Presentatie_Micro-organismen_4DF (1)


De microkosmos

Micro-organismen: klein, maar met een grote impact

Focus • 4de middelbaar • dubbele finaliteit

Biologie – basisvorming

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurwetenschappenSecundair onderwijs

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson


De microkosmos

Micro-organismen: klein, maar met een grote impact

Focus • 4de middelbaar • dubbele finaliteit

Biologie – basisvorming


Wat gaan we leren?


2

1 Bacteriën

2 Virussen

3 Eencellige schimmels: gisten

4 De rol van micro-organismen

5 Microbioom


Leerdoelen – wanneer is dit thema beheerst?


3

Leerplandoel BV2_06.21

Ik kan de positieve en negatieve rol van virussen, bacteriën en schimmels in de natuur en in toepassingen voor de mens uitleggen.

Ik beschrijf micro-organismen op basis van eigenschappen: schimmels, bacteriën en virussen. (BV2_06.21.01)

Ik geef voorbeelden van positieve én negatieve rollen van micro-organismen in de natuur en leg ze uit. (BV2_06.21.02)

Ik geef voorbeelden van toepassingen van micro-organismen voor de mens en leg het nut of risico ervan uit. (BV2_06.21.03)

Ik leg uit wat het microbioom is en waarom het belangrijk is.

Wat is een micro-organisme?

A

Een heel klein levend wezen

B

Een orgaan in het lichaam

C

Een soort gesteente

D

Een groot dier

Welke van deze organismen is een bacterie?

A

Gist

B

Salmonella

C

Schimmel

D

Mos

Waar komen micro-organismen vaak voor?

A

Alleen in water

B

Alleen op voedsel

C

Bijna overal

D

Alleen in ziekenhuizen


Startvraag: waar kom je micro-organismen tegen?


4

Denk – duo – deel

Noteer individueel minstens 3 plaatsen/producten waar micro-organismen een rol spelen.

Vergelijk met je buur: welke voorbeelden zijn positief, negatief of neutraal?

Kies samen één voorbeeld waarvan je de rol nog niet goed kunt verklaren.

💡 Denk aan: lichaam • voeding • bodem • water • ziekte • geneesmiddelen

Ga op zoek op het internet / denk na en leg daarna kort uit. Neem notities en schrijf op.


1. Bacteriën

Eencellige organismen met een enorme variatie

5


Bouw en kenmerken van bacteriën


6

Eencellig en prokaryoot: geen celkern

DNA ligt vrij in de cel

Celwand rond het celmembraan

Verschillende vormen: kokken, bacillen, spirillen

Sommige bacteriën hebben een zweepstaart

Belangrijk: ‘bacterie’ betekent niet automatisch ‘ziekteverwekker’.


Voortplanting en groei van bacteriën


7

Bacteriën delen meestal ongeslachtelijk door deling!!!


Onder gunstige omstandigheden kan een populatie zeer snel groeien.


Een zichtbare groep bacteriën op een voedingsbodem noemen we een kolonie.


Temperatuur, voedingsstoffen, vocht en pH beïnvloeden de groei.


Autotroof & heterotroof

1 → 2 → 4 → 8 → 16 …

Waarom is voedsel koel bewaren zo belangrijk?


2. Virussen

Geen cellen, maar wel een grote biologische impact

10


Bouw en kenmerken van virussen


11

Virussen bestaan niet uit cellen.

Ze bevatten genetisch materiaal (DNA of RNA) met een eiwitmantel; sommige hebben een membraanenvelop

.

Ze hebben geen eigen stofwisseling.(metabolisme)


Ze kunnen zich alleen vermenigvuldigen in een geschikte gastheercel.


Virussen zijn vaak gastheer- en weefselspecifiek.


Levenscyclus van een virus – vereenvoudigd


12

1

Hechten

aan gastheercel

2

Binnendringen

genetisch materiaal

3

Vermenigvuldigen

met celmachinerie

4

Nieuwe virussen

worden opgebouwd

5

Verspreiden

naar nieuwe cellen

Kernidee: een virus gebruikt de celmachinerie van de gastheercel om nieuwe virusdeeltjes te maken.


Voorbeelden van virussen


13

Griepvirus

luchtwegen

Coronavirus

luchtwegen

HIV

immuunsysteem

HPV

huid/slijmvliezen

Virussen komen niet alleen bij mensen voor: ook dieren, planten, bacteriën en andere organismen kunnen door virussen geïnfecteerd worden.


Virussen: negatieve én bruikbare rollen


14

Negatieve rol

Ziekteverwekkers bij mens, dier en plant

Snelle verspreiding is bij sommige virussen mogelijk

Mutaties kunnen eigenschappen veranderen

Toepassingen / positieve rol

Bacteriofagen kunnen bacteriën infecteren

Virussen kunnen als hulpmiddel in biotechnologie en geneeskunde worden gebruikt

Virussen beïnvloeden populaties en ecosystemen

Denkvraag: waarom is ‘virussen zijn slecht’ wetenschappelijk te eenvoudig?


3. Eencellige schimmels: gisten

Schimmels zijn meer dan paddenstoelen

15


Toepassingen van gisten


17

Broodbereiding: CO₂ laat het deeg rijzen.

Alcoholische gisting: productie van o.a. bier en wijn.

Gisten worden gebruikt in industriële en biotechnologische processen.

Sommige gisten kunnen ook ongewenste effecten of infecties veroorzaken.

SUIKER

↓ gisting

CO₂ + andere producten

Toepassing ≠ altijd hetzelfde procesdoel


Kenmerken van gisten


16

Gisten zijn eencellige schimmels.

Ze zijn eukaryoot: hun cellen hebben een celkern.

Ze zijn doorgaans groter dan bacteriën.

Veel gisten planten zich ongeslachtelijk voort door knopvorming.

Ze gebruiken organische stoffen, zoals suikers, als energie- en koolstofbron.

knopvorming

Gist = schimmel,
maar niet elke schimmel is eencellig.

verlengde instructie?

--> planfiche

--> oefeningen boek tem blz 21.

--> Opdracht : samenvatting


4. De rol van micro-organismen in de natuur


18

Afbraak

dood materiaal → kringlopen

Voedselketens

micro-organismen als producent/voedselbron

Symbiose

samenleven met andere organismen

Ziekte

sommige soorten zijn pathogeen

Bodem

kringlopen en vruchtbaarheid

Opdracht: kies twee rollen en werk voor elke rol een concreet voorbeeld uit.


micro organismen : negatieve rollen


9

Sommige bacteriën veroorzaken ziekten.

Bacteriën kunnen voedsel doen bederven.

Sommige soorten produceren schadelijke stoffen.

Antibioticaresistentie maakt bepaalde bacteriële infecties moeilijker te behandelen.

Ziekte ≠ alle bacteriën

Antibiotica werken tegen bacteriën,
niet tegen virussen.


Bacteriën: positieve rollen


8

Afbraak van dood organisch materiaal → stoffen keren terug in kringlopen.


Bodembacteriën spelen een rol in de stikstofkringloop.

Voedingsproductie: yoghurt, kaas, zuurkool …


Productie van stoffen voor geneeskunde en biotechnologie.


Bacteriën in en op ons lichaam maken deel uit van het microbioom.

NATUUR

VOEDING

MENS

TECHNOLOGIE


5. Het microbioom


19

Het microbioom = de gemeenschap van micro-organismen in een bepaalde leefomgeving.

Op en in het menselijk lichaam leven zeer veel micro-organismen.


Belangrijke plaatsen: huid, mond, darmen, luchtwegen en geslachtsorganen.


Een microbioom kan bijdragen aan vertering, bescherming tegen ziekteverwekkers en andere lichaamsfuncties.


Samenstelling en evenwicht kunnen verschillen tussen personen en doorheen de tijd.

HUID

MOND

DARMEN

LUCHTWEGEN


Wat beïnvloedt het microbioom?


20

Voeding

Antibiotica

Leeftijd

Omgeving

Leefstijl

Een ‘gezond microbioom’ is niet één vaste lijst van soorten. Diversiteit en evenwicht zijn belangrijker dan één universele samenstelling.

Denkvraag: waarom kan een antibioticakuur ook nuttige bacteriën beïnvloeden?

Opdracht:

  • Herlees je theorie

  • maak je oefeningen in je boek.

  • Maak een samenvatting ( mindmap) om te kunnen antwoorden op de vragen --> doelen.


Verwerkingsopdracht – micro-organismen in het dagelijks leven


24

Werk per 2. Kies één casus.

Yoghurt maken

Voedselvergiftiging

Antibioticaresistentie

Een virale luchtweginfectie

Brood laten rijzen

Microbioom na een antibioticakuur

Beantwoord voor je casus:

Welk micro-organisme speelt een rol?

Welke eigenschappen zijn relevant?

Is de rol positief, negatief of beide?

Wat gebeurt er precies?

Hoe past dit bij één van de leerplandoelen?


Exit ticket – kan ik het leerplandoel?


25

Zonder cursus – 5 minuten

1. Geef één verschil tussen een bacterie en een virus.

2. Geef één positieve rol van micro-organismen in de natuur en leg uit.

3. Geef één negatieve rol en leg uit.

4. Geef één toepassing van een micro-organisme voor de mens.

5. Leg in 2–3 zinnen uit wat het microbioom is.


Synthese

Micro-organismen zijn klein,
maar hun rol in natuur en maatschappij is enorm.

Bacteriën • virussen • schimmels • microbioom • toepassingen

Volgende stap: Test jezelf