pannenkoeken

pannenkoeken met fruit
1 / 47
next
Slide 1: Slide
horecaPraktijkonderwijsLeerjaar 1-3

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

pannenkoeken met fruit

Slide 1 - Slide

lesdoelen
je kan een voorbeeld geven van elke fruitsoort
je kan uitleggen wat een productiebedrijf       
je kan een pannenkoek bakken, zonder hem te laten verbranden
je kan een glad beslag roeren met een garde.       
                                                                                                                                       

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Waarom wil je geen klontjes in je pannenkoek?

Slide 4 - Open question

gele snijplank
blauwe snijplank
groene snijplank
rode snijplank
bruine snijplank
witte snijplank

Slide 5 - Drag question

theorie
hard fruit: bomen ==> appel en peer
zacht fruit: snel eten, koelkast ==> aardbei, framboos
steenfruit: harde pit, zoet/sappig ==> olijf, kers, pruim
citrusfruit: schil ruikt, persen, pellen of schillen
==> sinaasappel, limoen, citroen
tropisch fruit: evenaar, schillen, onrijp geplukt ==> 
meloen, banaan, mango


Slide 6 - Slide

waarom wordt zacht fruit in kleine doosjes verkocht?

Slide 7 - Open question

steenvruchten smaken:
A
friszuur
B
zacht en zoet

Slide 8 - Quiz

de schil van een rijpe steenvrucht kan eten
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quiz

vervoer
logistiek proces= alle werkzaamheden om een grondstof te verwerken naar een product die jij kan kopen

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

vaktaal
  • schenken
  • zeven
  •  appel boren
  • droog bakken
  • garde

Slide 12 - Slide

voorbereiding
we gaan 3 kleine pannenkoeken maken. 
We gaan met de volgende 3 slides, onze spullen verzamelen en de keuken hygiënisch schoon maken. 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

uitvoeren
je gaat nu de pannenkoek maken. 

Volg de stappen voor een goed resultaat

Slide 18 - Slide

stap 1
Zeef de bloem en zout in de bekken.

Slide 19 - Slide

stap 2
Voeg de helft( ½) van de melk toe.

Slide 20 - Slide

stap 3
Roer het beslag glad (geen klontjes)

Slide 21 - Slide

stap 4
Doe de eieren in het beslag en roer door.

Slide 22 - Slide

stap 5
Voeg de rest van de melk toe (1/2) en doe het in de maatbeker.

Slide 23 - Slide

stap 6
verwijder het klokhuis met de appelboor

Slide 24 - Slide

stap 7
snij de appel in dunne plakjes

Slide 25 - Slide

stap 8
Zet de koekenpan op laag vuur. Doe een stukje boter in de pan. Smelt deze.

Slide 26 - Slide

stap 9
leg de plakjes appel in de koekenpan

Slide 27 - Slide

stap 10
Schenk het beslag in de koekenpan tot de bodem bedekt is.

Slide 28 - Slide

stap 11
Bak de pannenkoek tot de bovenkant droog is.

Slide 29 - Slide

stap 12
Draai de pannenkoek om.

Slide 30 - Slide

stap 13
Laat de pannenkoek op het bord glijden.

Slide 31 - Slide

afronden
na het koken ga je je spullen schoonmaken en opruimen. 

je zorgt dat ze ruimte weer netjes wordt.

Slide 32 - Slide

stap 1
Afwassen en afdrogen van het gebruikte materiaal

Slide 33 - Slide

stap 2
maak je werkblad schoon

Slide 34 - Slide

stap 3
Maak het fornuis schoon

Slide 35 - Slide

stap 4
veeg en/of dweil de vloer. 

Slide 36 - Slide

extra taak: 
  • vloer vegen
  • vloer dweilen
  • kruidenkar
  • oven schoonmaken
  • temperatuur
  • werkbank raam
  • tafel schoonmaken
  • was verzamelen
  • werbank checken
extra taak: 
  • wasbak 1
  • wasbak 2
  • wasbak 3
  • wasbak 4
  • producten afdekken/stickeren
  • bovenkast
  • kopkast 1
  • kopkast 2

Slide 37 - Slide

Nabespreken
kijk terug op de les. Hoe is het gegaan, wat ging super? 
zijn er ook dingen die je anders zou doen?
antwoord dit op de volgende slides

Slide 38 - Slide

kon je er 3 pannenkoeken uithalen?
A
ja
B
nee

Slide 39 - Quiz

Waarom wil je geen klontjes in je pannenkoek?

Slide 40 - Open question

Waarom zeef je je bloem?

Slide 41 - Open question

wat is een productiebedrijf?

Slide 42 - Open question

wat heb je geleerd deze les. Noem minimaal 1 ding

Slide 43 - Open question

Wat ga je de volgende keer anders doen?

Slide 44 - Open question

Hoe smaakte het gerecht?
A
lekker
B
niet lekker
C
een beetje lekker
D
ik heb het niet geproefd

Slide 45 - Quiz

Wat zou jij nog willen leren in de lessen van horeca?

Slide 46 - Open question

Super, je bent bij het einde, tot volgende week!

Slide 47 - Slide