plusopdrachten
-  Maak extra verdiepingsopdrachten over de bijvoeglijke en 
    bijwoordelijke bepalingen.

 - Maak de oefentoets over de bvb én de bwb om te zien 
   of je de theorie écht goed begrepen hebt! 

Slide 37 - Slide