Les 25-3

timer
15:00
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

timer
15:00

Slide 1 - Slide

  • Huiswerkopdracht
  • Uitleg: je mening geven
  • Oefenen met je mening geven
  • Bespreken toets

Slide 2 - Slide

Ik kan mijn mening geven
Ik kan argumenten geven bij mijn mening
Ik kan voorbeelden bij mijn mening geven

Slide 3 - Slide

Gouden regels
  • Niet roepen door de klas, je steekt je hand op als je iets wil zeggen
  • Je behandelt elkaar met respect, je bent vriendelijk voor elkaar
  • Tijdens de les ben je bezig met het vak Nederlands, niet met andere dingen bijvoorbeeld op je laptop

Slide 4 - Slide

Wat verwacht ik van jullie
  • Respect
  • Veiligheid
  • Vriendelijkheid
  • Discipline

Slide 5 - Slide

Welke waarde heb je vandaag al laten zien en hoe heb je dat gedaan?

Slide 6 - Open question

Mening geven
Hoe geef je een mening?
Hoe geef je argumenten?
Hoe zorg ik dat een argument wordt ondersteund door een duidelijk voorbeeld?

Voorbeeld recensie

Slide 7 - Slide

Aantekening

Slide 8 - Slide


Schrijf/type zelf een recensie van een film/serie die je onlangs hebt gekeken.
Gebruik je aantekening.
timer
15:00

Slide 9 - Slide

Nakijken
Ruil je tekst met die van je buurman/buurvrouw
Controleer of de tekst aan alle punten voldoet


Slide 10 - Slide

Nakijken
We kijken de opdrachten van Spelling paragraaf 1 na
Zorg dat alle juiste antwoorden netjes in je schrift staan.

Slide 11 - Slide

Welk bijvoeglijk naamwoord is een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?
A
De lelijke kast
B
De metalen kast
C
De grijze kast
D
De oude kast

Slide 12 - Quiz

Laatste letter -d of -t
A
asfalt
B
asfald

Slide 13 - Quiz

Laatste letter -d of -t
A
uitstekent
B
uitstekend

Slide 14 - Quiz

In welke zin zijn de hoofdletters en leestekens juist geplaatst?


A
Piet is kwaad omdat hij straf heeft.
B
Piet is kwaad, omdat hij straf heeft.
C
Piet is kwaad omdat, hij straf heeft.
D
Piet is kwaad. Omdat hij straf heeft.

Slide 15 - Quiz

verkleinwoorden

Wat is het verkleinwoord van baby?
A
babytje
B
babietje
C
baby'tje
D
kleine baby

Slide 16 - Quiz

Laatste letter een -t of -d?
werel__ - flui__ - eikenhou__
A
wereld - fluit - eikenhoud
B
wereld - fluit - eikenhout
C
werelt - fluit - eikenhout
D
wereld - fluid - eikenhout

Slide 17 - Quiz

Wat is geen bijvoeglijk naamwoord?
A
groene
B
sterke
C
man
D
boze

Slide 18 - Quiz

Meervoud: wat is het meervoud van piano?
A
pianos
B
pianoos
C
piano's
D
pianoo's

Slide 19 - Quiz

Welk bijvoeglijk naamwoord is een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?
A
rode
B
zachte
C
gouden
D
mooie

Slide 20 - Quiz

Wat is goed geschreven? Let op de hoofdletters en leestekens.
A
's Morgens spreken we een uur lang engels.
B
's Morgens spreken we een uur lang Engels.
C
s' Morgens spreken we een uur lang Engels.
D
'S morgens spreken we een uur lang Engels.

Slide 21 - Quiz

Verkleinwoorden
A
display'tje
B
displaytje

Slide 22 - Quiz

Verkleinwoord.
Wat is het verkleinwoord van appel?
A
appeltje
B
appelje
C
appel'tje
D
appeletje

Slide 23 - Quiz

Verkleinwoord.
Wat is het verkleinwoord van de kano?
A
Kano'tje
B
Kanotje
C
Kanoo'tje
D
Kanootje

Slide 24 - Quiz

meervouden

Wat is het meervoud van idee?
A
idees
B
ideeen
C
ideeën
D
ideën

Slide 25 - Quiz

Waar staan de hoofdletters en leestekens goed?
A
In Frankrijk staat in Parijs de Eifeltoren.
B
In Frankrijk staat in Parijs de eifeltoren.
C
In Frankrijk staat in parijs de eifeltoren.

Slide 26 - Quiz

Hoofdletters en leestekens

Wanneer gebruik je geen hoofdletter?
A
aan het begin van de zin
B
bij namen
C
namen van dagen, maanden, seizoenen en windstreken
D
bij woorden die van aardrijkskundige namen zijn afgeleid

Slide 27 - Quiz

Wat heb je geleerd deze les?

Slide 28 - Open question

Aan welke waarde ga je vandaag werken en hoe ga je dat doen?

Slide 29 - Open question

Cursus 7 Speling
Paragraaf 4

Slide 30 - Slide