H1 wed.vnw

timer
10:00
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

timer
10:00

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Grammatica woordsoorten
Wat is dat ook alweer?

Slide 3 - Slide

Lesdoel
Ik kan/weet:
  • wederkerende en wederkerige voornaamwoorden herkennen.

Slide 4 - Slide

Voornaamwoorden
Een voornaamwoord is een woord dat verwijst naar personen, dieren of dingen (concreet of abstract), zonder die met name te noemen. 

Voornaamwoorden komen ‘in de plaats van’ een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld die in plaats van ‘Andrea’, of het in ‘Ik begrijp het!’

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Wederkerig voornaamwoord
Er is in het Nederlands maar één wederkerig voornaamwoord (wedig.vnw): elkaar. Soms wordt het geschreven als mekaar of elkander.

Slide 7 - Slide

Wederkerend voornaamwoord
Het wederkerend voornaamwoord verwijst bijna altijd terug naar het onderwerp van de zin. Welke vorm juist is, hangt dan ook af van het onderwerp van de zin.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Voorbeeld
De kapper scheert zich(zelf).
Bij het schillen van de aardappels heb ik me(zelf) gesneden.

Slide 10 - Slide

Oefenen
  1. Denk jij dat Leo zich zo'n iPhone kan veroorloven of is die te duur voor hem
  2. Ik heb me vergist bij de berekening van mijn reiskosten.

Maak nu opdracht 1 (blz. 31) verder af en begin dan met opdracht 2 en 3.
Vragen? Iets niet duidelijk? Kijk eerst bij de theorie op blz. 30 of bij De Brug (blz. 250)

Slide 11 - Slide