1 vmbo-bk thema 5.3 Waarnemen en regelen: Horen

5.3 Horen
1 / 33
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5.3 Horen

Slide 1 - Slide

wat gaan we vandaag doen?
herhalen vorige les: 5.2 ruiken en proeven
leerdoelen vandaag
nieuwe theorie: 5.3 horen
zelf aan de slag
herhalen leerdoelen

Slide 2 - Slide

Koppel het juiste begrip aan het juiste voorbeeld.
Geluid
Elektrisch signaaltje
Gehoorzenuw
Smaakknopje
Oor
Zenuw
Zintuig
Impuls
Prikkel
Zintuigcel

Slide 3 - Drag question

Zintuigen
Prikkels
ogen
oren
neus
tong
huid
muziek luisteren
Parfum ruiken
vuurwerk kijken
deken voelen

Slide 4 - Drag question

De neusholte is bekleed met een neusslijmvlies
A
waar
B
nietwaar

Slide 5 - Quiz

Je ruikt met je neusslijmvlies.
A
goed
B
fout

Slide 6 - Quiz

Waar in de neus zitten (vooral) de reukzintuigcellen?
A
Achter, bovenin de neus
B
Voorin de neus, vlak bij de neusgaten
C
In de bijholten van de neus

Slide 7 - Quiz

5.2 Ruiken en proeven
Het zintuig waarmee je kan ruiken zit in je neusholte

De neusholte is van binnen bekleed met neusslijmvlies

In het bovenste deel van het neusslijmvlies ligt het reukzintuig
De zintuigcellen van het neusslijmvlies hebben reukharen


Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Aan de zijkanten van de groefjes op je tong zitten smaakpapillen
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quiz

Smaakpapillen kunnen allemaal elke smaakstof herkennen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

Waar neem je smaak waar?
A
In je mond
B
In je neus
C
In zowel je mond als je neus
D
In je hersenen

Slide 12 - Quiz

5.2 Ruiken en proeven
smaak
In het oppervlakte van de tong liggen de smaakzintuigen

over de tong lopen vele kleine groefjes
Aan de zijkant van deze groefjes liggen de smaakpapillen
In de smaakpapillen liggen de smaakzintuigcellen


Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

leerdoelen vandaag
Aan het einde van de les:
- kun je in een afbeelding van het oor de delen benoemen
- kun je van de delen van het oor de kenmerken en de functies benoemen
- kun je de oorzaken benoemen waardoor je blijvend slechthorend kunt worden en aangeven welke gevolgen slechthorendheid kan hebben

Slide 15 - Slide

5.3 Horen
geluid = trillingen in de lucht

geluiden kunnen hard en zacht zijn
de geluidsterkte wordt uitgedrukt in decibel

geluiden kunnen ook laag en hoog zijn


Slide 16 - Slide

oorschelp: vangt geluiden op

de geluiden gaan via de gehoorgang naar het trommelvlies

Slide 17 - Slide

Horen

Slide 18 - Slide

Horen
oorschelp: vangt geluiden op

De geluiden gaan via de gehoorgang naar het trommelvlies
het trommelvlies gaat vervolgens trillen

In de gehoorgang liggen oorsmeerkliertjes die oorsmeer maken; dit houdt het trommelvlies soepel



Slide 19 - Slide

Horen
Tegen het trommelvlies liggen de gehoorbeentjes.

Het trommelvlies brengt de gehoorbeentjes in trilling. Als het trommelvlies trilt, doen de gehoorbeentjes dat ook.

De gehoorbeentjes geven de trillingen door aan het slakkenhuis.

Slide 20 - Slide

Horen
In het slakkenhuis liggen zintuigcellen.
De zintuigen reageren op de trillingen.
De zintuigcellen maken daardoor impulsen.

Deze impulsen gaan via je gehoorzenuw naar je hersenen.

In de hersenen word je je bewust van het geluid.

Slide 21 - Slide

Horen

Slide 22 - Slide

BELANGRIJK!!!

De weg die geluid maakt:
oorschelp -> gehoorgang -> trommelvlies -> gehoorbeentjes -> slakkenhuis met gehoorzintuigcellen -> gehoorzenuw

Slide 23 - Slide

Horen
buis van Eustachius
- verbindt de trommelholte met de keelholte
- bij slikken en gapen gaat deze buis open: hierdoor kan er lucht van het oor naar de keelholte gaan en omgekeerd

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Horen
Geluiden kunnen hard of zacht zijn.
De geluidssterkte wordt uitgedrukt in decibel.

De belangrijkste oorzaak van slechthorendheid bij jongeren is schade door geluid.
Lang en vaak luisteren naar geluiden van 80 decibel kan leiden tot gehoorschade.
Mensen die werken met veel geluid, moeten gehoorbescherming dragen.


Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

5.3 Horen
Soms is er bij iemand iets mis met het gehoor. Die persoon is dan doof of slechthorend.
Iemand is doof als hij helemaal niets hoort.
Iemand die slechthorend is, hoort vaak de zachte geluiden niet.

Een audicien kan met een gehoortest uitzoeken wat iemand nog wel hoort.

Slide 29 - Slide

Sommige slechthorenden dragen een gehoorapparaat.

Met een gehoorapparaat kan je beter horen.
Deze kan in het oor zitten of buiten het oor zitten

Slide 30 - Slide

VRAGEN??

Slide 31 - Slide

zelf aan de slag
5.3 Horen: lees de tekst en maak de opdrachten

opdracht 12 t/m 17 maken

Slide 32 - Slide

herhalen leerdoelen
Aan het einde van de les:
- kun je in een afbeelding van het oor de delen benoemen
- kun je van de delen van het oor de kenmerken en de functies benoemen
- kun je de oorzaken benoemen waardoor je blijvend slechthorend kunt worden en aangeven welke gevolgen slechthorendheid kan hebben

Slide 33 - Slide