- Na een werkwoord: Joep werkt
niet.
- Voor een bijvoeglijk naamwoord: Ik ben niet boos.
- Voor een voorzetsel: De kat ligt niet in de mand.
Hoort niet bij een werkwoord? Dan achteraan de zin:
De juf werkt vrijdag niet
Of voor het 2e werkwoord: De juf kan vrijdag niet werken.