This lesson contains 12 slides, with interactive quiz and text slides.
Items in this lesson
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Bronnen
BIOP 2.3 basis : zicht op analyseren
Thema "Branchetaken"
Opdracht Urineweginfectie
Slide 1 - Slide
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Wat zijn infectieziekten?
Wat zijn infectieziekten?
Ziekten die veroorzaakt worden door <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">micro-organismen</span>.<div><ul><li>Een groot aantal infectieziekten zijn besmettelijk</li><li>Micro-organismen die ziekte veroorzaken heten <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">pathogenen</span></li></ul></div>
Bacteriën
Van alle micro-organismen verzoorzaken bacteriën de meeste infectieziekten.
Pathogeniteit
Het vermogen van een micro-organisme om bij mens en dier ziekte te kunnen veroorzaken
Slide 2 - Slide
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Hoe komen pathogenen ons lichaam binnen?
De plek waar een micro-organisme binnendringt noemen we de porte d' entree
Wat is een infectie?
Als het binnengedrongen pathogene micro-organisme zich <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">vermenigvuldigt</span> in het lichaam.
Slide 3 - Slide
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Micro- organismen komen niet zomaar ons lichaam binnen. Ons lichaam geeft
kolonisatieresistentie
De natuurlijke weerstand van ons lichaam die ervoor zorgt dat micro- organismen zich niet zomaar kunnen nestelen (koloniseren).
3-vormen van kolonisatieresistentie
Mechanische barrière
Onze huid, slijmvliezen, darmperistaltiek, tranen en urineren vormen deze barrière. <div> </div><div> </div><div> </div><div> </div><div> </div><div> </div>
Biologische barrière
Overal in ons lichaam zitten en groeien commensalen. <div>Deze bacteriën nemen zoveel 'plaats' in dat ongewilde gasten zich niet kunnen nestelen. Op deze wijze vormen de commensalen een biologische barrière. </div><div><br></div><div>Deze bacteriën komen NIET voor in:</div><div>bloed, hersenvloeistof, <span style="color: rgb(236, 72, 77); font-weight: bold">urineblaas, nieren</span>, middenoor, baarmoeder, en longblaasjes. </div>
Chemische barrière
Ons lichaam werkt samen met de commensale bacteriën. <div>Ze maken stoffen aan die een <span style="font-weight: bold; color: rgb(236, 72, 77)">remmende</span> werking op de groei van ongewenste bacteriën hebben. </div><div><ul><li>Lage pH in de maag</li><li>Lage pH van de huid (talg omzetten in vetzuren)</li><li>Lage pH in de vagina (melkzuurbacteriën)</li></ul><div><br></div></div>
Slijmvliezen
Slijmvliezen bedekken verschillende organen en structuren zoals. <div><ul><li>De mond, keel en neusholte. </li><li>Oppervlak van de ogen (bindvlies) </li><li>Slokdarm </li><li>Maag </li><li>Dunne darm </li><li>Dikke darm (colon) </li><li><b style="color: rgb(236, 72, 77)">Blaas en urinewegen</b></li><li>Luchtwegen (zoals uw luchtwegen en longen). </li><li>Voortplantingsorganen (zoals de baarmoeder, baarmoederhals en vagina)</li></ul></div>
Slide 4 - Slide
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Bouw van urinewegstelsel
<ul><li>Nieren: Twee boonvormige organen. Ze filteren het bloed en verwijderen afvalstoffen en overtollig vocht, wat resulteert in de vorming van urine. </li><li>Urineleiders (ureters): Twee buizen die de urine van de nieren naar de blaas transporteren. </li><li>Urineblaas: Een holle spier die urine tijdelijk opslaat totdat deze wordt uitgescheiden. De blaas kan zich uitrekken om een aanzienlijke hoeveelheid urine te bevatten. </li><li>Plasbuis: De buis waardoor urine het lichaam verlaat. Bij mannen is deze langer dan bij vrouwen, omdat deze ook door de penis loopt.</li></ul>
Functies van het Urinewegstelsel
<div><ul><li>Filtratie: De nieren filteren het bloed om afvalstoffen, overtollig water, en andere ongewenste stoffen te verwijderen. </li><li>Urineproductie: De gefilterde stoffen worden omgezet in urine, die in de nieren wordt aangemaakt en vervolgens naar de blaas wordt getransporteerd. </li><li>Uitscheiding: Wanneer de blaas vol is, wordt urine via de plasbuis uit het lichaam uitgescheiden. </li><li>Homeostase: Het urinewegstelsel helpt bij het reguleren van de vochtbalans, de bloeddruk en het zuur-base-evenwicht in het lichaam</li></ul></div>
Urinewegstelsel
Slide 5 - Slide
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Urinewegen: verschil tussen man en vrouw
De plasbuis van een vrouw is korter dan die van mannen.<div>Daarom komen urineweginfecties bij vrouwen vaker voor dan bij mannen</div>
Urineweginfectie
Een urineweginfectie is de verzamelnaam voor alle infecties die betrekking hebben op de urinewegen: nier, nierkelk, urineleider, blaas en urinebuis.
Symptomen
<ul><li>Branderig gevoel bij het plassen</li><li>Vaak plassen</li><li>Pijn in de onderbuik</li><li>Bloed in de urine</li><li>Koorts en pijn in de zij</li><li>Stinkende urine</li></ul>
Slide 6 - Slide
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Urineonderzoek
Kwantitatief onderzoek
<div>Onderzoek in gemeten aantallen, grootte of hoeveelheden. </div><div><br></div><div><br></div>
Semi kwantitatief onderzoek
Semi = half of niet volledig<div>Kwantitatief = hoeveelheid</div><div><br></div>
Kwalitatief onderzoek
<div>Onderzoek naar kenmerken (dus geen aantallen)</div><div><br></div><div><br></div>
Slide 7 - Slide
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Microbiologische onderzoek
<ul><li>Uricult</li><li>Antibiogram</li><li><span style="font-style: italic">E</span>-coli PCR gevolgd door agarosegel elektroforese</li></ul><div>M.b.v van de uricult is zichtbaar door welk type micro-organisme de onsteking wordt veroorzaakt. </div><div><br></div><div>M.b.v. het antibiogram is uit zoeken welk type antibioticum geschikt is om de bacteriële infectie te bestrijden.</div><div><br></div><div>M.b.v. de PCR is vast te stellen of de infectie door <span style="font-style: italic">E</span>-coli wordt veroorzaakt</div>
Eiwit in urine m.b.v. dipstick
<div>Dipsticks geven een <b><u style="color:rgb(236, 72, 77)">indicatie</u></b> met kleurvakken.</div><div>Het gebruik van een dipstick is een snelle screeningsmethode. </div><div>Het bespraart tijd en geld! </div><div><ul><li>Is de eiwitconcentratie hoog, dan is de ophopingsmethode niet nodig. </li><li>Is de eiwitconcentratie niet meetbaar, dan volgt de ophopingsmethode. Een kleine hoeveelheid is niet meetbaarmet de dipstick.</li></ul></div>
Eiwit bepaling m.b.v. ophopingsmethode
<ul><li>Ophopingsmethode spectroftometrie m.b.v. biureet</li></ul><div>Het belang van dit onderzoek:</div><div>Een eiwitbepaling bij een urineweginfectie is belangrijk omdat het kan wijzen op nierschade, zelfs als de infectie beperkt blijft tot de blaas, om te voorkomen dat het een nierbekkenontsteking wordt, wat de nierfunctie kan aantasten.</div>
Eiwitbepaling in urine volgens de ophopingsmethode
Principe eiwit bepaling ophopingsmethode
Een kleine hoeveelheid eiwit in urine kan wijzen op nierschade.<div>Die hoeveelheid is met de dipstick en met biureet niet aan te tonen.</div><div>De ophopingsmethode concentreert het eiwit m.b.v. perchloorzuur.</div><div>Daardoor wordt de concentratie verhoogd en is het meetbaar</div>
Berekenen: hoeveelheid (mg) uitgescheiden eiwit in 24uur
<div>1: Vanuit de spectrofotometrische methode wordt de concentratie eiwit berekend (g/L) </div><div>2: Het patiëntgegeven geeft het volume (ml) uitgeplaste urine in 24uur</div><div>3: Uit de concentratie eiwit en het patiëntgegeven is de hoeveelheid uitgescheiden eiwit (mg) per 24 uur te berekenen. </div><div><br></div><div> </div>
Slide 9 - Slide
Kwalitatief onderzoek
Semi kwantitatief onderzoek
Kwantitatief onderzoek
Onder welk type onderzoek vallen de uitgevoerde practica?
Slide 10 - Drag question
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
Kwaliteit in het laboratorium
In het laboratorium moet de kwaliteit van de uitslagen aan bepaalde eisen voldoen zodat het analyseresultaat van een onderzoek een juiste weergave is van de werkelijke situatie.
De kwaliteit van het analyseresultaat wordt bepaald door:
De werking van de appatuur wordt gecontroleerd door een bekend monster te meten in de tijd. De uitkomst moet altijd binnen de gestelde grenzen van het monster vallen. <div><br><div>Bijvoorbeeld: Iedere week Tartrazine meten op dezelfde spectrofotometer (periode 2.1 DATA)</div></div>
1ste lijns controle
Het analyseproces tot aan de meting, controleert de laborant zelf m.b.v. <div>de eerste lijns controle. De precisie en de juistheid wordt gecontroleerd. </div><div><br></div><div><u>Precisie</u></div><div><ul><li>Duploverschillen</li><li>indien van toepassing: R<sup>2</sup> </li></ul><div><u>Juistheid</u></div></div><div>De juistheid is goed als de waarde van het controlemonster binnen het betrouwbaarheidsinterval valt. </div><div><br></div><div>Als de uitslag van het controlemonster binnen het betrouwbaarheidsinterval valt, mag aangenomen worden dat het analyseresultaat van het monster ook betrouwbaar is. </div>
Slide 11 - Slide
P2.3 Basisanalist: Branchetaak urineweginfectie
1ste lijns controle
Juistheid
De juistheid van een meetresultaat wordt vastgesteld met het controlemonster. <div><ul><li>Vanuit de VC wordt het betrouwbaarheidsinterval berekend. </li><li>De analyse is<u> juist</u> als de uitkomst binnen het interval valt. </li><li>Het aantal <u>systematische fouten</u> is minimaal als de uitkomst binnen het interval valt. </li></ul></div>
Precisie
De precisie wordt vastgesteld door te kijken hoe dicht meetresultaten bij elkaar liggen. <div><ul><li>In de praktijk worden geven duplo's hierover inzicht.</li><li>Bij een hoge <u>precisie</u> zijn er weinig <u>toevallige fouten.</u> </li></ul></div>