Spelling: Persoonsvorm verleden tijd (pvvt) sterke werkwoorden

10 minuten lezen
timer
10:00
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

10 minuten lezen
timer
10:00

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Weekplanning
Spelling: pvvt sterke werkwoorden

Woordenschat met goed gebekt

Creatief schrijven
Vandaag

Les 2, week 41

Les 3, week 41

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Vandaag 

  1. Terugblik: meervouden op -en
  2. Huiswerk nakijken
  3. Spelling: pvvt sterke werkwoorden
  4. Huiswerk

Slide 3 - Slide

Het lijdend voorwerp vind je door te vragen: 
WIE (OF WAT) + WERKWOORDELIJK GEZEGDE + ONDERWERP
Let op: 
Niet elke zin heeft een lijdend voorwerp: geen goed antwoord op de vraag? Geen lijdend voorwerp!
Lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel! 
Terugblik
werkwoordspelling: meervouden op -en

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Als het enkelvoud eindigt op -ee, maak je het meervoud met -ën
a. Dit is waar(staan)
b. Dit is niet waar(zitten)


  • Als het enkelvoud eindigt op -ee dan maak je het meervoud met -ën, dus waar( staan)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Welke meervoudsvorm is goed gespeld?
a. Olieën(staan)
b. Oliën(zitten)


  • Dit is afhankelijk van de klemtoon. Valt de klemtoon op de ie, dan voeg je -ën toe.
  • Valt de klemtoon ergens anders? Dan krijgt de laatste e van het woord een trema en voeg je een -n toe

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

pvvt: zwakke werkwoorden veranderen van klank
a. Dit is waar(zitten)
b. Dit is niet waar(staan)
  • In de verleden tijd veranderen zwakke werkwoorden niet van klank

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk nakijken
Waar? 
Bladzijde 94 tot en met 95

Waarover?
Meervouden op -en

Welke opdracht?
1, 2, 3 en 5




Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel
Ik kan de verleden tijd van sterke werkwoorden goed spellen.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Sterke werkwoorden.

Waaraan herken je sterke werkwoorden?

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Sterke werkwoorden
Veranderen van klank als ze van tijd veranderen.
Ik bied - ik bood
Ik denk - ik dacht
Ik zwem - ik zwom

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Spelling PVVT sterke werkwoorden
- Gebruik verlengproef om erachter te komen of een woord op 
d of t eindigt.         Bijten: ik beet (want: wij beten)
                                     Vinden: ik vond (want: wij vonden)
- Schrjf zo kort en eenvoudig mogelijk. Gebruik niet twee dezelfde klinkers of medeklinkers achter elkaar. Behalve als de uitspraak hierom vraagt.  Bestrijden - bestreden. 
Schrikken - schrokken.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk nakijken
Waar? 
Bladzijde 96 tot en met 97

Waarover?
pvvt sterke werkwoorden

Welke opdracht?
Startopdracht, 1 en 2



Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Maken in goed gebekt
Waar? 
Bladzijde 9 t/m 10

Waarover?
Woordenschat

Welke opdracht?
Taak 3, A, B en C




timer
10:00

Slide 15 - Slide

This item has no instructions