2.3 de Tweede kamer

2.3 de Tweede kamer
1 / 9
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 9 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

2.3 de Tweede kamer

Slide 1 - Slide

Wie mogen er stemmen in Nederland?
A
Vanaf je 16de mag je stemmen
B
Vanaf je 18de mag je stemmen
C
Vanaf je 21ste mag je stemmen
D
Je mag altijd al stemmen met toestemming van je ouders

Slide 2 - Quiz

Wat is het verschil tussen actief en passief kiesrecht?
A
Actief kiesrecht betekent dat je mag stemmen, passief kiesrecht betekent dat je gekozen mag worden.
B
Actief kiesrecht betekent dat je alleen op gemeentelijk niveau mag stemmen, passief kiesrecht betekent dat je alleen op nationaal niveau mag stemmen.
C
Actief kiesrecht betekent dat je mag stemmen, passief kiesrecht betekent dat je alleen mag stemmen voor de Eerste Kamer.
D
Actief kiesrecht betekent dat je mag stemmen, passief kiesrecht betekent dat je niet hoeft te stemmen.

Slide 3 - Quiz

Eerste Kamer
Tweede Kamer

Slide 4 - Drag question

De tweede kamer.
Door wie worden de mensen in de tweede kamer gekozen?
A
Kinderen
B
Alle mensen die stemmen
C
De koning
D
Leerkrachten

Slide 5 - Quiz

Hoort bij de tweede kamer
Hoort niet bij de tweede kamer
De tweede kamer controleert
De tweede kamer doet wetsvoorstellen
De tweede kamer bestaat uit 200 zetels
de tweede kamer voert wetten uit
Het volk heeft geen toegang tot de tweede kamer
de debatten van de tweede kamer kan je niet  volgen op tv

Slide 6 - Drag question

Tijdens de Tweede Kamer verkiezingen bepalen wij wie er in de Tweede Kamer komen. Hoeveel mensen zitten er in de Tweede Kamer?
A
50, want er zijn 50 mooie, blauwe stoelen in de Tweede Kamer
B
100, want er zijn 100 mooie, blauwe stoelen in de Tweede Kamer
C
150, want er zijn 150 mooie, blauwe stoelen in de Tweede Kamer

Slide 7 - Quiz

Wat is de betekenis van een fractie

Slide 8 - Open question

Noem 2 dingen die de tweede kamer kan doen

Slide 9 - Open question