Thema 3: De zorgvrager met multiple chronische pathologie
Hoofdstuk 2: De zorgvrager met COPD
05/05/2026
Sylvester Vanden Eede
Thema 3: De zorgvrager met multiple chronische pathologie
Hoofdstuk 2: De zorgvrager met COPD
05/05/2026
Sylvester Vanden Eede
Lesdoelen
De student kan de drie klinische hoofdsymptomen van COPD benoemen en de definitie van een 'pakjaar' correct weergeven.
De student kan het pathofysiologische verschil uitleggen tussen chronische bronchitis (ontsteking en slijm) en longemfyseem (destructie van alveoli en verlies van elasticiteit).
De student kan de gepaste diagnostische onderzoeken (zoals spirometrie, RX thorax en sputumonderzoek) koppelen aan de klachten van een zorgvrager om de ernst van de COPD te helpen bepalen.
De student kan de fysiologische kettingreactie van cor pulmonale ontleden, waarbij de link wordt gelegd tussen pulmonale hypertensie en het ontstaan van rechterhartfalen.
De student kan de urgentie van een COPD-exacerbatie beoordelen aan de hand van symptomen (zoals sputumkleur en ademhalingsfrequentie) en de veiligheid van zuurstoftherapie bewaken binnen de streefwaarde van 88-92%.
De student kan een integraal zorgplan opstellen voor een stabiele COPD-patiënt, waarin zowel medicamenteuze stappen (luchtwegverwijders) als niet-medicamenteuze interventies (rookstop, voeding en revalidatie) zijn opgenomen.
2.4 De zorgvrager met COPD
Definitie:
COPD is een chronische longaandoening waarbij er een blijvende vernauwing van de luchtwegen is, veroorzaakt door chronische bronchitis en/of longemfyseem.
Chronische bronchitis:
Langdurige ontsteking van de kleinere luchtwegen
Veel slijmproductie (sputum)
Hoesten staat op de voorgrond.
Longemfyseem:
Beschadiging van alveoli
Verlies van elasticiteit
Moeilijke uitademing + kortademigheid
2.4 De zorgvrager met COPD
2.4 De zorgvrager met COPD
Prevalentie:
+/- 800.000 Belgen lijden aan COPD
Slechts bij de helft van deze groep (400.000) is de diagnose daadwerkelijk gesteld.
COPD is momenteel de derde belangrijkste doodsoorzaak wereldwijd.
In België: in de top 5 doodsoorzaken
90% door roken
Vooral bij 65-plussers
Vroeger 'mannenziekte'
Bij vrouwen stijgt het aantal gevallen dratisch
2.4 De zorgvrager met COPD
Pathofysiologie:
De ontsteking:
Wanneer bijvoorbeeld sigarettenrook wordt ingeademd ==> ontstekingsreactie lichaam:
Je afweersysteem reageert hierop door ontstekingscellen ( neutrofiele, macrofagen en T-lymfocyten) naar de longen te sturen.
Deze cellen laten stoffen los die niet alleen de indringers aanpakken, maar ook gezond longweefsel.
2.4 De zorgvrager met COPD
Pathofysiologie:
De luchtwegen: chronische bronchitis:
De bronchiën die de lucht naar je longen brengen, zijn bij COPD constant ontstoken:
Hypertrofie van slijmklieren: de klieren die slijm produceren worden groter en talrijker.
Overmatige slijmproductie: dit leidt tot de typische 'rokershoest' en bemoeilijkt de doorgang van lucht.
Luchtwegvernauwing: door oedeem en fibrose in de wand van de bronchioli worden de luchtwegen nauwer en minder flexibel.
2.4 De zorgvrager met COPD
Pathofysiologie:
2.4 De zorgvrager met COPD
Pathofysiologie:
De longblaasjes: Emfyseem:
Emfyseem is de destructie van de alveolaire wanden.
Verliezen van elasticiteit: door de inwerking van enzymen wordt het elastine in de longblaasjes afgebroken. De longen verliezen hun 'rek'.
Destructie van septa: de wanden tussen de longblaasjes gaan kapot, waardoor vele kleine blaasjes samensmelten tot grote, slappe ruimtes.
Gaswisselingsstoornis: het totale oppervlak voor de opname van zuurstof en afgifte van CO2 neemt drastisch af.
2.4 De zorgvrager met COPD
Pathofysiologie:
2.4 De zorgvrager met COPD
Symptomen:
Kortademigheid (progressief)
Hoesten
Sputumproductie
Symptomen bij exacerbatie:
Meer sputum
Geel-groen sputum
Toename klachten
Labo: Hb daalt, CRP stijgt
2.4 De zorgvrager met COPD
Anamnese:
Rookgeschiedenis (10 pakjaren)
Inspanningsintolerantie
Frequent luchtweginfecties
Pakjaar:
Als je een jaar lang 20 sigaretten per dag rookt = 1 pakjaar
Rook je 40 sigaretten per dag = 2 pakjaren in een kalenderjaar
2.4 De zorgvrager met COPD
Diagnostische onderzoeken:
Sputumonderzoek:
Opsporen infectie
Ochtendsputum
RX thorax:
Inspiratiestand
Afwijkingen achter het hart zichtbaar maken
Andere zaken uitsluiten
2.4 De zorgvrager met COPD
Diagnostische onderzoeken: longscan
Ventilatiescan:
Inademen radioactief gas => verdeling in longen zichtbaar maken
Perfusiescan:
IV radioactief product ==> bloeddoorstroming naar de longen in beeld
2.4 De zorgvrager met COPD
Diagnostische onderzoeken: longscan
CT scan:
Beoordeling waar een afwijking zit
2.4 De zorgvrager met COPD
Diagnostische onderzoeken:
Bronchoscopie:
Kijken in de luchtwegen
Vervolg van voorgaande onderzoeken
Biopten kunnen genomen worden
Slijm kan afgenomen worden
2.4 De zorgvrager met COPD
Diagnostische onderzoeken:
Longfunctietesten: spirometrie
Onderzoek naar aard, ernst en oorzaak van kortademigheid
Voorbeelden:
Ademminuutvolume: hoeveelheid lucht dat verplaatst wordt per minuut
Eénsecondewaarde: hoeveelheid lucht die men gedurende de eerste seconde met kracht kan uitblazen na een maximale inademing. Normaal bij gezond jong persoon: 4.5l. Wordt uitgedrukt in % ESW
Longvolume: hoeveel lucht die de longen minimaal en maximaal kunnen bevatten.
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Cor pulmonale:
= hartfalen ==> rechter kant van het hart raakt overbelast door een probleem in de longen.
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Cor pulmonale:
Hoe ontstaat het?
Hoge druk in de longen: omdat de longen niet goed werken, trekken de bloedvaten in de longen samen. Hierdoor stijgt de bloeddruk in de longslagaders = pulmonale hypertensie
Harder werken: de rechterhelft van het hart moet nu veel harder persen om het bloed door die nauwe, weerbarstige longvaten te duwen.
Slijtage: net als een spier die te zwaar traint, wordt de rechterkant van het hart eerst dikker en daarna slap en uitgezet. Uiteindelijk kan het hart het niet meer aan.
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Cor pulmonale:
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Cor pulmonale:
Symptomen:
Dikke enkels en benen = oedeem ==> omdat het bloed niet vlot terugstroomt naar het hart.
Extreme vermoeidheid = het lichaam krijgt minder efficiënt zuurstofrijk bloed rondgepompt.
Opgezette aders in de hals = stuwing V. jugularis ==> doordat de druk in het bloedvatensysteem oploopt.
Kortademigheid = die nog erger is dan wat de patiënt al gewend was van de COPD
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Cor pulmonale:
Waarom is dit belangrijk bij COPD?
Cor pulmonale is vaak een complicatie van ernstige COPD
Teken dat de COPD ernstig is wanneer het hart er onder lijdt
Behandeling: O2- therapie ==> O2 opname in de longen te verbeteren en zo de druk op het hart te verlagen.
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Respiratoire insufficiëntie:
= ademhalingsfalen = longen zijn niet meer in staat om O2 op te nemen uit de lucht & CO2 af te geven aan de buitenlucht.
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Respiratoire insufficiëntie:
Twee types:
Hypoxemie (zuurstofgebrek):
Er komt te weinig O2 in het bloed. Door bijv. Emfyseem, waarbij de longblaasjes de O2 niet goed meer doorgeven.
Hypercapnie (te veel koolzuurgas):
Het lukt het lichaam niet om CO2 uit te blazen. Bij vergevorderde COPD zien we dit vaak. Luchtwegen zijn vernauwd ==> elasticiteit kwijt ==> CO2 blijft in lichaam ==> CO2 retentie (verwardheid/ slaperigheid)
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Respiratoire insufficiëntie:
Symptomen:
Extreme kortademigheid: stikkend gevoel, niet diep kunnen inademen.
Snelle ademhaling: hartslag en ademhaling gaan omhoog om tekort op te vangen
Cyanose: te weinig O2 in bloed
Verwardheid / hoofdpijn: teveel CO2 in bloed
2.4 De zorgvrager met COPD
Complicaties:
Respiratoire insufficiëntie:
Waarom is dit belangrijk bij COPD?
Bij COPD vaak:
Eindstadium van de ziekte
Ernstige beschadiging waarbij in rust ook onvoldoende O2 opgenomen wordt en onvoldoende CO2 uit geblazen wordt.
Nood aan ondersteuning met O2
2.4 De zorgvrager met COPD
Behandeling stabiele COPD:
Niet-medicamenteus:
Rookstop: enige maatregel om versnelde afname van longfunctie te stoppen
Beweging en revalidatie: traint de spieren = minder O2 nodig
Vaccinaties: om infecties te voorkomen (pneumokokken & Covid-19)
Voeding: eiwitrijk: Veel patiënten vallen doordat ademhalen meer energie kost.
2.4 De zorgvrager met COPD
Behandeling stabiele COPD:
Medicamenteus (inhalatoren):
Bronchodilatatoren:
Kortwerkend: snelle verlichting bij plotse benauwdheid
Langwerkend: basisbehandeling. Houden de luchtwegen 12-24u open
Inhalatiecorticoïden:
Anti-inflammatoir
Enkel als toevoeging bij veel exacerbaties of in combinatie met astma
2.4 De zorgvrager met COPD
Behandeling stabiele COPD:
Aanvullend (ernstige gevallen):
O2 therapie: bij chronisch O2 tekort (PaO2 <60mmHg)
Mucolytica: slijmen ophoesten
Chirurgie: longvolumereductie of transplantatie
2.4 De zorgvrager met COPD
Behandeling van exacerbaties:
Directe medicamenteuze aanpak:
Bronchodilatatoren:
kortwerkende worden direct verhoogd ==> aerosol
Corticosteroïden:
kuur met prednisolone ==> zwelling in de luchtwegen neemt af ==> versnelt herstel en verbeteren longfunctie
Antibiotica:
bij bacteriële infecties
2.4 De zorgvrager met COPD
Behandeling van exacerbaties:
Zuurstof en ademhalingssteun:
Zuurstoftherapie: via NB. Let op bij COPD patiënten mag men niet zomaar onbeperkt O2 geven ==> kan ademhalingsprikkel onderdrukken. Meestal streefwaarde van 88-92%.
NIV (niet-invasieve ventilatie): BIPAP om overtollig CO2 af te blazen. Dit apparaat helpt de patiënt met krachtige luchtstoten om dieper in en uit te ademen ==> CO2 daalt.
2.4 De zorgvrager met COPD
Behandeling van exacerbaties:
Ondersteunende zorg:
Kinesitherapie: helpen bij hoesten
Vochtbalans: dehydratatie of overvulling (cor pulmonale)