Decimale Getallen - NT2 1.2

Hoofdstuk 7: Decimale getallen

Samen spreken, oefenen op het bord, werken in de bundel en quizzen!

NEDERLANDS 1.2 • REKENEN & TAAL

Klassikaal & Interactief

Wisbordjes

Bundel (blz. 107 - 123)

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeOnthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomersA1,A2Leeftijd 18

This lesson contains 24 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 7: Decimale getallen

Samen spreken, oefenen op het bord, werken in de bundel en quizzen!

NEDERLANDS 1.2 • REKENEN & TAAL

Klassikaal & Interactief

Wisbordjes

Bundel (blz. 107 - 123)

Waar zie je deze getallen? Wat hebben ze gemeen?

INLEIDENDE OPDRACHT • PRAAT MET JE BUUR (2 MINUTEN)

Sleutelwoord: Ze hebben allemaal een komma. Het zijn decimale getallen!

Kassabon

€ 15,50

In de supermarkt

Rapport

7,1

Cijfer op school

Verkeersbord

2,5 km

Afstand op de weg

Wat doen we vandaag in 4 stappen?

PROGRAMMA VAN DE LES

1

Bouw van het getal

Helen, tienden, honderdsten & uitspreken.

Blz. 107 - 112

2

Ruim of bijna?

Vergelijken met meters, liters en kilo's.

Blz. 113 - 114

3

De getallenlijn & afronden

Tussen welke getallen? En schatten in de winkel.

Blz. 116 - 122

4

Grote Quiz & Exit-ticket

Actief stemmen, herhalen en bewijzen wat je kan!

Klassikale Finale

Hoe is een kommagetal opgebouwd?

UITLEG • PARAGRAAF 7.1 (BLZ. 107 & 115)

2,46 spreek je uit als: "twee komma zesenveertig"

2

Helen

Voor de komma

,

Komma

Scheidingsteken

4

Tienden (0,1)

1e cijfer na komma

6

Honderdsten (0,01)

2e cijfer na komma

Kijk naar het getal: 5,38

Schrijf het antwoord op je wisbordje en toon het aan de klas!

INTERACTIEVE KLASOPDRACHT • WISBORDJE OMHOOG!

Wat zijn de helen?

5

Wat zijn de tienden?

3

Wat zijn de honderdsten?

8

Hoe spreek je deze getallen correct uit?

KLASSIKAAL INOEFENEN • ZEG HET HARDOP

2,5 kg

"Twee komma vijf kilo"

€ 1,75

"Eén euro vijfenzeventig"

0,5 l

"Nul komma vijf liter"

Open je bundel op bladzijde 111 & 112

ZELFSTANDIG WERKEN OP PAPIER • BUNDEL

Omcirkel alle decimale getallen op de melk, het suikerpak en de verkeersborden.

Onthoud: zoek altijd naar de komma!

Schrijf in woorden en schrijf in cijfers. Zet de komma op de juiste plek.

Voorbeeld: 125 → 12,5

Oefening 1 & A (blz. 111)

Oefening 3, 4 & 5 (blz. 112)

Twee belangrijke woorden: RUIM of BIJNA?

UITLEG • WOORDENLIJST (BLZ. 108 - 109)

RUIM = iets meer

1,2 meter

Dit is ruim 1 meter (net iets meer dan 1).

BIJNA = iets minder

0,9 meter

Dit is bijna 1 meter (nog net geen 1).

Klopt deze zin? Toon je duim!

INTERACTIEVE KLASOPDRACHT • DUIM OMHOOG 👍 OF DUIM OMLAAG 👎

1. Een plank van 2,1 meter is ruim 2 meter.

WAAR 👍 (iets meer dan 2 m)

2. Een fles met 0,8 liter water is ruim 1 liter.

NIET WAAR 👎 (het is bijna 1 liter)

3. Een brood van € 2,95 kost bijna € 3.

WAAR 👍 (iets minder dan € 3)

Zeg het juiste woord: RUIM of BIJNA?

KLASSIKAAL INOEFENEN • DENK EN ANTWOORD SAMEN

Ruim 80 kg

Bijna 2 km

Bijna 1 liter

De man weegt 80,5 kg

De afstand is 1,9 kilometer

In de fles zit 0,95 liter water

Maak nu de opdrachten op bladzijde 113 & 114

ZELFSTANDIG WERKEN OP PAPIER • BUNDEL

Streep het foute woord door bij de touwen van 1,2 m en 0,9 m. Vul in: meer of minder.

Kijk steeds naar het hele getal!

Kies tussen ruim of bijna. Schrijf het hele getal op.

Voorbeeld: 3,9 is iets minder dan 4.

Oefening 7 & 8 (blz. 113)

Oefening 9, 10 & 11 (blz. 114)

Elk decimaal getal ligt tussen twee hele getallen

UITLEG • DE GETALLENLIJN (BLZ. 116)

Het getal 2,4 ligt tussen 2 en 3.

2

2,1

2,2

2,3

2,4

2,5

2,6

2,7

2,8

2,9

3

Tussen welke twee hele getallen ligt dit getal?

INTERACTIEVE KLASOPDRACHT • WISBORDJE: SCHRIJF DE TWEE HELE GETALLEN OP

4,9

ligt tussen

4 en 5

€ 5,20

ligt tussen

€ 5 en € 6

€ 16,95

ligt tussen

€ 16 en € 17

Neem je bundel op bladzijde 117

ZELFSTANDIG WERKEN OP PAPIER • BUNDEL

Vul de hele getallen in: tussen welke twee getallen ligt het touw van 2,4 m en de bedragen?

Tip: kijk eerst naar het cijfer voor de komma!

Kies uit: ruim, bijna of tussen.

Voorbeeld: 14,9 is ... 15 (bijna!)

Oefening 15 & 16 (blz. 117)

Oefening 17 (blz. 117)

Afronden op een heel getal (≈ is ongeveer)

UITLEG • AFRONDEN (BLZ. 121)

Naar beneden afronden

3,1 ≈ 3

Tienden zijn 1, 2, 3 of 4.

Naar boven afronden

2,8 ≈ 3

Tienden zijn 5, 6, 7, 8 of 9.

Wijs met je vinger: omhoog of omlaag?

INTERACTIEVE KLASOPDRACHT • NAAR BOVEN ⬆️ OF NAAR BENEDEN ⬇️?

4,9

Tiende is 9

⬆️ Naar 5

3,2

Tiende is 2

⬇️ Naar 3

7,5

Tiende is 5

⬆️ Naar 8

Hoeveel moet Stanislav ongeveer betalen?

KLASSIKAAL INOEFENEN • SCHATTEN IN DE WINKEL (BLZ. 122)

Bestelling

1 taco: € 8,95

1 flesje water: € 1,99

Rond eerst af in hele euro's in je hoofd!

Snelle schatting

€ 8,95 ≈ € 9

€ 1,99 ≈ € 2

€ 9 + € 2 = ongeveer € 11

Neem je bundel op bladzijde 121 en 122

ZELFSTANDIG WERKEN OP PAPIER • BUNDEL

Rond af op een heel getal. Ligt het getal dichter bij het hoogste of laagste getal?

Voorbeeld: 4,9 ≈ 5 en 4,1 ≈ 4

Schat de uitkomst in hele euro's bij cola, shampoo en bioscooptickets.

Werk rustig en tel de hele getallen op!

Oefening 23 & 24 (blz. 121)

Oefening 25 (blz. 122)

Precies rekenen met kommagetallen

UITLEG & OEFENING 26 (BLZ. 123)

Voorbeeld optellen

2,5 kg bananen + 1,2 kg appels

• Helen bij elkaar: 2 + 1 = 3

• Tienden bij elkaar: 5 + 2 = 7

Totaal: 3,7 kg

Maak nu in je bundel

1. Waterfles: 0,9 l - 0,3 l = 0,6 l

2. Frituur: € 2,40 + € 2,40 = € 4,80

3. Kat: 5,2 kg + 0,7 kg = 5,9 kg

Schrijf je uitkomst op bladzijde 123!

Wat zijn de tienden in het getal 8,45?

Steek 1, 2 of 3 vingers in de lucht om te antwoorden!

DE GROTE KLASQUIZ • VRAAG 1 VAN 2

A

B ✓

C

8

(De helen)

4

Juist! Eerste na komma

5

(De honderdsten)

Je koopt 2 broden van € 2,95. Hoeveel is dat ongeveer?

Goed gedaan allemaal!

DE GROTE KLASQUIZ • VRAAG 2 VAN 2

A

B ✓

C

€ 4

(Te weinig geschat)

€ 6

Juist! € 2,95 ≈ € 3 (2 × € 3 = € 6)

€ 10

(Veel te veel)

De 3 gouden regels van vandaag

HERHALING • WAT ONTHOUDEN WE?

1. Voor en na de komma

Links staan de helen, rechts de tienden en honderdsten.

2. Ruim of Bijna

Ruim = iets meer.
Bijna = iets minder.

3. Snel schatten

€ 4,95 rond je af naar € 5 in de winkel.

Schrijf op je briefje voor je naar buiten gaat:

AFSLUITING • EXIT-TICKET

Geef je briefje af aan de docent bij de deur!

1

Schrijf in cijfers met een komma: "Zes euro en vijfenveertig cent"

2

Is 1,95 meter ruim 2 meter of bijna 2 meter?

3

Rond af op een heel getal: 4,8 ≈ ...

Uitstekend gewerkt!

Neem je bundel mee naar huis en let deze week op decimale getallen in de winkel!

Tot de volgende les!