Les 5 VO4
Goedemorgen
Les 5 VO4
Goedemorgen
This item has no instructions
Planning voor vandaag
10.15 - 10.20 Beter spellen van vandaag
10.20 - 10.25 Planning boekrecensie en boekbespreking
10.25 - 10.40 Bespreken uiteenzetting
10.40 - 10.55 Standpunt & Argument
10.55 - 11.10 Spelling
11.10 - 11.25 Huiswerk en 1:1
This item has no instructions
Beter spellen: oefening van vandaag
This item has no instructions
Planning leesopdrachten
Dit jaar: minimaal 5 Nederlandse boeken lezen
Boekrecensie schrijven: december
Boekbespreking: februari/maart
Leeservaringen vul je aan in je leesautobiografie
This item has no instructions
Boekentips
Hoe vind je leuke boeken, tijdschriften en teksten?
Online:
https://www.jeugdbibliotheek.nl/12-18-jaar/lezen-voor-de-lijst/15-18-jaar/alle-boeken.html
Online Bibliotheek
Offline:
In de bieb van De Madelief
In de krant en op social media
Boeken die je in het Engels kent, maar dan in vertaling
This item has no instructions
Vragen?
This item has no instructions
Slide tekst
Uiteenzetting - wat was dit ook alweer?
This item has no instructions
Betoog en beschouwing
Betoog
Beschouwing
Overtuigen
Argumenten/tegenargumenten
Opiniëren/zelf na laten denken
Voor en nadelen
This item has no instructions
Feedback opdrachten
Titel met informatie
Informerende tekst (niet opiniëren)
Gebruik een conclusie
Gebruik een bouwplan bij het schrijven van je opdracht
This item has no instructions
Standpunt & Argument
Noordhoff - samen video bekijken
This item has no instructions
Standpunt - Argument
Standpunt: Dit is de mening of het standpunt dat de schrijver inneemt over een bepaald onderwerp. Het is wat de schrijver wil overbrengen of verdedigen.
Argument: Dit zijn de redenen of bewijzen die het standpunt ondersteunen. Argumenten versterken het standpunt en maken het overtuigender.
This item has no instructions
Weerlegging - Tegenargument
Weerlegging: Dit is het antwoord op een tegenargument. Hierin wordt het tegenargument weerlegd of tegengesproken, waardoor het oorspronkelijke standpunt sterker wordt.
Tegenargument: Dit zijn standpunten of redenen die het oorspronkelijke standpunt uitdagen of bekritiseren. Tegenargumenten laten zien dat er ook andere perspectieven zijn.
This item has no instructions
Feitelijke argumenten
Als iemand zijn standpunt ondersteunt met een feitelijke uitspraak (iets wat controleerbaar is) noemen we die uitspraak een feitelijk argument.
voorbeelden:
Ik ga liever niet mee naar Parijs (standpunt), want Parijs is een grote, dichtbevolkte stad (argument).
Israël en de Palestijnen zullen niet snel nader tot elkaar komen (standpunt); ze hebben immers nu al meer dan zestig jaar een ernstig conflict (argument).
This item has no instructions
Waarderende argumenten
Iemand kan zijn standpunt ook ondersteunen met een waarderend argument. Een waarderende uitspraak geeft aan dat iets (on)wenselijk, (on)gepast, goed of slecht, mooi of lelijk is.
Voorbeelden:
Ik ga graag mee naar Parijs (standpunt), want Parijs heeft de mooiste musea van de hele wereld (argument).
Omdat we verplicht zijn om mensen in nood altijd te helpen (argument), vind ik dat we alle vluchtelingen in Nederland moeten opnemen (standpunt).
This item has no instructions
Feitelijk of waarderend? De kans is erg klein dat je iets wint bij de Postcodeloterij. Je kunt er beter niet aan deelnemen.
feitelijk
waarderend
This item has no instructions
Feitelijk of waarderend? Mobieltjes moeten tijdens de les verboden worden. Leerlingen kunnen er echt geen nuttige dingen mee doen.
feitelijk
waarderend
This item has no instructions
Standpunt en argument - opdrachten
Uitleg opdracht 1
Uitleg opdracht 2
Kort bekijken opdracht 3 en 4
This item has no instructions
Vragen?
This item has no instructions
Spreekwoord van de week
This item has no instructions
Spreekwoord van de week
Naar de maan
het is naar de maan (=het is kapot)
iemand naar de maan wensen (=iemand verwensen)
naar de maan lopen (=het wel mogen vergeten / weg moeten gaan)
naar de maan reiken (=het onmogelijke willen doen)
This item has no instructions
Spelling
Overige werkwoordvormen
This item has no instructions
Wat is goed?
Hij heeft mijn document gedelete / Hij heeft mijn document gedeletet.
Heb jij mee gelopen? /Heb jij mee geloopt?
Ik heb wel eens gebaseballd met mijn vrienden /Ik heb wel eens gebaseballt met mijn vrienden.
This item has no instructions
Werkwoordsvorm: voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord is het werkwoord dat aangeeft dat iets is afgelopen.
Je herkent het voltooid deelwoord aan:
Omdat je de PV al uit de zin hebt gehaald, weet je dat de andere vervoegde werkwoorden voltooid deelwoorden zijn
Zin bevat een vorm van hebben, zijn of worden
Er staat ge- be- of ver- voor
Het werkwoord geeft aan dat het is afgelopen
This item has no instructions
Werkwoordsvorm: infinitief (inf)
Een infinitief is een werkwoordsvorm waarin het werkwoord zich niet heeft aangepast aan het getal of de tijd van de zin. Het hele werkwoord is het infinitief.
Je herkent een infinitief aan:
het is GEEN PV
het hele werkwoord
er staat 'te' of 'aan het' voor
Wij lopen naar school.
Wij zijn naar school komen lopen.
This item has no instructions
Werkwoordsvorm: gebiedende wijs (gw)
De gebiedende wijs is een gebod; een eis, wens, advies of verzoek
Er staat geen onderwerp bij
Je spelt hem als de ik-vorm
Luister maar goed naar je vader.
Kijk en huiver!
Pak je spullen er maar vast bij.
This item has no instructions
Het onvoltooid deelwoord (od)
Het hele werkwoord + d
huilend
lachend
gillend
This item has no instructions
Wat is goed?
Ik heb de vergrote foto aan de muur gehangen / Ik heb de vergrootte foto aan de muur gehangen.
Ik inventariseerde de aangerichtte schade / Ik inventariseerde de aangerichte schade.
This item has no instructions
bijvoeglijk naamwoord (bn)
Een werkwoord kan ook worden gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.
Deze werkwoorden schrijf je dan.....
ZO EENVOUDIG MOGELIJK
Het is nog geen gelopen race.
De geredde eendjes zwemmen nu in de vijver.
zo eenvoudig mogelijk
Vragen?
This item has no instructions
Spelling
Noordhoff
Opdracht 1
Opdracht 2
Opdracht 3
Opdracht 4 (uitleg)
This item has no instructions
Huiswerk voor 3 oktober
Standpunt en Argument: opdracht 1, 2, 3, 4
Spelling: opdracht 1, 2, 3, 4
Lezen: Actief lezen, tekst 4, blz. 48/49
Opdracht 6 (online), opdracht 7 (deel 1, 2 en 3) in je boek.
This item has no instructions