This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Ik ga mijn dak bedekken met nieuwe dakpannen.
We hebben het dan over de:
A
Omtrek
B
Oppervlakte
C
Allebei
D
Geen van beide
Slide 2 - Quiz
Ik wil om de hele buitenkant van de tuin een lang lint met gekleurde lampjes ophangen.
We hebben het dan over de:
A
Omtrek
B
Oppervlakte
C
Allebei
D
Geen van beide
Slide 3 - Quiz
Ik wil het plafond van de huiskamer witten.
We hebben het dan over de:
A
Omtrek
B
Oppervlakte
C
Allebei
D
Geen van beide
Slide 4 - Quiz
Ik ga het schoolplein helemaal opnieuw betegelen met rubberen tegels én ik zet er een hek omheen.
We hebben het dan over de:
A
Omtrek
B
Oppervlakte
C
Allebei
D
Geen van beide
Slide 5 - Quiz
Waar hebben de zinnen mee te maken? Kies uit: omtrek of oppervlakte.
Het schilderij heeft een nieuwe lijst nodig.
A
Omtrek
B
Oppervlakte
Slide 6 - Quiz
Gaat het hier om de oppervlakte of de omtrek?
De grootte van mijn woonkamer
A
Omtrek
B
Oppervlakte
Slide 7 - Quiz
Waar hebben de zinnen mee te maken? Kies uit: omtrek of oppervlakte.
Ynske wil de deur van haar kamer een leuke kleur geven.
A
Omtrek
B
Oppervlakte
Slide 8 - Quiz
Gaat het hier om de oppervlakte of de omtrek?
Een hek om een weiland
A
Omtrek
B
Oppervlakte
Slide 9 - Quiz
Waar hebben de zinnen mee te maken? Kies uit: omtrek of oppervlakte.
In de nieuwe wijk komen 28 parkeerplekken.
A
Omtrek
B
Oppervlakte
Slide 10 - Quiz
Duid de best passende naam aan.
A
cilinder
B
driehoek
C
vierhoek
D
cirkel
Slide 11 - Quiz
Ik heb een wei met schapen. Om ervoor te zorgen dat ze niet ontsnappen, plaats ik een hek rond mijn wei. Moet ik de omtrek of de oppervlakte berekenen?