Toets Anatomie Periode 1

toets anatomie
Succes!
32 vragen
1 / 35
next
Slide 1: Slide
anatomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

toets anatomie
Succes!
32 vragen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Welke organen horen bij het zenuwstelsel denk je? Sleep ze hier naar toe.
Ruggenmerg
Hersenen
Zenuwen
Darmen
Ogen
Hart
Spieren

Slide 3 - Drag question

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
Uitleg
Sleep je goede orgaanstelsels naar het juiste plaatje. Let op niet alle onderdelen worden gebruikt
Huid
Spierstelsel
Skelet
Ademhalingsstelsel
Zenuwstelsel
Uitscheidingsstelsel
circulatiestelsel
Lymfestelsel

Slide 4 - Drag question

Waar zorgen je botten voor, wat is de functie van je botten? (noem er 2)

Slide 5 - Open question

De botten van kinderen zijn...?
A
Buigzaam
B
Hard

Slide 6 - Quiz

Waar in je lichaam zit een scharniergewricht?
A
Elleboog en knie
B
In de schouder
C
In de nek
D
In je enkel

Slide 7 - Quiz

We hebben meerdere gewrichten behandeld, zoals een rolgewricht. Welke andere 3 soorten gewrichten zijn er nog meer?
A
Rolgewricht, scharniergewricht, zadelgewricht
B
Rondgewricht, Scharniergewricht, zadelgewricht
C
Vlakgewricht, ovengewricht, zadelgewricht

Slide 8 - Quiz

Je stoot je teen aan een flinke steen. Welk onderdeel van je lichaam regelt je reactie hierop?
A
Botstelsel
B
Immuunsysteem
C
Zenuwstelsel
D
Ogen

Slide 9 - Quiz

Wat zijn de meest voorkomende problemen met gewrichten?
Sleep deze in dit vak. 
Let op! Meerdere antwoorden zijn goed.

Decubitus
Artrose
Delier
Jicht
Reuma
Beroerte

Slide 10 - Drag question

Waar zorgen gewrichten voor?
A
Stevigheid van het lichaam
B
Beweging maken tussen botten
C
Bescherming van het lichaam
D
Hebben geen functie

Slide 11 - Quiz

Grote hersenen
Hersenstam
Kleine hersenen
Ruggenmerg

Slide 12 - Drag question

Koppel de juiste prikkel aan het juiste zintuig
Lichtzintuig
Reukzintuig
Smaakzintuig
Gehoorzintuig
Licht
Geur
Geluid
Stoffen in voedsel

Slide 13 - Drag question

Zintuigen
Prikkels
ogen
oren
neus
tong
huid
muziek luisteren
vieze sokken ruiken
vuurwerk kijken

Slide 14 - Drag question

Bekijk de afbeelding
Is dit een bewuste
reactie of een reflex?
A
Bewuste reactie
B
Reflex

Slide 15 - Quiz

Leg uit: Waarom is anatomie belangrijk binnen deze opleiding?

Slide 16 - Open question

Uitleg
Van klein naar groot. Hoe is ons lichaam opgebouwd van cel naar volledig mens. Sleep de juiste onderdelen naar de juiste vakjes
Orgaan
Mens
Orgaan stelsel
Weefsel

Slide 17 - Drag question

Sleep het juiste  woord naar de juiste cijfer
1
2
3
Celkern
Celmembraan
Celkernmembraan

Slide 18 - Drag question

Zet op volgorde van groot naar klein
Orgaanstelsel
Orgaan
Weefsel
Cel
Organisme

Slide 19 - Drag question

Welke spier heeft zowel dwarsgestreept als glad spierweefsel
A
Nieren
B
Longen
C
Hersenen
D
Hart

Slide 20 - Quiz

Even een plaatje tussendoor van een gewricht

Slide 21 - Slide

De mens is opgebouwd uit vele miljarden cellen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quiz

Welke cel zie je hier?
A
Zenuwcel
B
Spiercel
C
Bloedcel
D
Bindweefsel

Slide 23 - Quiz


Hoe heet het
groene bot?
A
Sleutelbeen
B
Dijbeen
C
Schoudergordel
D
Schouderblad

Slide 24 - Quiz

De ellepijp is een bot in:
A
bij je nek
B
je de onderarm
C
je schouder
D
je de bovenarm

Slide 25 - Quiz

Uitleg
Sleep het juiste woord naar het goede deel van de afbeelding
gewrichtskogel
kraakbeen
gewrichtssmeer
kapselband

Slide 26 - Drag question

Het skelet van een volwassen mens bestaat uit ongeveer uit...?
Hoeveel botten heeft een volwassen persoon?
A
500 botten
B
206 botten
C
350 botten
D
150 botten

Slide 27 - Quiz

Uitleg
Sleep het plaatje van het gewricht naar de juiste naam. 
Rol gewricht
Scharnier gewricht
Kogel gewricht

Slide 28 - Drag question

Succes !
opperarmbeen
teenkootje
dijbeen
sleutelbeen
schedel
heupbeen
kuitbeen

Slide 29 - Drag question


A
1.slagader 2.haarvat 3.ader
B
1.aorta 2.haarvat 3. ader
C
1.ader 2.haarvat 3.slagader
D
1.ader 2.haarvat 3. ader

Slide 30 - Quiz

Wat is normale bloeddruk?
A
90 / 60
B
140 / 90
C
120 / 80
D
160 / 100

Slide 31 - Quiz

Hart --> longen --> hart
Welke bloedsomloop wordt hier beschreven?
A
De bloedsomloop bij de nieren.
B
De grote bloedsomloop
C
de bloedsomloop bij de lever.
D
De kleine bloedsomloop

Slide 32 - Quiz

Slagader
Ader
Naar het hart toe
Van het hart af
Dikke gespierde wand
Dunne slappe wand
Kleppen over de gehele lengte
Kleppen alleen bij het hart
Bloed stroomt snel
Bloed stroomt langzaam

Slide 33 - Drag question

Sleep de onderdelen naar het hart!
Rechterboezem
Rechterkamer
Linker
boezem
Linkerkamer

Slide 34 - Drag question

Waar zitten kleppen in?
A
Slagaders
B
Haarvaten
C
Aders
D
Capillairen

Slide 35 - Quiz