Taal Compleet 3.7

Taal Compleet 3.7

1

m

00

s

1 / 10
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTaalISK

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Taal Compleet 3.7

1

m

00

s

Regelt (regelen)

Zorgen dat iets gebeurd.


Bijv: Ik heb een auto geregeld voor onze reis naar Barcelona.


Werkwoord

Ik regel, hij regelt, wij regelen....

Ik heb geregeld





Neemt... op (opnemen)

Het telefoon gesprek starten.

De telefoon opnemen.






Terugbellen

Iemand bellen nadat je te laat was met opnemen.


Gaat weg.... (weggaan)

Naar een andere plek gaan.

Een plek verlaten.


Bijv: Hij gaat elke keer vroeg weg, omdat hij op tijd thuis moet zijn.

Melden

Iets belangrijks vertellen.


WW.


Bijv: Je moet het melden als er problemen zijn.

Misselijk

Het gevoel alsof je moet kotsen.


Bijv: Ik heb zoveel chips gegeten dat ik nu misselijk ben.

Gebroken

Stuk.

Niet heel.


WW.


Bijv: Ik ben gevallen op mijn skateboard en heb mijn been gebroken.

Geopereerd

Als de dokter je helpt door binnen in je lichaam iets te doen.


Bijv:

Ik ben aan mijn amandelen geopereerd.

Verwacht

Dat wat je denkt dat gaat gebeuren.


Bijv:

Hij had niet verwacht dat het zo snel klaar zou zijn.

Het merk

Een teken.

Vaak geeft het aan van wie het is of wie het gemaakt heeft.


Bijv:

Hij draagt alleen maar merk kleding van Nike en Adidas.