Hoofdstuk 2 Optellen en aftrekken

Hoofdstuk 2

Optellen aftrekken
1 / 14
next
Slide 1: Slide
RekenenSpeciaal OnderwijsLeerroute 5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Hoofdstuk 2

Optellen aftrekken

Slide 1 - Slide

Leerdoel:
Je kunt bij optellen verschillende manieren van handig rekenen gebruiken: omkeren, rijgen splitsen, veranderen en schakelen.

Slide 2 - Slide

Theorie
Je kunt de getallen in een optelling omkeren
Voorbeeld:
26 + 765 = 765 + 26 = 791

Slide 3 - Slide

Je kunt rijgen door het tweede getal in een optelling te splitsen
Voorbeeld:
364 + 128 =
Stap 1 Splits het tweede getal 128 splits je in 100, 20 en 8
Stap 2 Tel de honderdtallen, de tientallen, en de eenheden bij het eerste getal op. 
364 + 100 = 464
364 + 20   = 484
364 +     = 492
364 + 128 = 492


Slide 4 - Slide

Theorie
Je kunt ook beide getallen in een optelling splitsen
Voorbeeld: 467 + 256 = 
Stap 1 Splits beide getallen 467 splits je in 400, 60 en 7.
                                                          256 splits je in 200, 50 en 6.
Stap 2 Tel de honderdtallen, de tientallen en de eenheden bij elkaar op        400 + 200 = 600        60 + 50 = 110        7 + 6 = 13
Stap 3 Tel de uitkomsten op 600 + 110 + 13= 723

Slide 5 - Slide

Theorie
Je kunt een getal in een optelling veranderen in een getal waarmee je makkelijker kunt rekenen. Je maakt dan het ene getal groter en het andere getal kleiner
Voorbeeld
38    +    16    =
     +2           -2


40           14  =  54

Slide 6 - Slide

Theorie
Je kunt een optelling met meer dan twee getallen makkelijker maken door te schakelen. Je telt dan eerst twee getallen op die bij elkaar passen
Voorbeeld

78 +       4 + 16      =

78  +  20  =   90

Slide 7 - Slide

Hoe maak je hier een rijgende minsom van?
760-160=
A
760-90-50
B
750-90-50
C
760-100-50
D
760-100-60

Slide 8 - Quiz

Rijgend aftrekken tot 1000 met honderdtallen en tientallen zonder honderdtalpassering
760-160=
A
760-90-50
B
750-90-50
C
760-100-50
D
760-100-60

Slide 9 - Quiz

Rijgend optellen tot 1000 met honderdtallen en tientallen zonder honderdtalpassering
530+260=
A
500+200+30+60=790
B
500+200+50+20=770
C
500+100+50+5=780
D
700+50+15=760

Slide 10 - Quiz

Welke van de onderstaande manieren is een voorbeeld van RIJGEN?
timer
0:45
A
122 + 234 = 234 + 122
B
122 + 234 = 122 + 200 + 30 + 4
C
122 + 234 = 120 + 236
D
122 + 234 = 125 + 231

Slide 11 - Quiz

52 - 9 =
Je gaat eerst terug naar het tiental.
Je moet de 9 splitsen in...
A
2 en 7
B
1 en 8
C
4 en 5

Slide 12 - Quiz

Getallen splitsen

642 =
A
600 + 40 + 2
B
620 + 10 + 2
C
500 + 40 + 2
D
700 + 40 + 2

Slide 13 - Quiz

Opdrachten
Hoofdstuk 2 paragraaf 2.1 afmaken. Ben je klaar ga je verder met hoofdstuk paragraaf 2.2.

Slide 14 - Slide