Engels vervolg A1, thema 1, hoofdstuk 1 kijken en luisteren (deel 2)

Thema 1 jij & anderen



Hoofstuk 1
kijken en luisteren
(deel 2)
1 / 12
next
Slide 1: Slide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Report this lesson

Items in this lesson

Thema 1 jij & anderen



Hoofstuk 1
kijken en luisteren
(deel 2)

Slide 1 - Slide

Doel van de les
* Je kunt de geleerde woorden uit de woordblokken foutloos schrijven in de invuloefeningen.
* Je kent minimaal 3 woorden om iets te zeggen over iemands uiterlijk.
* Je kunt de werkwoorden 'ben', 'is' en 'zijn' vervoegen naar het Engels en in de juiste context toepassen. 

Slide 2 - Slide

Welke Engelse woorden kun je gebruiken om iemands uiterlijk te omschrijven?

Slide 3 - Slide

Even herhalen:
Maak een zin met één of meerdere van deze woorden - beautiful - dark - eyes - big - happy - young - friendly

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Video

Uitlegblok: 'ben', 'is' en 'zijn' in het Engels
Ik ben jong
I am young
I'm young
Jij bent jong
You are young
You're young
Hij/zij is jong
He/she is young
He's/she's young
Het is jong
It is young
It's young
Wij zijn jong
We are young
We're young
Jullie zijn jong
You are young
You're young
Zij zijn jong
They are young
They're young

Slide 6 - Slide

Kies uit: am - are - is
We always walk to the shop. It....not far.
A
am
B
are
C
is

Slide 7 - Quiz

Adilah and Jim are at school.
.....are students.
A
I
B
He
C
They
D
We

Slide 8 - Quiz

Uitlegblok: 'heb', 'heeft' en 'hebben' in het Engels
Ik heb een broer
I have a brother
Jij hebt een broer
You have a brother
Hij/zij heeft een broer
He/she has a brother
Het heeft een broer
It has a brother
Wij hebben een broer
We have a brother
Jullie hebben een broer
You have a brother
Zij hebben een broer
They have a brother

Slide 9 - Slide

Kies uit: has / have
I.....a dog. His name is Trooper.
A
has
B
have

Slide 10 - Quiz

Kies uit: has / have
This is my sister Tess. She.... beatiful red hair.
A
has
B
have

Slide 11 - Quiz

Aan de slag! 
*  Begin op bladzijde 22.

* Maak opdracht 18 tot en met 28.


 

Slide 12 - Slide