3.4 Angsten

3.4 Angsten
1 / 18
next
Slide 1: Slide
LOBMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

3.4 Angsten

Slide 1 - Slide

Wie durft iets te noemen waarvoor je bang bent? 

Slide 2 - Slide

Wat is angst?

Slide 3 - Open question

Wat is angst? 
Angst is een emotie die je waarschuwt voor gevaar
Het is een reactie van je brein en lichaam

Slide 4 - Slide

Wat gebeurt er met je lichaam als je angst hebt?

Slide 5 - Open question

Wat gebeurt er in je lichaam bij angst? 
Snelle hartslag
snelle ademhaling 
spierspanning 
zweten 
 tunnelvisie (je ziet minder om je heen) 
vluchten, vechten, bevriezen

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Wat betekent Vluchten/Vechten/Bevriezen reactie?

Slide 8 - Open question

“Stel je voor: je loopt als handhaver in een wijk en iemand begint agressief tegen je te schreeuwen. Wat voel je dan? Hoe reageer je?”

Slide 9 - Slide

Situatie 
Een handhaver (BOA) loopt samen met een collega een controle in een stadspark. Ze spreken een groep jongeren aan die lachgasballonnen gebruiken. Eén van de jongeren begint plotseling te schreeuwen, loopt dreigend op de handhaver af en roept:

"Wat kom jij mij vertellen? Rot op voordat er wat gebeurt!"
Wat doet dat met je? 


Slide 10 - Slide

Opdracht 
Maak de opdracht 3.4 op Its learning
Beantwoord zo eerlijk mogelijk
Iedereen heeft een angst!!!
lever het in 

Slide 11 - Slide

Leren leren 

Slide 12 - Slide

“Als je tijdens school iets tegenkomt wat je niet weet – wat doe je dan?”

Slide 13 - Open question

“Onderzoekend leren betekent: nieuwsgierig zijn, vragen durven stellen, dingen willen begrijpen. Dat is superbelangrijk voor je opleiding én voor je werk in de praktijk. Je hoeft niet alles te weten -  als je maar weet hoe je er achter kunt komen.”


Slide 14 - Slide

Kenmerken van onderzoekend leren
  • Je stelt een vraag of merkt iets op dat je niet snapt.
  • Je gaat zelf actief op zoek naar het antwoord.
  • Je gebruikt bronnen: boeken, internet, collega’s, wetten, protocollen.
  • Je kijkt kritisch: klopt wat je leest of hoort?

Slide 15 - Slide

Waarom belangrijk voor HTV?
  • Je moet wetgeving begrijpen en toepassen.
  • Je komt vaak in nieuwe situaties terecht.
  • Je moet vragen durven stellen — ook aan collega’s of leidinggevenden.
  • Je hebt regelmatig te maken met nieuwe regels, wetten of procedures.

Slide 16 - Slide

Opdracht
1. Bedenk iets uit je opleiding waar je nog niet genoeg van weet 
(denk aan wetgeving, bevoegdheden, omgaan met agressie, rapporteren, etc.).
2. Maak daar een duidelijke vraag over. Voorbeelden:
  • Wat mag een BOA precies bij het fouilleren?
  • Wanneer moet ik een proces-verbaal schrijven?
  • Hoe herken je nep-ID’s?
3. Bedenk waar je het antwoord zou kunnen vinden. Bijvoorbeeld:
Lesmateriaal, internet, collega’s, wettenboek, stagebegeleider, etc.

Slide 17 - Slide

“Wat levert het op als je dit soort vragen zélf leert onderzoeken?”

Slide 18 - Slide