Taalbeschouwing: DEEL 3 Semantiek: voornamen

Semantiek - betekenisleer
Betekenis is een bijzondere eigenschap van 
woorden, zinnen en teksten
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Semantiek - betekenisleer
Betekenis is een bijzondere eigenschap van 
woorden, zinnen en teksten

Slide 1 - Slide

Betekenis bij woorden
Arbitrair/willekeurig/toevallig - de relatie tussen woord en betekenis is arbitrair/willekeurig/toevallig
Synonymie - meerdere woorden die hetzelfde betekenen
Denotatie - de woordenboekbetekenis
Connotatie - gevoelsbetekenis die per persoon kan verschillen (bijv. het woord toetsweek)

Slide 2 - Slide

Betekenis bij zinnen
Inhoudelijke betekenis van woorden
Kennis van de grammatica
Context

Voorbeeld van belang van grammaticale kennis:
De prins kust de prinses. 
De prinses kust de pins.
Voorbeeld van belang kennis van de context:
Ik heb het koud (mededeling of verzoek)

Slide 3 - Slide

Bedenk nu zelf een zin waarbij de grammaticale kennis belangrijk is voor de betekenis. Je mag het werkwoord kussen niet gebruiken.

Slide 4 - Open question

Betekenis bij teksten
Multi-interpretabel - gedichten

Eenduidige betekenis - juridische teksten

Slide 5 - Slide

Hoeveel fouten zitten er in onderstaande zin:

Volgens hun zitten er drie fauten in deze zin.
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 6 - Quiz

Wanneer is onderstaande zin waar?
'Ik ben jarig'
A
op je geboortedag
B
altijd
C
op je feestje op de zaterdag na je verjaardag
D
in de week van je verjaardag

Slide 7 - Quiz

De waarheid
- Laat zich niet altijd eenvoudig vaststellen
- Wordt bemoeilijkt door de speelsheid van taal
- Het werk van taalfilosofen

Alleen van een  bewering kan je vaststellen of die waar is of niet. 

Slide 8 - Slide

Wanneer is een belofte waar?
Wanneer is een waarschuwing waar?

Slide 9 - Open question

Performatieve werkwoorden
Wanneer is een belofte waar?
Wanneer is een waarschuwing waar?

Performatieve werkwoorden zijn werkwoorden die zelf iets doen (beloven, waarschuwen, verzoeken, dopen, trouwen etc.) - het zijn daarom taaldaden.

Slide 10 - Slide

Welke toetsvraag heb jij bedacht naar aanleiding van de tekst?!

Slide 11 - Open question

Namen hebben geen betekenis maar een referent (object/wezen)
Veel namen hádden wel een betekenis
Er zijn ook namen zonder referent in de werkelijke wereld: 
Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind'ren van.
Raban! Raban! Raban!

Slide 12 - Slide