Keuzedeel ondernemerschap MBO, 7 maart, W3 herhalen begrippen en quiz financieel plan

1 / 44
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

D1-K1: Start en/of runt een zzp-onderneming
D1-K1-W1: Bepaalt het (toekomst)beeld van de onderneming
D1-K1-W2: Geeft de zzp-onderneming/eenmanszaak vorm
D1-K1-W3: Regelt het financiële gedeelte (van het opstarten) van de onderneming
D1-K1-W4: Bewaakt, registreert en verantwoordt de financiële situatie
D1-K1-W5: Presenteert en promoot de onderneming
D1-K1-W6: Koopt in voor de onderneming (producten en/of diensten)
D1-K1-W7: Verwerft opdrachten/bindt klanten

Slide 2 - Slide

Leerdoelen:
  • Ik heb kennis opgehaald, die ik in eerdere lessen heb opgedaan.
  • Ik weet wat een balans is.
  • Ik kan een investeringsbegroting opstellen.
  • Ik kan een financieringsbegroting opstellen.
  • Ik kan een exploitatiebegroting opstellen.
  • Ik kan een liquiditeitsbegroting opstellen.
  • Ik kan een privé-begroting opstellen.
Hierna kun je verder met opdracht 5 en het onderdeel 'financieel plan' in het ondernemersplan.

Slide 3 - Slide

Financieel plan / opdracht 5
  • openingsbalans cq investerings- & financieringsbegroting 
  • exploitatiebegroting
  • liquiditeitsbegroting
  • privé-begroting 

Tip: gebruik het template van Qredits (zie it's learning)

Slide 4 - Slide

Investeringsbegroting

In de investeringsbegroting zet je op een rij wat je minimaal aan bedrijfsmiddelen en geld nodig hebt om je bedrijf te starten. De investeringsbegroting is onderverdeeld in vaste activa en vlottende activa.

Op de investeringsbegroting zet je alle bedragen exclusief btw. Je moet de btw natuurlijk wel betalen aan de leveranciers. Deze btw neem je in de investeringsbegroting op als ‘voorfinanciering btw’.

Slide 5 - Slide

Financieringsbegroting

In de financieringsbegroting werk je uit hoe je de investeringen in jouw investeringsbegroting gaat bekostigen. Dit kan met eigen vermogen, vreemd vermogen of een combinatie van die 2.

Investeringsbegroting + financieringsbegroting = openingsbalans.
Momentopname bij de start van je bedrijf. 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Slide

Debet
Credit

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Exploitatiebegroting
In de exploitatiebegroting, of winst- en verliesrekening, bereken je of het bedrijf winstgevend is. 

Je maakt een inschatting van de omzet. Daarna bekijk je wat de kosten zijn om het bedrijf draaiende te houden. Daarmee kun je berekenen of je bedrijf winst of verlies gaat maken.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 16 - Slide

Liquiditeitsbegroting
Met de liquiditeitsbegroting volg je het geld. In deze begroting neem je de verwachte geldinkomsten en gelduitgaven per maand op. Met een liquiditeitsbegroting begroot je hoeveel geld er daadwerkelijk op de bank staat. 
Je hebt zo inzicht of er op alle momenten voldoende geld is om aan je verplichtingen te voldoen of ruimte voor investeringen. Zorg dat de bedragen inclusief btw zijn.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Privé-begroting
Omdat de onderneming (een deel van) jouw inkomen op moet leveren, is een privébegroting belangrijk om te maken. Je legt hiermee de verbinding tussen de privé-uitgaven en de daarvoor benodigde ondernemerswinst.

Als ondernemer krijg je te maken met wisselende inkomsten. Een groot deel van de uitgaven ligt al wel vast. Maak daarom een overzicht van je uitgaven en ga hierbij uit van je huidige uitgavenpatroon. Met dat overzicht weet je welk bedrag je nodig hebt om de privé-uitgaven op hetzelfde niveau te houden als je een onderneming start.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Voor alle begrotingen van het financiële plan geldt dat de bedragen exclusief btw worden vermeld
A
juist
B
onjuist

Slide 24 - Quiz

De linkerkant van de balans heeft de debetzijde
A
juist
B
onjuist

Slide 25 - Quiz

Welke uitspraak is juist?
1. aan de creditzijde van de balans staan de schulden
2. een ander woord voor schulden is passiva
A
Beide uitspraken zijn juist
B
uitspraak 1 is juist, uitspraak 2 is onjuist
C
uitspraak 1 is onjuist, uitspraak 2 is juist
D
beide uitspraken zijn onjuist

Slide 26 - Quiz

Welke uitspraak is juist?
1. Je voorraad valt onder vlottende activa.
2. De inrichting van je bedrijfspand valt onder vlottende activa.
A
Beide uitspraken zijn juist
B
uitspraak 1 is juist, uitspraak 2 is onjuist
C
uitspraak 1 is onjuist, uitspraak 2 is juist
D
beide uitspraken zijn onjuist

Slide 27 - Quiz

Op de balans staan zowel debiteurs als crediteurs. Verbind de term met de juiste toelichting.
Iemand die jij nog moet betalen, bijvoorbeeld een leverancier
Iemand die nog aan jou moet betalen, bijvoorbeeld een klant
Crediteur
Debiteur

Slide 28 - Drag question

Is de volgende uitspraak juist of onjuist? De inschrijfkosten die je moet betalen als je je bij de KVK gaat inschrijven zijn een voorbeeld van aanloopkosten.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 29 - Quiz

Je gaat voor je onderneming een printer kopen. Inclusief btw koste deze € 2399,- en exclusief btw kost deze € 1982,60. Welk bedrag noteer je bij voorfinanciering btw op je investeringsbegroting?
A
€ 416,40
B
€ 1982,60
C
€ 2399,-
D
€ 4381,60

Slide 30 - Quiz

Is de volgende uitspraak juist of onjuist? Op de financieringsbegroting staan de begrippen enkel vermogen en vreemd vermogen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 31 - Quiz

Is de volgende uitspraak juist of onjuist? Belangrijke onderdelen van de exploitatiebegroting zijn omzet, inkoopkosten, brutowinst, algemene kosten en financieringsvormen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 32 - Quiz

Is de volgende uitspraak juist of onjuist? Op de liquiditeitsbegroting staan de bedragen inclusief btw.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 33 - Quiz

Een klant heeft producten gekocht waar je geld voor ontvangt. Welke uitspraak juist over dit geld?
A
Het geld is een liquide middel zodra je de btw erover betaald aan de belastingdienst.
B
Het geld is een liquide middel zodra je het geld ontvangen hebt.
C
Het geld is een liquide middel zodra je weet dat de klant het gaat betalen.
D
Het geld zal nooit een liquide middel worden omdat het van de klant afkomstig is.

Slide 34 - Quiz

Bij welke begroting hoort deze uitspraak?

'ik krijg iedere maand huur- en zorgtoeslag'
A
Exploitatiebegroting
B
liquiditeitsbegroting
C
privé begroting
D
financieringsbegroting

Slide 35 - Quiz

Bij welke begroting hoort deze uitspraak?

'ik heb in ieder geval een auto nodig om mijn dienst te kunnen leveren'
A
Investeringsbegroting
B
liquiditeitsbegroting
C
privé begroting
D
financieringsbegroting

Slide 36 - Quiz

Bij welke begroting hoort deze uitspraak?

'Ik leen geld van mijn familie om te kunnen starten met ondernemen'
A
Investeringsbegroting
B
liquiditeitsbegroting
C
privé begroting
D
financieringsbegroting

Slide 37 - Quiz

Bij welke begroting hoort deze uitspraak?

'ik wil weten hoeveel omzet ik moet draaien om winst te kunnen maken'
A
exploitatiebegroting
B
liquiditeitsbegroting
C
privé begroting
D
financieringsbegroting

Slide 38 - Quiz

Bij welke begroting hoort deze uitspraak?

'ik zorg dat ik voortdurend voldoende geld in kas heb om rekeningen te kunnen betalen'
A
exploitatiebegroting
B
liquiditeitsbegroting
C
privé begroting
D
financieringsbegroting

Slide 39 - Quiz

Upload een emoji die aansluit bij jouw gevoel/modus na deze les:

Slide 40 - Open question

Bedrijfsbezoek dinsdag 28 maart






Ga op dinsdag 28 maart mee naar Eindhoven 
voor een uniek kijkje achter de schermen!

Slide 41 - Slide

 SX Eindhoven is dé plek in Nederland waar sport, marketing en media samenkomen.
Meer dan 50 ondernemers hebben daar hun kantoor en állemaal zijn ze gek op sport. Speciaal voor studenten van het Johan Cruyff College is dit programma samengesteld:

- Een rondleiding door SX
- Een presentatie van sportmarketingbureau Triple Double
- Een workshop waarin je aan de slag gaat met je ‘personal branding’ in je sport
- En je kunt Jordy Koppen van PSV álles vragen over het gebruik van social media (in de sport).
- Optioneel kun je een bezoek brengen aan het Philips Stadion van PSV.

Het programma is dinsdag 28 maart van 10.00-14.45 uur in Eindhoven.

Slide 42 - Slide

Opdracht 5
  • Deadline is vrijdag 10 maart.
  • Overleg met Noortje of Yvonne als je nog niet bij bent qua opdrachten en/of nog feedback verwacht.
  •   Tip! Werk je urenregistratie bij.
     
Volgende les
Dinsdag 14 maart
W1 t/m W7: Samenstellen van het plan voor je onderneming

Slide 43 - Slide

Aan de slag! Maak jouw begroting(en)

Slide 44 - Slide