paragraaf 8.2 - Radioactief verval

H8.2 - RADIOACTIEF VERVAL
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

H8.2 - RADIOACTIEF VERVAL

Slide 1 - Slide

Lesdoelen voor vandaag
-Je kunt uitleggen wat er gebeurd als een atoomkern vervalt
-Je kunt uitleggen wat ioniserende straling is
-Je weet wat wordt bedoeld met ''activiteit'' en hoe je dit kunt meten
-Je kunt uit een tabel aflezen wat de halfwaardetijd is van een stof.

Slide 2 - Slide

Wat heb we de vorige keer gedaan?

Slide 3 - Slide

Stabiele en instabiele kernen
Stabiele kernen veranderen niet uit zichzelf en daardoor zijn deze stoffen niet radioactief.

Een radioactieve isotoop heeft atoomkernen die instabiel zijn. Ze veranderen spontaan en zenden daarbij een kleine hoeveelheid straling uit: dit noemen we radioactief verval.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Wat voor straling zendt een radioactief atoom uit?
A
Infrarode straling
B
UV-straling
C
Ioniserende straling
D
Licht

Slide 6 - Quiz

Welk soort atoom is radioactief?
A
Een stabiel atoom
B
Een instabiel atoom

Slide 7 - Quiz

Ioniserende straling
-Ioniserende straling is in staat om de verbinding tussen de atomen in een molecuul te verbreken
-Kan kanker en erfelijke afwijkingen veroorzaken (beschadigt DNA)
-Licht en infrarood straling zijn ook voorbeelden van straling maar dan onschadelijk

Slide 8 - Slide

radioactief verval
Instabiel atoom dat straling uitzendt, vervalt.

Vervallen betekent: de kern van het atoom verandert.

Het wordt dus een nieuw soort atoom.

Slide 9 - Slide

Voorbeeld:
Als C-14 vervalt, dan raakt het 1 elektron kwijt.

Als reactie daarop verandert in de kern 1 neutron naar een proton.
Er zijn nu 7 protonen en 7 neutronen.

Dit is dus een kernreactie.

Slide 10 - Slide

Nadat een C-14 atoom is vervallen, wordt het dus...
A
Een C-13 atoom
B
Een N-13 atoom
C
Een N-14 atoom
D
Een C-12 atoom

Slide 11 - Quiz

Geigerteller

Ioniserende straling kun je met een Geiger-teller meten.


Hij geeft klikjes als er straling aanwezig is, hij verklikt dus eigenlijk de straling.

Eenheid: Becquerel (Bq)

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

N-14 is stabiel, dus die vervalt niet meer.
Hoeveel atomen van een stof in 1 seconde vervallen, noemen we de activiteit  van die stof.



Slide 14 - Slide

De activiteit van een stuk C-14 is 200 Bq. Hoeveel kernen vervallen er in één minuut?
A
200
B
2000
C
1200
D
12000

Slide 15 - Quiz

Halveringstijd (halfwaardetijd)
Na de halveringstijd:
- is de helft van de instabiele atoomkernen verdwenen 
(deze zijn vervallen en een ander soort atoom geworden)

- is de hoeveelheid straling ook met de helft verminderd (er blijven steeds minder instabiele kernen over)

Slide 16 - Slide

Niet alle kernen vervallen even snel.

Hoe meer kernen zijn vervallen, hoe lager de activiteit uiteindelijk wordt.

Elke radioactieve stof heeft z'n eigen halveringstijd: de tijd die het kost om het aantal radioactieve kernen te halveren.


Slide 17 - Slide

De halveringstijd van C-14 is 5730 jaar.
Na hoeveel tijd is er 25% van de originele hoeveelheid C-14 over?
A
230 jaar
B
5730 jaar
C
11460 jaar
D
17190 jaar

Slide 18 - Quiz

oefenen
In Tsjernobyl kwam in het jaar 1986 de stof Cesium-137 vrij. Die stof heeft een halfwaardetijd van 30 jaar.

Hoeveel procent van de originele hoeveelheid Cesium-137 is nu dus nog aanwezig in Tsjernobyl?

Slide 19 - Slide

Vervalkromme
De halveringstijd kan je weergeven in een grafiek.

Omdat de lijn in de grafiek steeds iets minder steil afloopt, noem je het een kromme - we noemen het in dit geval een vervalkromme.

Slide 20 - Slide

IJzer-59 heeft een halveringstijd van 45 dagen. Hoeveel procent blijft over na 135 dagen?
A
50%
B
25%
C
12,5%
D
6,25%

Slide 21 - Quiz

Maakt het aantal atomen waarmee je begint uit voor de halveringstijd?
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quiz

IJzer heeft atoomnummer 26. Hoeveel neutronen zitten er in een kern van ijzer-59?
A
26
B
30
C
33
D
59

Slide 23 - Quiz

Zuurstof heeft 8 protonen. Hoeveel elektronen heeft zuurstof-18?
A
0
B
8
C
10
D
16

Slide 24 - Quiz

Halveringstijd
Elke radioactieve isotoop heeft een eigen halveringstijd.

Dit kun je vinden in de Binas onder tabel ''32''

Slide 25 - Slide

Halveringstijd
Na hoeveel seconden is de activiteit van deze stof gehalveerd? 

t = ?
Halveringstijd
Activiteit is bij 0 sec 16 Bq. De helft van 16 = 8.<div>Aflezen bij 8 Bq geeft dat de halveringstijd 16 seconden is.</div><div><br></div><div>Dus t = 16 seconden</div>

Slide 26 - Slide

Halveringstijd
Na hoeveel seconden is de activiteit van deze stof gehalveerd? 

t = ?
Halveringstijd
Activiteit is bij 0 sec 16 Bq. De helft van 16 = 8.<div>Aflezen bij 8 Bq geeft dat de halveringstijd 16 seconden is.</div><div><br></div><div>Dus t = 16 seconden</div>

Slide 27 - Slide

Halveringstijd
Na hoeveel seconden is de activiteit van deze stof gehalveerd? 

t = ?
Halveringstijd
Activiteit is bij 0 sec 16 Bq. De helft van 16 = 8.<div>Aflezen bij 8 Bq geeft dat de halveringstijd 16 seconden is.</div><div><br></div><div>Dus t = 16 seconden</div>

Slide 28 - Slide

Activiteit
Activiteit = aantal kernen dat per seconde vervalt

Activiteit wordt gemeten in becquerel (Bq)

Activiteit kun je meten met een geigerteller. 
Radioactief verval
<span style="color: rgb(128, 128, 255)">Bij radioactief verval ontstaat een nieuwe atoomkern met een ander aantal neutronen en protonen</span>

Slide 29 - Slide

Hoe meer kernen per seconde vervallen, hoe meer straling er wordt uitgezonden.

De activiteit van een hoeveelheid materiaal wordt steeds kleiner. 

Slide 30 - Slide

Ga nu zelf aan de slag
Wat? Maak de volgende opdrachten van 8.2 - 1 t/m 8
Hoe? Je mag zachtjes overleggen maar ik wil je niet kunnen horen
Hoe lang? Tot het einde van de les
Klaar? Maak de ''test jezelf'' van paragraaf 8.2 

Slide 31 - Slide