AI, slim bekeken · Groep 3-4 · 3. Vragen aan de computer

AI, SLIM BEKEKEN

Vragen aan de computer

Wij bedenken een vraag voor de chatbot, en checken of het antwoord klopt.

GROEP 3-4 · LES 3 · 45 MIN

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDigitale geletterdheidBasisschoolGroep 3,4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

De leerkracht stelt vragen aan een chatbot op het digibord en groep 3-4 bedenkt de vragen. Samen checken ze of de antwoorden kloppen, en leren ze wat je niet vertelt aan een computer.

Instructions

Items in this lesson

AI, SLIM BEKEKEN

Vragen aan de computer

Wij bedenken een vraag voor de chatbot, en checken of het antwoord klopt.

GROEP 3-4 · LES 3 · 45 MIN

AI, slim bekeken: leerlijn AI-geletterdheid. Groep 3-4, les 3 van 4 (45 minuten). Lijn: gebruiken.

Kerndoel: PO 22D: verantwoord interacteren met een AI-systeem; 22B: betrouwbaarheid van informatie; 24A: niet zomaar persoonsgegevens delen.

AILit: Engage 3 (een uitkomst accepteren, aanpassen of afwijzen), Manage 1.

Voorbereiding: Een AI-chatbot open op het digibord, met het account van de leerkracht (leerlingen typen niet zelf). Zonder internet lees je de voorbeeldantwoorden voor. Een informatieboek of foto van een spin om de poten te tellen. Het woord 'aardbei' groot op het bord, of zeven kaartjes met elk één letter.

De volledige docentenhandleiding staat als bijlage bij deze les. Image credit: sofatutor / Unsplash

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Dit ga je leren

  • Ik kan een duidelijke vraag bedenken.

  • Ik weet dat ik een antwoord van de computer moet checken.

  • Ik weet dat ik mijn naam en adres niet aan een computer geef.

AI, SLIM BEKEKEN

Lees de doelen voor en vraag wat de leerlingen al weten. Kom er aan het eind van de les op terug.

Aan wie vraag jij iets als je het niet weet?

1

Papa, mama of opa en oma

2

De juf of meester

3

Ik kijk in een boek

4

Aan de computer

AI, SLIM BEKEKEN · GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

  1. Lees de vraag en de antwoorden voor en laat kiezen. 2. Vraag: 'Hoe weet je of het antwoord klopt?' Verwacht: 'omdat mama het zegt'. 3. Zeg: 'Vandaag vragen we iets aan een computer die kan schrijven en praten. Die heet een chatbot. En we kijken of zijn antwoord klopt.'

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Een chatbot

  • Een chatbot is een computer die antwoord geeft.

  • Hij heeft geleerd van heel veel teksten.

  • Soms klopt zijn antwoord niet.

AI, SLIM BEKEKEN

  1. Laat de chatbot op het digibord zien. 2. Zeg: 'Je typt een vraag en de computer schrijft een antwoord. Hij heeft meer teksten gelezen dan alle boeken in de bibliotheek. Maar hij kan zich vergissen.' 3. Zeg: 'Kinderen gebruiken zo'n chatbot niet alleen. Alleen samen met een grote mens. Daarom typ ik vandaag.' Misvatting: 'er zit iemand in de computer die typt'. Zeg: 'Nee, de computer maakt het antwoord zelf, heel snel.'

Image credit: Joseph Ogbonnaya / Unsplash

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Een goede vraag

  • Zeg precies wat je wil weten.

  • Houd je vraag kort.

  • Zeg erbij: leg het uit voor een kind.

AI, SLIM BEKEKEN

  1. Lees voor. 2. Zeg: 'Alleen het woord spin is geen goede vraag. Wat wil je dan weten? Hoeveel poten heeft een spin, dat is wel duidelijk.' 3. Zeg: 'Zeg je erbij dat hij het moet uitleggen voor een kind van 7, dan gebruikt de chatbot makkelijke woorden.'

Image credit: AMONWAT DUMKRUT / Unsplash

Welke vraag is het duidelijkst?

A

Spin?

B

Hoeveel poten heeft een spin?

C

Vertel eens iets.

D

Hoe zit het met dieren?

  1. Lees alle vragen voor en laat kiezen. 2. Zeg: 'Bij 'Hoeveel poten heeft een spin?' weet de chatbot precies wat je wil weten. Bij de andere vragen moet hij raden.' Misvatting: 'Hoe zit het met dieren?' lijkt een echte, lange vraag. Zeg: 'Lang is niet hetzelfde als duidelijk. Welk dier? Wat wil je weten?'

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Vraag 1: de spin

OP HET DIGIBORD

Hoeveel poten heeft een spin? Leg het uit voor een kind van 7.

Een spin heeft acht poten! Vier aan elke kant van zijn lijf. Daarom is een spin geen insect. Een insect, zoals een mier of een vlieg, heeft zes poten.

AI-ANTWOORD

Praat erover

Klopt dit? Hoe kunnen we dat checken?

AI, SLIM BEKEKEN

Leerlingen gebruiken zelf geen AI (onder 13 alleen onder toezicht). Jij typt de vraag op het digibord, de klas denkt mee. Zonder internet: klik door naar het voorbeeldantwoord.

Laat eerst voorspellen wat de AI antwoordt; één klik toont het voorbeeldantwoord.

  1. Typ de vraag op het digibord, of lees het voorbeeldantwoord voor. 2. Vraag: 'Klopt dit? Hoe weten we dat zeker?' Verwacht: in een boek kijken, tellen op een foto. 3. Laat de foto van de spin zien en tel samen de poten: acht. 4. Zeg: 'Het klopt. We geloofden het niet zomaar, we hebben het gecheckt. Dat doen we altijd.'

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Vraag 2: letters tellen

OP HET DIGIBORD

Hoeveel letters heeft het woord aardbei?

Het woord aardbei heeft 8 letters: a-a-r-d-b-e-i.

AI-ANTWOORD

Praat erover

Tel zelf mee. Klopt het?

AI, SLIM BEKEKEN

Leerlingen gebruiken zelf geen AI (onder 13 alleen onder toezicht). Jij typt de vraag op het digibord, de klas denkt mee. Zonder internet: klik door naar het voorbeeldantwoord.

Laat eerst voorspellen wat de AI antwoordt; één klik toont het voorbeeldantwoord.

  1. Typ de vraag of lees het voorbeeld voor. Geeft de chatbot live het goede antwoord, gebruik dan dit voorbeeld: zo'n fout gebeurt echt. 2. Wijs het woord aardbei aan en tel met de klas hardop: a, a, r, d, b, e, i. Zeven! 3. Vraag: 'Klonk de computer zeker?' Ja. 'Klopte het?' Nee. 4. Zeg: 'De computer schreef zelf zeven letters op en zei toch acht. Hij kan zich vergissen en toch heel zeker klinken.'

Stelling: De computer weet altijd het goede antwoord.

1

Duim omhoog: waar

2

Duim omlaag: niet waar

3

Weet ik niet

AI, SLIM BEKEKEN · GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

  1. Zeg: 'Duim omhoog is eens, duim omlaag is oneens.' 2. Vraag een paar kinderen waarom. Na de aardbei doen de meeste kinderen duim omlaag. 3. Zeg: 'De computer weet veel, maar niet alles. Je weet niet wanneer hij het fout heeft. Daarom check je altijd.' Sommige kinderen zeggen 'meestal wel': dat klopt ook.

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Zo check je een antwoord

  • Kijk in een boek.

  • Vraag het aan een grote mens.

  • Tel of kijk zelf, als dat kan.

AI, SLIM BEKEKEN

  1. Lees voor. 2. Zeg: 'Bij de spin telden we poten op een foto. Bij de aardbei telden we letters.' 3. Vraag: 'Hoe zou je checken hoe groot een olifant is?' Verwacht: in een boek kijken, het vragen aan de juf of meester.

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Wij bedenken de vraag

DIGIBORD

  1. Bedenk samen met je buur een vraag voor de chatbot.

  2. Maak je vraag kort en duidelijk.

  3. De juf of meester typt een paar vragen in.

  4. Klopt het antwoord? Duim omhoog of omlaag. Hoe checken we het?

11

minute

00

second

11 minuten

AI, SLIM BEKEKEN

  1. Zeg: 'Bedenk met je buur een vraag over dieren, de ruimte of het weer.' Geef 2 minuten. 2. Laat een paar tweetallen hun vraag zeggen. Kies er drie en typ ze in, met 'leg het uit voor een kind van 7' erachter. 3. Lees elk antwoord voor en vraag: 'Snap je het? Klopt het? Hoe checken we het?' 4. Voorbeeld als het stil blijft: 'Waarom is de lucht blauw?' Goed antwoord: zonlicht heeft alle kleuren, en blauw licht wordt door de lucht het meest alle kanten op verspreid. Typ geen vragen met namen van kinderen of over klasgenoten.

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Veilig vragen

  • Zeg nooit je naam, adres of school.

  • Stuur geen foto van jezelf.

  • Gebruik een chatbot alleen met een grote mens.

AI, SLIM BEKEKEN

  1. Lees voor. 2. Zeg: 'Wat je in een chatbot typt, gaat naar een computer van een bedrijf, ver weg. Je weet niet wat daarmee gebeurt. Daarom vertel je nooit wie je bent of waar je woont.' 3. Zeg: 'Veel chatbots zijn pas voor kinderen vanaf 13 jaar. Daarom doe je het samen met een grote mens.' Misvatting: 'de computer is aardig, dus het mag'. Zeg: 'Aardig klinken is niet hetzelfde als veilig.'

Mag je dit aan een chatbot vragen of vertellen?

Mag wel

Liever niet

Een vraag over dino's

Je adres

Een raadsel

Een foto van jezelf

Je naam en je school

Hoe groot is de maan?

AI, SLIM BEKEKEN · GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

  1. Lees elk item voor en laat een kind slepen. 2. Vraag bij de foto: 'Waarom niet?' Verwacht: je gezicht laat zien wie je bent. 3. Zeg: 'Alles wat zegt wie je bent of waar je woont, gaat in liever niet. Vragen over dino's of de maan mogen, samen met een grote mens.'

De computer geeft een antwoord. Wat doe je?

A

Het meteen geloven

B

Het aan iedereen vertellen

C

Eerst checken of het klopt

D

Nooit meer iets vragen

Exitvraag. 1. Lees voor en laat kiezen. 2. Zeg: 'Eerst checken: in een boek, bij een grote mens of door zelf te tellen.' Misvatting: 'meteen geloven'. Vraag: 'Weet je nog, de aardbei?' 3. Zeg: 'Nooit meer iets vragen hoeft ook niet. De computer kan helpen, als je checkt.'

GROEP 3-4 · LES 3 · GEBRUIKEN

Woorden van vandaag

chatbot Een computer waar je een vraag aan stelt. Hij schrijft een antwoord.

vraag Wat je wil weten. Kort en duidelijk werkt het best.

checken Kijken of iets echt klopt, bijvoorbeeld in een boek.

privé Dingen over jou, zoals je naam en adres. Die geef je niet aan een computer.

AI, SLIM BEKEKEN

Herhaal de woorden kort. Laat leerlingen er een zin mee maken of er een aanwijzen die ze nu beter snappen.