2k Unit 3 vocab 2

What does 'baggy' mean in Dutch?
A
slobberig
B
slordig
C
tasje
D
bag
1 / 10
next
Slide 1: Quiz
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes.

Items in this lesson

What does 'baggy' mean in Dutch?
A
slobberig
B
slordig
C
tasje
D
bag

Slide 1 - Quiz

What does 'to deliver' mean in Dutch?
A
dieren
B
lieren
C
(af) leveren
D
eren

Slide 2 - Quiz

True or false. Betekent 'item' in het Nederlands 'exemplaar'?
A
true
B
false

Slide 3 - Quiz


Find the odd one out. Welke hoort er niet bij?
A
footwear
B
socks
C
flip-flops
D
wool

Slide 4 - Quiz

Engelse woorden
Nederlandse woorden
brand
heavy
to offer
hat
merk
zwaar
aanbieden
hoed

Slide 5 - Drag question

Hoe vertaal je het werkwoord 'bestellen' in het Engels?
A
to bestel
B
to order
C
to tell

Slide 6 - Quiz

Hoe vertaal je 'helft van de prijs' in het Engels?
A
half-praise
B
half of the prijs
C
half-price

Slide 7 - Quiz

Hoe vertaal je 'nodig hebben' in het Engels?
A
to need
B
to nead
C
to go
D
to have need

Slide 8 - Quiz

Engelse woorden
Nederlandse woorden
available
to choose
shopping  basket
sunglasses
beschikbaar
kiezen
winkelmandje
zonnebril

Slide 9 - Drag question

True or false? Betekent on sale' in het Nederlands 'verkocht'?
A
true
B
false

Slide 10 - Quiz