Betogend verslag schrijven 2e jrs

Betoog schrijven
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Betoog schrijven

Slide 1 - Slide

Betoog
  • Een betoog is een tekst waarin jij jouw standpunt geeft over een stelling.
  • Het doel is om de lezer te overtuigen van jouw mening.
  • Dit doe je door argumenten te noemen die jouw standpunt onderbouwen.

Slide 2 - Slide

Soorten argumenten
  • argument
  • Tegenargument
  • Weerlegging

Slide 3 - Slide

Argument
  • Met een argument onderbouw je je mening/standpunt.

Slide 4 - Slide

Voorbeeld
Standpunt: 'Ik vind dat we meer moeten doen tegen de 
opwarming van de aarde.'

argument?

Slide 5 - Slide

Tegenargument
Een tegenargument is een argument tegen je standpunt.

Slide 6 - Slide

Wat is een weerlegging?

Slide 7 - Slide

Weerlegging
Een argument dat laat zien dat een tegenargument zwak of onwaar is noemen we een weerlegging.

Slide 8 - Slide

Voorbeeld
Standpunt: 'Ik vind dat we meer moeten doen tegen de 
opwarming van de aarde.'


Tegenargument: Opwarming en afkoeling van de aarde gebeurt al miljoenen jaren en komt niet alleen door de mens.

Weerlegging?
timer
0:15

Slide 9 - Slide

Voorbeeld
Weerlegging: De toename van CO2 zorgt voor een temperatuurstijging op aarde. Dit komt vooral door de verbranding van aardolie, aardgas en steenkool en daar is de mens verantwoordelijk voor. 

Slide 10 - Slide

Opbouw betoog
  • Plaats boven je betoog een pakkende titel
  • inleiding (aandacht lezer trekken, introductie onderwerp, stelling + standpunt)
  • middenstuk (voorargumenten, tegenargumenten, weerleggingen)
  • slot (herhaling standpunt met belangrijkste argumenten, conclusie, uitsmijter)
  • Al deze onderdelen zijn losse alinea's!

Slide 11 - Slide

1. Voor het schrijven (schrijfschema)
Structuur
Onderdeel
Alinea
Inleiding
- Aandacht lezer trekken: anekdote, voorbeeld, vraag, etc. 
- Introduceren onderwerp: waar gaat je betoog over?
- Stelling + standpunt duidelijk maken: je wil dat de lezer jouw kant kiest.
1 of 2







Middenstuk
- Voorargumenten: onderbouwen van je standpunt.
- Tegenargument
- Weerleggen tegenargument
Elk argument in een aparte alinea. Begin met signaalwoorden: 
Ten eerste... Vervolgens... Ook... etc. 
Signaalwoorden "maar" en "echter"

Slot
- Samenvatten: herhalen standpunt + belangrijkste argumenten.
- Conclusie
- Uitsmijter
1 of 2

Slide 12 - Slide

2. Tijdens het schrijven
Denk aan:

 hoofdletters/kleine letters
spelling
interpunctie
alinea's 

Slide 13 - Slide

3. Afronden
Nog eens goed doorlezen

Alle argumenten op de juiste plek?
Goed gebruik gemaakt van signaalwoorden?
Heeft elk argument een eigen alinea?
Spelling/interpunctie?

Slide 14 - Slide

In welk onderdeel zet je je argumenten?
A
Inleiding
B
Middenstuk
C
Slot

Slide 15 - Quiz

Een weerlegging is....
A
een zwak argument
B
een argument dat laat zien dat een tegenargument zwak of onwaar is
C
een argument dat laat zien dat een tegenargument sterk is
D
een sterk argument

Slide 16 - Quiz

In het slot...
A
herhaal je je standpunt + argument(en)
B
noem je al je argumenten
C
geef je nieuwe informatie

Slide 17 - Quiz

Zelfstandig werken
Maak de opdracht in e-mail/Teams: 

Een betogend verslag schrijven

4 november schrijfplan inleveren in Teams
16 november betogend verslag inleveren in Teams

Slide 18 - Slide