Bronnenonderzoek Wereldoorlog 1 - 5DS

Bronnenonderzoek Wereldoorlog 1 - 5DS
1 / 14
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisSecundair onderwijs

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 150 min

Items in this lesson

Bronnenonderzoek Wereldoorlog 1 - 5DS

Slide 1 - Slide

Bronnenonderzoek 1

Slide 2 - Slide

BRON 1
Golia (1914). L’Ingordo (De veelvraat)/Trop Dur (Te hard).

In deze Italiaanse spotprent uit 1915 wordt de Duitse keizer Wilhelm II voorgesteld als iemand die zijn honger wil stillen door koloniën te verorberen. De term ‘Weltpolitik’ was een gangbare opvatting onder Duitsers die meer aanzien in de wereld wilden. Weltpolitik betekende dat Duitsland op zoek ging naar winstgevende koloniën en daarmee zijn imperialistische ambities onderstreepte. De Duitse keizer was er vooral op gefocust om zich met Engeland te meten. Dat draaide uit op een wapenwedloop op zee.
BRON 2
Schulz, W. (1912). Duitsland en Engeland. Simplicissimus. 

Deze spotprent verscheen in het Duitse satirische tijdschrift Simplicissimus. Op de prent staan een Britse en Duitse matroos tegenover elkaar met als onderschrift: 'Hoe kunnen we elkaar op deze manier de hand schudden?' Vóór 1914 zette een sterke internationale vredesbeweging zich ervoor in oorlog uit te bannen of op zijn minst te beperken. Ze kon de wapenwedloop geen halt toeroepen. Tijdens de laatste jaren voor de Eerste Wereldoorlog nam de wapenwedloop toe, op zee en op het land. In 1914 bedroegen de investeringen in defensie in Frankrijk zo'n 57 miljoen pond, in Groot-Brittannië zo'n 76 miljoen pond en in Rusland zo'n 88 miljoen pond. Duitsland - dat tussen 1870 en 1914 zijn defensie-uitgaven vertienvoudigd had - was op dat moment de absolute koploper met zo'n 110 miljoen pond.

Slide 3 - Slide

BRON 3
Vanaf 1906 begonnen de Europese grootmachten met de bouw van enorme slagschepen (type dreadnought) met nadruk op grote vuurkracht en bepantsering

Slide 4 - Slide

BRON 4
Kaart van Europa (1914-1918)

Slide 5 - Slide

BRON 5
Het uniform - inclusief bloedsporen dat aartshertog Franz Ferdinand, troonopvolger in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, droeg op de dag van zijn dood op 28 juni 1914. Als de kogel uit het geweer van de Bosnisch-Servische nationalist Gavrilo Princip die dag toevallig enkele millimeters meer naar links of rechts was gevlogen, dan had het verleden er anders kunnen uitzien. Hoe dan ook: Oostenrijk richtte zich tegen Servië, het land dat men ervan verdacht de aanslag te hebben georkestreerd.

Slide 6 - Slide

Bronnenonderzoek 4

Slide 7 - Slide

BRON 10
Maker onbekend. (tussen 1914 en 1918). Fritz Haber en Duitse soldaten. Archiv der Max Planck Gesselschaft. Berlijn.

Fritz Haber ontwikkelde in 1909 samen met Carl Bosch voor het chemiebedrijf IG Farben het Haber-Boschproces. Dat proces omhelsde de chemische synthese van stikstof en waterstof tot ammoniak. Het proces werd de basis voor de fabricage van explosieven en kunstmest. (Voor dat laatste kreeg Haber overigens de Nobelprijs voor chemie in 1919.) Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde Haber ook een nieuw gaswapen: chloorgas, een product dat Duitse chemiebedrijven in massale hoeveelheden produceerden. Hij beschouwde het gas als het wapen van de toekomst. Twee weken voor het eerste gebruik in leper ging de eerste geheime test door op een oefenterrein van het Belgische leger in het bezette Beverlo (Limburg) waar Haber even zelf bevangen werd door het gas.
Op de foto geeft Haber (tweede van links) Duitse soldaten aan het westfront instructies over het gebruik van chloorgas.

BRON 11
Maker onbekend. (1914). Dikke Bertha tijdens de aanval op de forten rond Luik.

Deze Duitse houwitser (bijnaam 'Dikke Bertha') werd ontworpen door staalconcern Krupp. Dat concern was al in de jaren 40 van de 19e eeuw naast de staalproductie ook actief in de wapenproductie. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog richtte 'kanonnenkoning' Krupp zich vrij snel volledig op de wapenproductie. Het wapen had een voor die tijd ongekend groot kaliber van 420 mm. Het wapen kon granaten afvuren van 1160 kilo. De houwitser kon doelen treffen tot op 9 km afstand. 
BRON 12
Maker onbekend. (20 november 1917). Duitse Mark IV-tank.

De tank op deze foto is vastgelopen in een loopgraaf aan het westfront.
De Mark I was een landschip' - zoals men de eerste tanks vaak omschreef- van 28 ton met acht man aan boord. De motoren maakten een hels kabaal en gaven veel warmte af. Hun maximumsnelheid bedroeg vijf kilometer per uur. De eerste tanks waren logge vaartuigen die te kampen hadden met veel pannes en die zeer kwetsbaar waren voor artillerieprojectielen. Het ontwerp werd later verbeterd met het type Mark IV. Toch was ook dat type kwetsbaar en gevoelig voor technische problemen, waardoor het effect van hun inzet beperkt bleef. Tegen het einde van de oorlog ontwikkelden de Fransen de kleinere en snellere Renault FT, die veel effectiever was.

BRON 13
Postkaart, maker onbekend. (1914-1915). Zeppelinaanval op Luik in 1914

De Gentse auteur Virginie Loveling schreef in haar dagboek: Een zeppelin, een zeppelin, vanuit het venster is hij heel goed te zien. Hij schittert in de volle zon, hij heeft allicht verleden nacht wat wandaden uitgericht, zegt de man op straat. Langzaam verdwijnt hij in de zon verglanste lucht."'
De kans is groot dat Loveling een zeppelin beschreef die opgestegen was in Gontrode bij Gent. Daar hadden de Duitsers een zeppelinhal gebouwd van 180 meter lang en 50 meter hoog om het Verenigd Koninkrijk van daaruit te bombarderen.

Slide 8 - Slide

Bronnenonderzoek 5

Slide 9 - Slide

BRON 14
Maker onbekend. (1914). Leuven na de Duitse verwoestingen.

Op 19 augustus 1914 vielen de Duitsers Leuven binnen. De eerste dagen bleef het relatief rustig, daarna barstte de hel los. De Duitsers schoten wild om zich heen en veel burgers kwamen om door kogels die dwars door de muren van hun huizen gingen. Anderen werden de straat opgesleurd en gedood, hun huizen werden afgebrand. Von Manteuffel, de Duitse commandant van Leuven, moest toegeven dat hij de situatie niet in de hand had. Meer dan 2 000 huizen gingen in vlammen op, ongeveer 250 mensen werden gedood, 600 werden in veewagens naar Duitsland gedeporteerd.  Een van de gebouwen die in as werden gelegd, was de middeleeuwse Lakenhal met de beroemde Leuvense bibliotheek. Ongeveer duizend handschriften en een paar honderdduizend boeken gingen verloren.

Op 7 september 1914 verdedigde de Duitse keizer Wilhelm II zich in een telegram aan de Amerikaanse president. Hij legde de schuld bij de Belgen: als de Belgische burgers zich niet hadden gemengd in de strijd, zou er niets ernstigs gebeurd zijn. Het verbranden van de bibliotheek in Leuven was volgens hem jammer maar noodzakelijk: de Duitse troepen werden immers vanuit de huizen beschoten. Door de gebeurtenissen in augustus-september belandde Leuven in het trieste lijstje van ‘martelaarssteden’. Dat waren steden die buitengewoon zwaar getroffen werden door de oorlog, zoals Aarschot, Andenne, Tamines, Dinant en Dendermonde.

Slide 10 - Slide

Bronnenonderzoek 6

Slide 11 - Slide

BRON 16
Maker onbekend. (1922). Koning George V bezoekt Tyne Cot Cemetery in Ieper.

De Britse koning George V (middelste van de drie) bezoekt in 1922 militaire begraafplaatsen in België. De koning staat voorovergebogen om de namen van de dode soldaten beter te kunnen lezen.
Zijn bezoek aan Tyne Cot Cemetery en een dertigtal andere begraaf- en herdenkingsplaatsen kreeg de naam ‘The King’s Pilgrimage’. De koning sprak tijdens die reis de woorden: ‘We kunnen met recht zeggen dat (…) de aarde omringd is met de graven van onze doden. (…) wij herinneren ons, en moeten onze kinderen opdragen te onthouden, dat, zoals onze doden gelijk waren in opoffering, zij ook gelijk zijn in eer, want de grootste en de minste van hen hebben bewezen dat opoffering en eer geen ijdele dingen zijn, maar waarheden waardoor de wereld leeft.’ Koning George V had tijdens de oorlog een symbolische rol: plichtsbewust hield hij inspectietochten langs rijen Britse soldaten en marinepersoneel, deed hij ziekenhuisbezoeken en reikte hij medailles uit aan Britse soldaten die een dappere daad verricht hadden.

BRON 17
Schulze-Vorberg, R. (22 september 1984). Bondskanselier Kohl (L) en president Mitterand (R) in Verdun.

70  jaar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ontving de Franse president François Mitterrand de West-Duitse bondskanselier Helmut Kohl met militaire eer. Mitterrand had tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duits krijgsgevangenschap gezeten. Kohls oudere broer sneuvelde tijdens die oorlog. Na de ontvangst vlogen Mitterrand en Kohl naar Verdun. Voor het knekelhuis van Verdun – waar men zowel de gevallen Duitse als Franse soldaten herdenkt – stond een erehaag van Franse en West-Duitse soldaten. Terwijl Mitterand en Kohl naar Franse en Duitse militaire muziek luisterden, strekte Mitterrand zijn hand uit naar Kohl. Dat was niet gepland. Kohl werd volgens eigen zeggen ‘overweldigd’ door emoties. Hij nam de hand aan. Het werd een iconisch beeld. In de persverklaring achteraf stond het volgende te lezen: ‘Europa is ons gezamenlijke culturele vaderland. Daarom hebben wij – Duitsers en Fransen – een einde gemaakt aan de onderlinge strijd en broedermoord. We hebben ons verzoend. We zijn het eens geworden. We zijn vrienden geworden.’
BRON 18
Cardy, M. (18 april 2018). Studenten op Tyne Cot Cemetery in Ieper.

Studenten passeren grafstenen van gevallen soldaten uit de Eerste Wereldoorlog op Tyne Cot Cemetery, de grootste begraafplaats ter wereld van de Commonwealth War Graves Commission. Het is nu de rustplaats van meer dan 11 900 militairen van het Britse rijk uit de Eerste Wereldoorlog, waarvan velen in de buurt op de slagvelden van Passendale zijn gesneuveld. Verder liggen hier vier Duitse soldaten. Sinds het bezoek van koning George V bezochten niet alleen leden van de koninklijke familie, maar ook honderdduizenden Britse onderdanen, locaties over de hele wereld om eer te bewijzen aan de gevallen soldaten en zo hun ‘pelgrimage’ in het kader van het oorlogstoerisme te volbrengen.

Slide 12 - Slide

Bronnenonderzoek 7

Slide 13 - Slide

BRON 19
Le Miroir. Nr 121, 19 maart 1916, p. 5.

De lezer hoefde zoals steeds weinig uit de foto zelf af te leiden: zowel de levenden als de doden op de foto zijn Duitsers. Bovendien zou die vijand met een massale dood zijn geconfronteerd. Le Miroir sprak in dezelfde editie van een verlies van 100.000 mannen, zonder nochtans te specifiëren welk aandeel van hen gesneuveld, dan wel gewond of gevangen is.
BRON 20
 Die Freie Welt, 1920
Die Freie Welt is het magazine van de gelijknamige Duitse Onafhankelijke Socialistische Partij. De onderschriften luiden in
vertaling (boven): Hoe een generaal die op het podium
overleed, wordt begraven – (onder): Hoe een aan het front
afgeslachte proletariër wordt ingeladen.

Slide 14 - Slide