This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Kersrekenen
Slide 1 - Slide
Onder de kerstboom liggen 12 pakjes voor de kinderen Familie Rishi heeft 3 zonen. Hoeveel pakjes krijgt elke zoon?
A
4
B
8
C
2
D
6
Slide 2 - Quiz
Op het familiekerstfeedst geven we een surprise aan elkaar van β¬ 15. Er zijn 120 feestgangers. Wat is de totale waarde van alle geschenjes?
A
135
B
1620
C
1480
D
1800
Slide 3 - Quiz
In de kerstboom hangen 58 kerstballen. Jimmy hangt er nog 19 kerstballen bij. Hoeveel ballen hangen er nu in de boom?
A
41 ballen
B
39 ballen
C
120 ballen
D
77 ballen
Slide 4 - Quiz
In de klas zitten 32 studenten. De docent schrijft aan elke student een kerstkaart. Er zijn al 12 kaartjes klaar. Hoeveel kaarten moeten er nog geschreven worden?
A
44 kaarten
B
20 kaarten
C
22 kaarten
D
10 kaarten
Slide 5 - Quiz
Stel: Vandaag is het zaterdag. Het is overmorgen 2e kerstdag. Op welke dag is dat dan?
A
donderdag
B
dinsdag
C
maandag
D
woensdag
Slide 6 - Quiz
Noa en Mo spelen samen in de sneeuw. Ze hebben 15 stapels van 20 sneeuwballen gemaakt. Hoeveel sneeuwballen hebben ze samen?
A
35 sneeuwballen
B
150 sneeuwballen
C
240 sneeuwballen
D
300 sneeuwballen
Slide 7 - Quiz
Farshad en Geovanny spelen met de slee. Ze glijden allebei 9 keer van de berg af. Hoeveel is dat in totaal?
A
9 keer
B
11 keer
C
18 keer
D
21 keer
Slide 8 - Quiz
Stel: Vandaag is het zaterdag 3 januari. Eergisteren is het nieuwe jaar begonnen. Op welke dag was dat dan?
A
maandag
B
zaterdag
C
zondag
D
donderdag
Slide 9 - Quiz
Met kerst kijken we een film die 95 minuten duurt. We beginnen om 19:45 uur te kijken. Hoe laat is de film klaar?
A
21:45 uur
B
21:20 uur
C
20:45 uur
D
22:15 uur
Slide 10 - Quiz
Een kerstboom kost normaal β¬ 35 Het is 24 december en ze zijn nu in uitverkoop. De prijs wordt verminderd met 10% Wat kost de kerstboom nu?
A
β¬ 20
B
β¬ 31,50
C
β¬ 25
D
β¬ 32,50
Slide 11 - Quiz
De kerstman koopt een slee die kost 5200 euro. Hij krijgt 300 euro korting. Hoeveel moet hij betalen?
A
4700 euro
B
4200 euro
C
5000 euro
D
4900 euro
Slide 12 - Quiz
De kerstman heeft 24 rendieren. 75 % van deze rendieren zijn wit. Hoeveel rendieren zijn dan wit?
A
8
B
18
C
12
D
20
Slide 13 - Quiz
Mia koopt een kersttrui. De kersttrui kost 70 euro. Ze krijgt 10% korting. Hoeveel euro korting krijgt ze?
A
63 euro
B
10 euro
C
7 euro
D
17 euro
Slide 14 - Quiz
De Kerstman leest in zijn boek. Hij heeft reeds 502 bladzijdes gelezen. Hij moet er nog 45 lezen. Hoeveel bladzijdes heeft het boek?
A
547 bladzijdes
B
477 bladzijdes
C
574 bladzijdes
D
475 bladzijdes
Slide 15 - Quiz
Je gaat vloerbedekking halen voor je slaapkamer. De kamer is 5 meter lang en 5 meter breed Hoeveel vierkante meter vloerbedekking heb je dan nodig?
A
10
B
20
C
25
D
30
Slide 16 - Quiz
Je had een doos met daarin 142 kerstchocolaatjes meegenomen naar de klas. Eind van de les zit er nog de helft in de verpakking, Hoeveel chocolaatjes zijn dat nog?
A
84
B
71
C
68
D
57
Slide 17 - Quiz
In de kerstvakantie boek je een hotel. Per nacht betaal je β¬ 99,-. Je logeert er 5 nachten. Hoeveel moet je er betalen?
A
456
B
595
C
466
D
495
Slide 18 - Quiz
Fijne feestdagen!
Slide 19 - Slide
Je hebt voor bij het kerstdiner een taart gemaakt. Uit de taart kunnen 12 stukken. 75% van de taart is op. Hoeveel stukjes zijn er nog over?