Vendredi, le 6 septembre 2019

2h6 Bienvenue en classe de français
Asseyez-vous, s'il vous plaît !
Prenez vos livres !
Le programme de la leçon
1.  présents/absents
2. objectifs
3. répète le verbe être et les nombres 60 - / avoir / 70-100+ voc 1 p 40
4.chapitre 1 - intro - exercices 1 t/m3 Spreken - exercice 3 ...je peux .... 
faire les exercices  4 t/m 11 
1 / 14
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

2h6 Bienvenue en classe de français
Asseyez-vous, s'il vous plaît !
Prenez vos livres !
Le programme de la leçon
1.  présents/absents
2. objectifs
3. répète le verbe être et les nombres 60 - / avoir / 70-100+ voc 1 p 40
4.chapitre 1 - intro - exercices 1 t/m3 Spreken - exercice 3 ...je peux .... 
faire les exercices  4 t/m 11 

Slide 1 - Slide

Objectifs
Aan het eind van deze les:
  • ken ik gebruikte instructies (p4)
  • ken ik het werkwoord être +de cijfers in het Frans tot en met 100.
  • weet ik weer hoe ik het werkwoord avoir vervoeg en uitspreek.
Les devoirs: chapitre 1
livre d'exercices 5 t/m 11 faire les exercices 4 t/m 11 
apprendre le verbe avoir + les nombres 0-10-20-30-40-50-60
écrire les nombres70 -80 - 90 -100 + vocabulaire p 40 A (woorden niet de zinnen)

Slide 2 - Slide

Vertaal de vormen van zijn
zijn=
ik ben
jij bent/ben jij
hij / zij / men is

wij zijn
jullie zijn/u bent
zij zijn
zij zijn

être
timer
2:00

Slide 3 - Slide

0 10 20 30 40 50 60 - Correction des nombres
0   - zéro
10 - dix
20 - vingt
30 - trente
40 - quarante
50 - cinquante
60 - soixante

Slide 4 - Slide

Écris les nombres 0-20 dans ton cahier de notes!

timer
3:00

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Répondez aux questions! 

  • Comment tu t'appelles ?

  • Tu as quel âge ?
  • Tu habites où ?
  • Tu fais du sport ?
  • Tu joues un instrument de musique ?



timer
3:00

Slide 7 - Slide

lire et répéter dans le livre d'exercices

De gebruikte instructies ( p 4)

Slide 8 - Slide

Prends ton cahier de grammaire!
Vertaal de vormen van hebben!
hebben=
ik heb
jij hebt
hij /zij / men heeft

wij hebben
jullie hebben/u heeft
zij hebben
timer
3:00

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Vocabulaire A à la page 40
lis et répète !

Slide 11 - Slide

Chapitre 1

Correction des exercices : 1, 2 et 3
Exercice 3 - écoute et répète !

Slide 12 - Slide

Fais les exercices 4 t/m 11
Chapitre 1
livre d'exercices 4 t/m 11 faire les exercices 4 t/m 11 

Slide 13 - Slide

Objectifs
Qu'est-ce que tu as appris aujourd'hui?
Wat heb je vandaag geleerd?
1 ken ik gebruikte instructies ( p 4)
2 ken ik weer het werkwoord être +de cijfers in het Frans tot en met 100.
3 weet ik weer hoe ik het werkwoord avoir vervoeg en uitspreek.
Is dit behaald?

Slide 14 - Slide