Aanhalingstekens

Aanhalingstekens
1 / 15
next
Slide 1: Slide
TaalBasisschoolGroep 6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Aanhalingstekens

Slide 1 - Slide

,
!
?
.

Slide 2 - Drag question

Hoe heten de leestekens die hierboven staan? Sleep de juiste naam naar het juiste leesteken.
aanhalingsteken
komma
punt
puntkomma
vraagteken

Slide 3 - Drag question

Les 9 Aanhalingstekens
Doel:
Je kunt aanhalingstekens op de juiste manier gebruiken in zinnen en bij woorden.
Zoals:
"Wat groeien jullie hard in Snappet", zegt de juf.

Slide 4 - Slide

Om welke 3 redenen kun je aanhalingstekens plaatsen?
A
bij een citaat
B
als je een woord extra aandacht wil geven
C
bij een naam
D
als je iets niet precies bedoelt zoals je het zegt

Slide 5 - Quiz

(Een citaat is datgene wat iemand letterlijk zegt)

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Link

Hoe worden de aanhalingstekens in deze zin gebruikt?
De juf vraagt: "Wie wil voorlezen?"
A
om een citaat aan te geven
B
om een woord extra aandacht te geven
C
om aan te geven dat iets niet letterlijk bedoeld wordt

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Link

Hoe worden de aanhalingstekens in deze zin gebruikt?
Tjonge, wat ben je weer 'snel' klaar.
A
om een citaat aan te geven
B
om een woord extra aandacht te geven
C
om aan te geven dat iets niet letterlijk bedoeld wordt

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide

In welke zin staan de aanhalingstekens goed? Eerst goed kijken voordat je kiest!
A
"Juf Kim zei": We gaan buiten spelen.
B
Juf Kim zei: "We gaan buiten spelen".
C
Juf Kim zei: "We gaan buiten spelen."
D
"Juf Kim zei: We gaan buiten spelen."

Slide 12 - Quiz

Zet de aanhalingstekens op de goede plek.
De juf roept, pas op voor die bal!

Slide 13 - Open question

TAAL

Thema 6: les 9

Opdracht 2 
Daarna nog 20 opdrachten in de plus. 

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Link