11/6 WKMD Code+ + grammatica Code+ hoofdstuk 6

                                          Welkom!
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

                                          Welkom!

Slide 1 - Slide

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Slide

Planning donderdag 11 juni
  • NOS Jeugdjournaal
  • De voltooide tijd en de verleden tijd
  • werkblad + werken in Code+
  • gesprekjes

Slide 3 - Slide

NOS Jeugdjournaal
  • wie?
  • wat?
  • waar?
  • wanneer?
  • waarom?
  • hoe? 

Slide 4 - Slide

 lesdoelen 
  • Ik kan zinnen maken met veelvoorkomende werkwoorden in de voltooide tijd.
  • Ik kan zinnen maken in de verleden tijd.

Slide 5 - Slide

Vul in.....
Vandaag ben ik naar school ...............(lopen)

Slide 6 - Open question

Vul in.....
Gisteren heb ik een cola...............(drinken)

Slide 7 - Open question

Grammatica hoofdstuk 6
  • Het voltooid deelwoord 

Slide 8 - Slide

Het voltooid deelwoord/perfectum 
Voltooid=verleden tijd (past), geweest

Slide 9 - Slide

Nu
de jongen
gooit
de bal

Slide 10 - Slide

de jongen gooit de bal
de jongen heeft de bal gegooid
nu
toen

Slide 11 - Slide

Toen = klaar

Slide 12 - Slide

Het voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord heeft altijd een hulpwerkwoord zijn of  hebben (of worden) nodig.
Voorbeeld: 
  • Ik ben gevallen.
  • Ik heb gefietst.
  • (De boodschappen worden gehaald.)

Slide 13 - Slide

Het hulpwerkwoord helpt het voltooid deelwoord

Ik heb gisteren de hele dag gewerkt.
De kok heeft heerlijk eten gekookt.

NIET:
Ik gewerkt gisteren de hele dag.

Slide 14 - Slide

Het voltooid deelwoord (perfectum)
Het voltooid deelwoord maak je vaak met  ge- voor het werkwoord.

Vorige week heb ik een mooie kast gezien.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

tekenen
ik _______
A
heb getekent
B
heeft getekend
C
heeft getekent
D
heb getekend

Slide 17 - Quiz

dansen
ik heb _____
A
gedanst
B
gedansd

Slide 18 - Quiz

bellen
jij___
A
heeft gebelt
B
hebt gebeld
C
hebt gebelt
D
heb gebeld

Slide 19 - Quiz

voetballen
___jij ............?
A
heb gevoetbalt
B
heeft gevoetbalt
C
heeft gevoetbald
D
heb gevoetbald

Slide 20 - Quiz

luisteren
ik heb ___
A
geluisterd
B
geluistert

Slide 21 - Quiz

werken
ik ___
A
heb gewerkt
B
heeft gewerkt
C
heb gewerkd
D
heeft gewerkd

Slide 22 - Quiz

Werkblad A1-A2 + A2
  • Anderen werken in Code+ 

Slide 23 - Slide

Dankjewel! Tot de volgende keer!

Slide 24 - Slide

 NOS Journaal in Makkelijke Taal
  • wie?
  • wat? 
  • wanneer?
  • waar? 
  • waarom?
  • hoe?

Slide 25 - Slide