10.4 Halveringstijd

Leerdoelen


Je kunt:
-vraagstukken oplossen waarbij de halveringstijd een rol speelt;
-het begrip vervalkromme kennen;
-de activiteit en de gemiddelde activiteit berekenen.

1 / 31
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Leerdoelen


Je kunt:
-vraagstukken oplossen waarbij de halveringstijd een rol speelt;
-het begrip vervalkromme kennen;
-de activiteit en de gemiddelde activiteit berekenen.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Samenvatting
A=A0(21)nactiviteit(Bq)
n=t21thalveringstijd
N=N0(21)n
Agem=ΔtΔN
I=I0(21)n
n=d21d
c=fc
E=hf
Ef=λhc

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Geef de vervalvergelijking van I.
tip: er komt een ... deeltje vrij.

Slide 3 - Open question

beta - o -1 e
Geef de vervalvergelijking van Ra.
tip: er komt een ... deeltje vrij.

Slide 4 - Open question

alfa deeltje
2

Slide 5 - Video

This item has no instructions

00:22
Welke kern ontstaat bij het verval van Po-214?
(Je hoeft de vervalvergelijking niet in te leveren)

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

03:19
Let op!
In het filmpje wordt is de formule niet juist. De  formule moet zijn: 

Voor het aantal deeltjes
bij halveringstijd:


N(t)=N0(21)n
met 
n = t / t½

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Zoek in de BINAS tabel 25 de halveringstijd van Nikkel-65 op.
A
100 jaar
B
2,5 uur
C
12,7 uur
D
244 dagen

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Onder de halveringstijd van een stof wordt verstaan:
A
De tijd waarin gemiddeld een atoom halveert.
B
De tijd waarna de stof stabiel wordt.
C
De tijd waarin het aantal radioactieve kernen halveert.
D
Het goede antwoord staat er niet bij.

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Zie de figuur hiernaast van een radioactieve stof. Bepaal de halveringstijd uit de grafiek.

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Omschrijf in je eigen woorden hoe radiometrische datering met koolstof-14 ('koolstofdatering') werkt.
Je zult hier mogelijk zelf op zoek naar informatie moeten gaan (online).

Slide 11 - Open question

This item has no instructions


Hiernaast het verloop van een aantal radioactieve kernen.
1. Bepaal zo nauwkeurig mogelijk de halveringstijd van deze kernen.
2. Legt uit hoe uit de grafiek blijkt dat de activiteit van deze bron afneemt in de loop van de tijd.
3. Bepaal met behulp van de getekende raaklijn de activiteit op t = 2 s.

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Halveringstijd
Activiteit neemt af met tijd
Tijd waarin activiteit halveert wordt halveringstijd genoemd 
t21

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Activiteit
  • Activiteit: het aantal kernen dat per seconde vervalt
  • Bequerel (Bq): de eenheid van activiteit

De activiteit van een stof neemt af in de tijd. Na een bepaalde vaste tijd is nog maar de helft van de activiteit over, dit noemen we ook de halveringstijd

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Bepalen activiteit.
De helling van het N - t diagram is de activiteit.
A=ΔtΔN

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Activiteit
A (Bq)

Het aantal kernen dat per seconde vervalt.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Een radioactieve bron heeft op zeker moment een activiteit van 160 kBq. De activiteit is 8,0 uur later afgenomen tot 10 kBq.
Bereken de halveringstijd van de radioactieve stof van deze bron.

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Een radioactieve bron met een halveringstijd van 5,3 jaar had een beginactiviteit van 40 kBq. De huidige activiteit van deze bron is 5 kBq.
Bereken de ouderdom van deze bron

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

Plutonium komt niet voor in de natuur, maar kan ontstaan in een kernreactor.
De plutoniumisotoop Pu-240 is radioactief.
1. Geef aan welke soort isotoop Pu-240 uitzendt bij verval
2. Geef aan welke isotoop na het verval ontstaan is.
3. Is na het verval ontstane isotoop wel of niet radioactief? Licht je antwoord toe.

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Van een radioactieve bron met de poloniumisotooop Po-210 vervallen gedurende een uur 8,2*105 instabiele atoomkernen.
1. Bereken de gemiddelde activiteit van de radioactieve bron in die periode.
2. De activiteit van de radioactieve bron is in dat uur (vrijwel) constant. Verklaar dit.

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Lezen: 10.4 Halveringstijd
maken: 18/20/23

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

In een radioactieve bron bevindt zich Ni-63. In de beginsituatie is de activiteit 4,8 ∙ 10³ Bq. Bereken de activiteit na 456 jaar.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

In het begin heeft een bron met Kalium-42 een activiteit van 5,2∙10⁵ Bq. Geef de vervalvergelijking.
  • Bereken de activiteit na 3 dagen.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

In een radioactieve bron bevindt zich Cu-64. In de beginsituatie is de activiteit 2,8 ∙ 10³ Bq. Bereken de activiteit na 64 uur.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

In het begin heeft een bron met fosfor-30 een activiteit van 3,8∙10⁵ Bq. Geef de vervalvergelijking.
  • Bereken de activiteit na 12 minuten

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Maak een samenvatting van de theorie en lever een foto hiervan in.

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Hieronder kun je de vragen die je over dit stuk theorie hebt doorgeven.

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Fouten en suggesties
Heb je een fout gevonden in deze Lessonup, het nakijkboekje of de website?
Of heb je een suggestie of tip voor het verbeteren?
Geef het door via het foutenformulier!

Bedankt voor je inzet!

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions