Opleiding, verzekeren, lenen (Bedrijfseconomie havo), les 3: Terugblik quiz

Een hoorcollege aan een technische universiteit in Helsinki

EXAMENSTOF · PERSOON · GELDKEUZES

Quiz

Terugblik: Opleiding, verzekeren, lenen

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over opleiding, verzekeren en lenen, inclusief rekenvragen.

Items in this lesson

Een hoorcollege aan een technische universiteit in Helsinki

EXAMENSTOF · PERSOON · GELDKEUZES

Quiz

Terugblik: Opleiding, verzekeren, lenen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Tungsten / Wikimedia Commons, publiek domein

Waarom is de interest bij consumptief krediet meestal hoger dan bij hypothecair?

A

Consumptief krediet is altijd een veel groter bedrag

B

Bij consumptief krediet hoef je niets af te lossen

C

Een woning is minder waard dan een auto

D

Zonder onderpand loopt de bank meer risico

Syllabus 11.2.3: bij hypothecair krediet is de woning onderpand, dus de bank loopt minder risico. Verwachte fout: denken dat de hoogte van de interest met het bedrag te maken heeft.

Vul in

Bij een doorlopend krediet kun je binnen een kredietlimiet geld opnemen; je betaalt interest over het opgenomen bedrag.

doorlopend krediet
kredietlimiet
persoonlijke lening
huurkoop

Syllabus 11.2.3. Verwachte fout: persoonlijke lening, die heeft een vast bedrag en geen limiet.

Wat klopt bij private lease van een auto?

A

Je bent eigenaar zodra je de auto ophaalt

B

Je betaalt maandelijks en wordt nooit eigenaar

C

Je lost een persoonlijke lening af met vaste aflossing

D

Je betaalt interest over een kredietlimiet

Syllabus 11.2.3: private lease is gebruik tegen een vast maandbedrag. Verwachte fout: denken dat je na de leaseperiode eigenaar wordt, zoals bij huurkoop.

Wanneer wordt de koper bij huurkoop eigenaar?

A

Na betaling van de laatste termijn

B

Direct bij de aanschaf

C

Na betaling van de eerste termijn

D

Nooit, de koper blijft huurder

Syllabus 11.2.3: bij huurkoop gaat de eigendom pas over na de laatste termijn. Verwachte fout: direct bij de aanschaf, wat bij koop op afbetaling geldt.

Welke verzekering is een schadeverzekering?

A

Een uitkering aan nabestaanden bij overlijden

B

Een bedrag dat je spaart voor een opleiding

C

Een verzekering tegen brand in je huis

D

Een lening met je woning als onderpand

Syllabus 11.2.2: een brandverzekering vergoedt schade aan bezit. Verwachte fout: de uitkering bij overlijden, dat is een levensverzekering.

Een doorlopend krediet heeft een limiet van € 5.000. Jij hebt € 3.200 opgenomen. De interest is 9% per jaar. Hoeveel interest betaal je over een jaar?

A

€ 450

B

€ 288

C

€ 162

D

€ 3.488

Syllabus 11.2.5: de interest gaat over het opgenomen bedrag: 3.200 × 0,09 = 288. Controle: 3.200 × 9 = 28.800, gedeeld door 100 is 288. Fouten: € 450 is 9% van de limiet (5.000 × 0,09), € 162 is 9% van het niet opgenomen deel (1.800 × 0,09), € 3.488 is opgenomen bedrag plus interest.

Sem leent € 8.000 en lost elke maand € 250 af. Wat is de schuldrest na 12 maanden?

A

€ 7.750

B

€ 5.250

C

€ 3.000

D

€ 5.000

Syllabus 11.2.5: de aflossing per maand is gegeven. Na 12 maanden is 12 × 250 = 3.000 afgelost, dus de schuldrest is 8.000 min 3.000 = 5.000. Fouten: € 7.750 is de schuldrest na één maand, € 5.250 na 11 maanden, € 3.000 is het afgeloste bedrag.

Wat levert opleiding op voor de samenleving?

Syllabus 11.1: een goed antwoord noemt bijvoorbeeld meer kennis en vaardigheden, een beter werkende arbeidsmarkt of meer belastinginkomsten. Verwachte fout: alleen het hogere salaris van de student noemen, dat is een baat voor het individu.

Welke overweging bij het kiezen van een opleiding is niet-financieel?

A

Het salaris na de opleiding

B

Het collegegeld per jaar

C

De kosten van de boeken

D

Het vak past bij wat je leuk vindt

Syllabus 11.1: niet-financiële overwegingen gaan over interesse, werksfeer en wat bij je past. De andere opties zijn kosten of baten in geld. Verwachte fout: salaris, omdat dat bij de keuze belangrijk voelt.

Welke betaling verkleint de schuldrest van een lening?

A

De interest

B

De aflossing

C

De premie

D

De totale kosten van het krediet

Syllabus 11.2.4: de aflossingsverplichting betaalt een deel van het geleende bedrag terug en verkleint zo de schuldrest. De interest is de prijs van het lenen en verkleint de schuld niet. Verwachte fout: de interest, omdat je die ook elke periode betaalt.

Eva leent € 5.000 en betaalt in totaal € 5.600 terug. Wat zijn de € 600?

A

De schuldrest

B

De aflossing

C

De totale kosten van het krediet

D

De premie

Syllabus 11.2.4: wat je meer terugbetaalt dan je leent zijn de kosten van het krediet (interest). Verwachte fout: de aflossing, omdat het een terugbetaling is.

Je sluit een lening af met een vaste maandlast. Wat is een gevolg?

A

Je houdt elke maand minder over voor andere uitgaven

B

Je betaalt in totaal minder terug dan je leent

C

Je schuldrest stijgt elke maand

D

Je hoeft geen interest meer te betalen

Syllabus 11.2.4: een financieel gevolg van krediet is dat de vaste betaling per maand minder geld overlaat voor andere uitgaven. Verwachte fout: denken dat je minder terugbetaalt dan je leent, terwijl je juist interest betaalt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · PERSOON · GELDKEUZES

Goed gedaan!

Je kunt nu een opleiding als investering uitleggen, verzekeringen en kredietvormen onderscheiden en interest, aflossing en schuldrest berekenen.

This item has no instructions