This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.
Report this lesson
Items in this lesson
wat gaan we doen
inleiding
uitleg paragraaf 1
'huiswerk'
Slide 1 - Slide
Leerdoel
Aan het eind van deze les kun je:
1) herkennen en uitleggen wat criminaliteit is
2) uitleggen wat het verschil is tussen overtredingen en misdrijven
3)herkennen en uitleggen dat criminaliteit tijd- en plaatsgebonden is
Slide 2 - Slide
Waar denk je aan bij criminaliteit?
Slide 3 - Mind map
Wat is criminaliteit?
Alles wat door de wet strafbaar is gesteld
Criminaliteit = Maatschappelijk probleem
Veel mensen last van
Verschillende meningen
Overheid heeft er mee te maken
media schrijft erover?
Slide 4 - Slide
Wetten of rechtsregels zijn geschreven regels
Strafbaar gedrag is het overtreden van wetten
Slide 5 - Slide
Niet iedere vorm van criminaliteit is even erg.
We maken onderscheid
Slide 6 - Slide
Openbare dronkenschap?
A
Overtreding
B
Misdrijf
C
Niet strafbaar
Slide 7 - Quiz
Fiets stelen?
A
Overtreding
B
Misdrijf
C
Niet strafbaar
Slide 8 - Quiz
Valse identiteit opgeven?
A
Overtreding
B
Misdrijf
C
Niet strafbaar
Slide 9 - Quiz
Snoepje stelen bij de Kruidvat?
A
Overtreding
B
Misdrijf
C
Niet strafbaar
Slide 10 - Quiz
Fatsoensnormen zijn
ongeschreven regels
Asociaal Gedrag --> Geen rekening houden met anderen.
Slide 11 - Slide
Asociaal gedrag
Iets doen waarbij je geen rekening houdt met de mensen om je heen en zij daar last van hebben.
Afhankelijk van plaats, tijd en cultuur.
Slide 12 - Slide
Rechtsregels zjn tijdgebonden
Spugen was vroeger een misdrijf
Sinds 1970 is overspel niet meer strafbaar
Tegenwoordig is hacken van computers strafbaar
Vroeger stonden er gevangenisstraffen op homoseksualiteit
Slide 13 - Slide
Rechtsregels zijn plaatsgebonden
In Nederland is abortus en euthanasie toegestaan
In Nederland mogen homo’s met elkaar trouwen
(Vuur)wapens zijn in Nederland verboden
Nederland kent geen doodstraf
Slide 14 - Slide
Verschil tussen materiële en niet- materiële schade
materiële schade:
Schade die je kunt berekenen in geld
- er is iets weg .
- je moet iets verzekeren/ beveiligen.
niet- materiële schade:
Gevolgen die je niet kunt uit drukken in geld.
gevoelen behoren tot Niet materiele schade. <div>bijvoorbeel je bent bang ergens voor. Of erg verdrietig </div>
Schade die vervangbaar is of die geld kosten zijn materiele schade.<div>En auto kan je vervangen bijvoorbeeld.</div>
Materiele schade kan bijvoorbeeld ook zijn dat je meer geld aan de verzekering moet betalen. <div><br></div><div>Als er meer diefstallen zijn, is er meer schade en zal de verzekeringen meer premie vragen.</div>
Ondanks dat een ring materiele schade is. ( je kan hem met geld vervangen) zou hij ook onder Inmatreriele schade kunnen vallen.<div><br></div><div>Stel je hebt de ring van je oma gehad die is overleden. Dan heeft de ring een emotionele waarde. </div>
Voorbeelden van schade. Klik op bij de plaatjes en lees de uitleg.
Slide 15 - Slide
huiswerk
weektaak: maak paragraaf 1
Slide 16 - Slide
Welk gedrag wordt beschouwd als een misdrijf?
A
Geen id kaart bij je hebben
B
In het donker fietsen zonder licht
C
Mobiel bellen achter het stuur
D
Een winkeldiefstal plegen
Slide 17 - Quiz
Een ander woord voor strafbaar feit noem je een...?
A
conflict
B
inzicht
C
delict
D
stoplicht
Slide 18 - Quiz
Wildplassen valt onder:
A
overtredingen
B
misdrijven
C
veelvoorkomende criminaliteit
D
zware criminaliteit
Slide 19 - Quiz
Bij welke soort criminaliteit kom je alleen in aanraking met de politie en niet met justitie?
A
veelvoorkomende criminaliteit
B
overtredingen
C
zware criminaliteit
D
misdrijven
Slide 20 - Quiz
Overspel was vroeger nog strafbaar, maar is in 1970 afgeschaft. Dit is een voorbeeld van?