Les 5 - Spelling - Argument

Les 5 VO4

Goedemorgen

1 / 31
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecondary Education

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 85 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les 5 VO4

Goedemorgen

This item has no instructions

Planning voor vandaag

10.15 - 10.20 Beter spellen van vandaag

10.20 - 10.25 Planning boekrecensie en boekbespreking

10.25 - 10.40 Bespreken uiteenzetting

10.40 - 10.55 Standpunt & Argument

10.55 - 11.10 Spelling

11.10 - 11.25 Huiswerk en 1:1


This item has no instructions

Beter spellen: oefening van vandaag

This item has no instructions

Planning leesopdrachten

  • Dit jaar: minimaal 5 Nederlandse boeken lezen

  • Boekrecensie schrijven: december

  • Boekbespreking: februari/maart

  • Leeservaringen vul je aan in je leesautobiografie



This item has no instructions

Boekentips

Hoe  vind je leuke boeken, tijdschriften en teksten?

Online:

  • https://www.jeugdbibliotheek.nl/12-18-jaar/lezen-voor-de-lijst/15-18-jaar/alle-boeken.html

  • Online Bibliotheek


Offline:

  • In de bieb van De Madelief

  • In de krant en op social media

  • Boeken die je in het Engels kent, maar dan in vertaling


This item has no instructions

Vragen?

This item has no instructions

Slide tekst

Uiteenzetting - wat was dit ook alweer?

This item has no instructions

Betoog en beschouwing

Betoog

Beschouwing

Overtuigen

Argumenten/tegenargumenten

Opiniëren/zelf na laten denken

Voor en nadelen

This item has no instructions

Feedback opdrachten

  • Titel met informatie

  • Informerende tekst (niet opiniëren)

  • Gebruik een conclusie

  • Gebruik een bouwplan bij het schrijven van je opdracht

This item has no instructions

Standpunt & Argument

Noordhoff - samen video bekijken


This item has no instructions

Standpunt - Argument

Standpunt: Dit is de mening of het standpunt dat de schrijver inneemt over een bepaald onderwerp. Het is wat de schrijver wil overbrengen of verdedigen.

Argument: Dit zijn de redenen of bewijzen die het standpunt ondersteunen. Argumenten versterken het standpunt en maken het overtuigender. 

This item has no instructions

Weerlegging - Tegenargument

Weerlegging: Dit is het antwoord op een tegenargument. Hierin wordt het tegenargument weerlegd of tegengesproken, waardoor het oorspronkelijke standpunt sterker wordt.

Tegenargument: Dit zijn standpunten of redenen die het oorspronkelijke standpunt uitdagen of bekritiseren. Tegenargumenten laten zien dat er ook andere perspectieven zijn.

This item has no instructions

Feitelijke argumenten

Als iemand zijn standpunt ondersteunt met een feitelijke uitspraak (iets wat controleerbaar is) noemen we die uitspraak een feitelijk argument.


voorbeelden:

Ik ga liever niet mee naar Parijs (standpunt), want Parijs is een grote, dichtbevolkte stad (argument).


Israël en de Palestijnen zullen niet snel nader tot elkaar komen (standpunt); ze hebben immers nu al meer dan zestig jaar een ernstig conflict (argument).

This item has no instructions

Waarderende argumenten

Iemand kan zijn standpunt ook ondersteunen met een waarderend argument. Een waarderende uitspraak geeft aan dat iets (on)wenselijk, (on)gepast, goed of slecht, mooi of lelijk is.


Voorbeelden:

Ik ga graag mee naar Parijs (standpunt), want Parijs heeft de mooiste musea van de hele wereld (argument).


Omdat we verplicht zijn om mensen in nood altijd te helpen (argument), vind ik dat we alle vluchtelingen in Nederland moeten opnemen (standpunt).

This item has no instructions

Feitelijk of waarderend? De kans is erg klein dat je iets wint bij de Postcodeloterij. Je kunt er beter niet aan deelnemen.

A

feitelijk

B

waarderend

C


D


This item has no instructions

Feitelijk of waarderend? Mobieltjes moeten tijdens de les verboden worden. Leerlingen kunnen er echt geen nuttige dingen mee doen.

A

feitelijk

B

waarderend

C


D


This item has no instructions

Standpunt en argument - opdrachten

Uitleg opdracht 1

Uitleg opdracht 2

Kort bekijken opdracht 3 en 4


This item has no instructions

Vragen?

This item has no instructions

Spreekwoord van de week

This item has no instructions

Spreekwoord van de week

Naar de maan


  1. het is naar de maan (=het is kapot)

  2. iemand naar de maan wensen (=iemand verwensen)

  3. naar de maan lopen (=het wel mogen vergeten / weg moeten gaan)

  4. naar de maan reiken (=het onmogelijke willen doen)

This item has no instructions

Spelling

Overige werkwoordvormen


This item has no instructions

Wat is goed?

Hij heeft mijn document gedelete / Hij heeft mijn document gedeletet. 


Heb jij mee gelopen? /Heb jij mee geloopt?


Ik heb wel eens gebaseballd met mijn vrienden /Ik heb wel eens gebaseballt met mijn vrienden. 

This item has no instructions

Werkwoordsvorm: voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord is het werkwoord dat aangeeft dat iets is afgelopen. 


Je herkent het voltooid deelwoord aan: 

  • Omdat je de PV al uit de zin hebt gehaald, weet je dat de andere vervoegde werkwoorden voltooid deelwoorden zijn

  • Zin bevat een vorm van hebben, zijn of worden

  • Er staat ge- be- of ver- voor 

  • Het werkwoord geeft aan dat het is afgelopen 



This item has no instructions

Werkwoordsvorm: infinitief (inf)

Een infinitief is een werkwoordsvorm waarin het werkwoord zich niet heeft aangepast aan het getal of de tijd van de zin. Het hele werkwoord is het infinitief. 


Je herkent een infinitief aan: 

  • het is GEEN PV

  • het hele werkwoord 

  • er staat 'te' of 'aan het' voor

Wij lopen naar school.

Wij zijn naar school komen lopen.

This item has no instructions

Werkwoordsvorm: gebiedende wijs (gw)

  • De gebiedende wijs is een gebod; een eis, wens, advies of verzoek

  • Er staat geen onderwerp bij

  • Je spelt hem als de ik-vorm

Luister maar goed naar je vader.

Kijk en huiver!

Pak je spullen er maar vast bij. 

This item has no instructions

Het onvoltooid deelwoord (od)

Het hele werkwoord + d


huilend

lachend

gillend

This item has no instructions

Wat is goed?


Ik heb de vergrote foto aan de muur gehangen / Ik heb de vergrootte foto aan de muur gehangen. 


Ik inventariseerde de aangerichtte schade / Ik inventariseerde de aangerichte schade. 


This item has no instructions

bijvoeglijk naamwoord (bn)

  • Een werkwoord kan ook worden gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.

  • Deze werkwoorden schrijf je dan.....
    ZO EENVOUDIG MOGELIJK


Het is nog geen gelopen race.

De geredde eendjes zwemmen nu in de vijver. 



zo eenvoudig mogelijk

Vragen?

This item has no instructions

Spelling

Noordhoff

Opdracht 1

Opdracht 2

Opdracht 3

Opdracht 4 (uitleg)

This item has no instructions

Huiswerk voor 3 oktober

  • Standpunt en Argument: opdracht 1, 2, 3, 4

  • Spelling: opdracht 1, 2, 3, 4

  • Lezen: Actief lezen, tekst 4, blz. 48/49
    Opdracht 6 (online), opdracht 7 (deel 1, 2 en 3) in je boek.


This item has no instructions