Thema 3, Week 5 - Massa, Volume en dichtheid.

Thema 3
Rijkdom
Week 5




IJburg College
Leerjaar 1 en 2

1 / 18
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Thema 3
Rijkdom
Week 5




IJburg College
Leerjaar 1 en 2

Slide 1 - Slide

Wat weet je nog van vorige week?

Slide 2 - Mind map

Leerdoelen
Je kunt uitleggen wat massa en volume zijn en je kent de symbolen die erbij horen. 

Je kunt massa's en volumes omrekenen.

Je kunt het volume van een voorwerp bepalen met de onderdompelmethode.

Je kunt uitleggen wat dichtheid betekent.

Je kunt rekenen met de formule voor dichtheid.

Slide 3 - Slide

Massa (m)
Er is een verschil tussen massa en gewicht.
Op de maan is je massa hetzelfde, je gewicht niet. 

Massa is de hoeveelheid stof bij elkaar opgeteld, in                     

gram(g)

Slide 4 - Slide

Volume (V)
Volume is een woord om aan te geven hoeveel ruimte iets inneemt. 

Dit schrijven we op in      

Het volume is dan:

Als je alles in cm invult.


cm3
lengtebreedtehoogte

Slide 5 - Slide

Massa = M
Volume = V
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Onderdompelmethode
Bedacht door Archimedes.

Wordt gebruikt om het volume van een lastig voorwerp te bepalen.


1L=1dm3

Slide 7 - Slide

Vincent gebruikt de onderdompelmethode om te kijken wat het volume is van een bepaald voorwerp.
Het waterniveau in de maatbeker stijgt met 2L.
Wat is het Volume van het voorwerp?
A
1dm
B
2dm2
C
1dm3
D
2dm3

Slide 8 - Quiz

Je hebt 10 seconden! Wat is zwaarder? Een kilo veren of een kilo lood?
A
Veren!
B
Lood!
C
Ga weg met je stomme vraag!

Slide 9 - Quiz

Dichtheid
Stoffen hebben een verschillende dichtheid. Hoe lager de dichtheid, hoe makkelijker iets blijft "drijven". 

Links een glas met veel stoffen met een verschillende dichtheid.

Slide 10 - Slide

Dichtheid berekenen
Om de dichtheid van een stof te berekenen, moeten we de massa delen door het volume.

De letter van Dichtheid is  
Dit spreken we uit als "Rho"


ρ=vm
Dichtheid=VolumeMassa
ρ

Slide 11 - Slide

Om de dichtheid te berekenen, moet ik de massa keer het volume doen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quiz

Volume duiden we aan met de letter...

Slide 13 - Open question

De afmetingen van een balk zijn:
lengte = 2 cm
breedte = 3 cm
hoogte = 1 cm
Wat is het volume van de balk?
A
6cm
B
5cm
C
5cm2
D
6cm3

Slide 14 - Quiz

Karin kookt pasta. Ze doet een beetje olijfolie bij het water en ziet dit drijven bovenop het water.
Heeft de olie een hogere, of lagere dichtheid dan water?
A
Hoger
B
Lager

Slide 15 - Quiz

Dichtheid wordt aangegeven met de letter
Hoe spreek ik dit uit?
ρ
A
P
B
R
C
Rho
D
Pi

Slide 16 - Quiz

Water heeft een dichtheid van
1 g/
Je hebt 1 kubieke centimeter water. Wat is de massa?
cm3
A
1 gram
B
2 gram
C
0,5 gram
D
10 gram

Slide 17 - Quiz

Huiswerk en de rest van de les:

Nu kun je de opdrachten van week 4 nakijken. 

Daarna kun je aan de slag met de opdrachten van week 5. 

Volgende week heb je alle opdrachten van week 5 af. 
Leerdoelen:

Je kunt uitleggen wat massa en volume zijn en je kent de symbolen die erbij horen. 

Je kunt massa's en volumes omrekenen.

Je kunt het volume van een voorwerp bepalen met de onderdompelmethode.

Je kunt uitleggen wat dichtheid betekent.

Je kunt de formule voor dichtheid uit het hoofd noemen en hiermee rekenen.

Slide 18 - Slide