Les 3 - exp. 5 en 7

LEVENSMIDDELENINDUSTRIE · PRAKTIJK · LJ2 OP1

Praktijkvoorbereiding microbiologie


EXP. 03


EXP. 04


EXP. 05


EXP. 07

1 / 21

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

LEVENSMIDDELENINDUSTRIE · PRAKTIJK · LJ2 OP1

Praktijkvoorbereiding microbiologie


EXP. 03


EXP. 04


EXP. 05


EXP. 07

1 / 21

VOORKENNIS · VORIGE DONDERDAG

Terugblik: wat hebben we donderdag gedaan?

Voordat we verder gaan — wie weet het nog?


Exp. 3

Selectieve & differentiërende media


Wat hebben we ingezet, en op hoeveel platen?


Exp. 4

Mesofiel aeroob kiemgetal in vlees


Wat hebben we met ons eigen vleesmonster gedaan?

2 / 21

VOORKENNIS · VORIGE DONDERDAG

Dit deden we vorige donderdag


Exp. 3 — Selectieve & differentiërende media

4 bacteriën (E. coli, S. aureus, B. cereus, S. epidermidis) uitgestreken op 8 media: MSA, EMB, bloedagar, MYP, VRBG, VRBL, MC en BP. Daarna 20–24 uur geïncubeerd bij 37 °C.


Exp. 4 — Kiemgetal eigen vleesmonster

Eigen vleesmonster afgewogen, gehomogeniseerd in de stomacher en een decimale verdunningsreeks gemaakt (10⁻¹ t/m 10⁻⁴). Van elke verdunning 1 mL uitgeplaat met handwarme PCA — 72 uur bij 30 °C.

3 / 21

PLANNING DONDERDAG

Donderdag gaan we

01

Exp. 3 aflezen platen beoordelen en uitwerktabel invullen

02

Exp. 4 tellen kolonies tellen en het kiemgetal berekenen

03

Exp. 5 starten bonte rij + Kligler-buis enten, in tweetallen

04

Exp. 7 starten eiersalade stomachen en verdunningsreeks maken

4 / 21

EXP. 03 · AFLEZEN

Exp. 3: Waar let je op bij het aflezen?


Kleur van het medium

Is de kleur van het medium rondom (of onder) de kolonie veranderd t.o.v. een onbeënte plaat?


Kleur & vorm van de kolonie

Welke kleur, vorm en grootte heeft de kolonie zelf? Glimmend of mat? Rond of onregelmatig?


Welke bacterie groeit waar

Op welke platen zie je wél groei — en op welke platen juist niet? Dat zegt iets over selectiviteit.

4 bacteriën × 8 media = 32 combinaties om te beoordelen. Vergelijk je bevindingen steeds met tabel 3.1 (stoffen, remming, selectiviteit).

5 / 21

EXP. 03 · UITWERKTABEL

Tabel 3.2 — Resultaten bacteriegroei

Vul deze tabel in op basis van jullie eigen platen — noteer per vak zowel het uiterlijk van de kolonie als de kleurverandering van het medium.

6 / 21

EXP. 04 · TELLEN

Kolonies tellen & kiemgetal berekenen

Tel het aantal kolonies op elke PCA-plaat, voor alle verdunningen (10⁻¹ t/m 10⁻⁴), in duplo.

Bij zeer veel groei: tel een kwart van de plaat en vermenigvuldig dit met 4.

Gebruik voor de berekening van het kiemgetal de plaat(en) met tussen de 10 en 300 kolonies.

Vergelijk het gevonden kiemgetal (KVE/gram) met de richtwaarden hieronder.

9 / 21

EXP. 04 · UITWERKTABEL

Tabel 4.2 — Resultaten kiemgetal vlees

Tabel 4.2 — Eindbeoordeling: vergelijk je berekende KVE/gram met de richtwaarden en noteer je conclusie over de kwaliteit van het vleesproduct.

10 / 21

EXP. 05 · BONTE RIJ (DEEL 1)

Experiment 5: Vier bacteriën, vier profielen

Een bonte rij is een set biochemische testen die samen een bacterie identificeren aan de hand van haar stofwisseling. Donderdag zet je de suikertesten (glucose, lactose, sacharose) en de Kligler-buis in voor:


① Escherichia coli HB101


② Klebsiella pneumoniae


③ Salmonella Paratyphi B


④ Pseudomonas aeruginosa


Werkverdeling: werk samen in tweetallen. Persoon 1 ent 2 bacteriën, persoon 2 de andere 2. Per bacterie: 1× glucose, 1× lactose, 1× sacharose + 1× Kligler-buis — samen dus 16 buisjes per tweetal.

13 / 21

EXP. 05 · WAAR LET JE OP

Wat zie je na incubatie?

Afb. 5.1 — suikerfermentatie vóór en na incubatie

Geel = zuurvorming, de suiker is afgebroken (positief).

Rood/ongewijzigd = negatief.

Een bel in het Durham-buisje = gasvorming (alleen in glucose)

Afb. 5.2 — vijf Kligler-buizen

  1. Kligler onbeënt

  2. Lactosefermentatie (gehele buis geel)

  3. Lactosefermentatie (gehele buis geel) én gasvorming (scheuren)

  4. Glucosefermentatie, maar geen lactosefermentatie (helling is rood, bodem is geel)

  5. H2S positief (zwart), glucosefermentatie, maar geen lactosefermentatie

14 / 21

Sleep de resultaten naar het juiste buisje.




Geen fermentatie en geen gasvorming

Wel gasvorming, geen fermentatie

Wel fermentatie, wel gasvorming

Wel fermentatie, geen gasvorming

EXP. 07 · STAPHYLOCOCCUS AUREUS

Experiment 7: Kiemgetal S. aureus in eiersalade

S. aureus is een Gram-positieve coc die voedselvergiftiging kan veroorzaken via hittestabiele enterotoxinen. Omdat de toxines zelf lastig aan te tonen zijn, gebruik je het hittestabiele DNAse (thermonuclease) als makkelijker aantoonbare marker.


Monsters

Twee monsters eiersalade — A én B — elk 10 gram.


Media

90 mL en 9 mL steriel pfz voor de verdunningsreeks, BP-platen en een DNAse-plaat.


Techniek

Stomachen, verdunnen, uitstrijken met een Drigalsky-spatel op Baird Parker.

17 / 21

EXP. 07 · WERKWIJZE

Van monster tot determinatie


DAG 1

10 g monster + 90 mL steriel pfz → homogeniseren in de stomacher

Decimale verdunningsreeks maken (3 verdunningen)

0,1 mL uitstrijken op een BP-plaat met een Drigalsky-spatel

Incuberen: 37 °C, 48 uur


DAG 2

Aantal verdachte kolonies tellen

2 verdachte kolonies testen: katalase + coagulase + DNAse-ent

Gram-preparaat maken van diezelfde 2 kolonies


DAG 3

DNAse-plaat aflezen: overgieten met 1M HCl

15 minuten laten intrekken

Heldere zone rondom de kolonie = positief resultaat

18 / 21

Waarom gebruiken we een BP plaat en geen PCA plaat?

Wanneer is S. aureus positief voor DNAse?

A

Als er bij de BP plaat zwarte kolonies zichtbaar zijn

B

Als er bij de DNAse plaat een heldere zone om de kolonie is

C

Als er bij de DNAse plaat geen heldere zone om de kolonie is

Wat verwacht je in de gramkleuring bij S. aureus?

A

Gramnegatieve staaf

B

Grampositieve staaf

C

Gramnegatieve coc

D

Grampositieve coc

Nog vragen?



EXP. 03


EXP. 04


EXP. 05


EXP. 07

21 / 21

Aan de slag!

Maak de voorbereidende vraag voor exp. 7.

Klaar? Zet de platen van exp. 4 weer in de stoof (72 uur bij 30 graden)