4H examentraining NIEUW

4H - Leesvaardigheid
Examentraining
2022 tijdvak 2
1 / 21
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

4H - Leesvaardigheid
Examentraining
2022 tijdvak 2

Slide 1 - Slide

Een multiple-choice vraag.
Hoe pak je dat aan?
  • Eerst de vraag lezen (dus niet eerst de tekst)!
  • Vraag jezelf af: begrijp ik alle woorden die in de vraag staan? Moet ik misschien iets opzoeken om de antwoordmogelijkheden beter te begrijpen? Kan ik dit uit de context halen of ga ik mijn woordenboek gebruiken?
  • Kijk in de tekst waar jij denkt dat het antwoord op de vraag staat en markeer dat vervolgens. Komt dit overeen met één van de antwoordmogelijkheden? Kies dan dit antwoord.
  • Markeer de signaalwoorden. Zie je een dubbele punt? Dan staat daar meestal het antwoord.
  • Haal onzin antwoorden eruit. Dit zijn er meestal 2 van de 4. 
  • Vergelijk vervolgens de overblijvende twee antwoorden met elkaar. Welke geeft het best antwoord op de vraag?

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

1. What is the main point made in this letter?
A
Customers should always be given the option of ordering tap water in restaurants.
B
Environmentalists should try to get more restaurants to serve tap water instead of bottled water.
C
People who order bottled water in restaurants should be persuaded to switch to tap water.
D
Restaurant owners should not be allowed to ask payment for serving tap water.

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Slide

Wel of niet-beweringen? Hoe pak je dit aan?
  • Lees eerst de vraag en de antwoorden.
  • Een bewering is pas waar als alle elementen uit die bewering juist zijn! Knip dus het antwoord in stukken en controleer per element.
  • Woorden als more/most staan vaak in de verkeerde antwoorden!
  • Het kan makkelijk dat alles 'wel' of dat alles 'niet' is. Twijfel dus niet aan jezelf! 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Geef van de volgende beweringen aan of deze overeenkomen met de inhoud van de tekst.
Noteer ‘wel’ of ‘niet’ achter elk nummer op het antwoordblad.

Slide 8 - Open question

Gatenteksten. Hoe pak ik dit aan?
  • Lees de vraag. 
  • Controleer of je alle woorden begrijpt. Is er ook maar één woord dat je niet kent? Opzoeken!
  • Lees tot het gat _______ + één zin verder
  • Concentreer je vervolgens op de zin waar het gat staat. Plak daar vervolgens alle opties in. Welk woord past het best? Kies daar voor!
  • Twijfel? Pas de multiple-choice tactiek toe en schrijf twee antwoorden af. 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

3. Which of the following fits the gap in paragraph 1?
A
dismayed
B
excited
C
relieved

Slide 11 - Quiz

4. Which of the following fits the gap in paragraph 2?

A
besides
B
for example
C
nevertheless

Slide 12 - Quiz

5. Which of the following fits the gap in paragraph 3?
A
challenge
B
doubt
C
ignore
D
overestimate

Slide 13 - Quiz

Voor nu:
Aan de slag met:
  • Tekst 3, vraag 6
  • Tekst 4, vraag 7 t/m 10 

Slide 14 - Slide

Les 2
Vandaag:
Quizlet (10 min.)
T4, T5 als quiz (groep en individueel) (50 min.)
T6, T7 individueel + nakijken (30 min.)

Slide 15 - Slide

12 What idea does the sentence ‘Let’s focus on plastic in the oceans, people!’ (paragraph 1) illustrate?
A
An overly emotional protest against stone-stacking will achieve nothing.
B
Many people consider the practice of stone-stacking to be an inalienable right.
C
Some people think that it is futile and trivial to worry about stone- stacking.
D
Stone-stackers are reluctant to admit that their hobby can offend others.

Slide 16 - Quiz

13 Which of the following characterises paragraph 2?
A
It further elaborates on the negative aspects of stone-stacking.
B
It outlines the various uses of and reasons for stone-stacking.
C
It puts the topic of stone-stacking in a global perspective.
D
It questions whether arguments against stone-stacking are valid.

Slide 17 - Quiz

14 Which of the following becomes clear about stone-stackers from paragraph 5?
A
They are concerned about the extinction of some birds and insects.
B
They do not care that their activities damage valuable ecosystems.
C
They have a preference for building stacks in remote natural areas.
D
They may disturb habitats of animals without even being aware of it.

Slide 18 - Quiz

15 Geef van de volgende beweringen aan of deze overeenkomen met de inhoud van alinea 6.
Noteer ‘wel’ of ‘niet’ achter elk nummer

1 Het is mogelijk dat stenen uit een archeologische vindplaats zijn weggehaald om te stapelen.
2 ‘Historic England’ wil dat het stapelen van stenen verboden gaat worden.

Slide 19 - Open question

16 What is the purpose of paragraph 7?
A
to give examples of activities that are comparable to stone-stacking
B
to make clear why stone-stacking has become such a popular activity
C
to stress that some disagree with Hourston’s views on stonestacking
D
to suggest localities in which stonestacking is an acceptable pastime

Slide 20 - Quiz

17 Which of the following fits the gap in paragraph 8?
A
and right they are
B
but we need both
C
so expect change

Slide 21 - Quiz