wortels en machten

Kwadraten
Wortels
wortels
en 
machten
1 / 48
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Kwadraten
Wortels
wortels
en 
machten

Slide 1 - Slide

na deze les kan je...
...het  kwadraat van een getal uitrekenen
...het kwadraat van een breuk uitrekenen
...de wortel van een getal uitrekenen
...de wortel van een breuk uitrekenen
....wortels optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen
...wortels herleiden
...machten uitrekenen
....machten vermenigvuldigen en delen
  

Slide 2 - Slide

kwadraat
3​2​​=3⋅3=9
exponent
grondtal
dit spreek je uit als drie in het kwadraat

Slide 3 - Slide

 breuken in het kwadraat
(​5​​2​​)​2​​=​5​​2​​⋅​5​​2​​=​5⋅5​​2⋅2​​=​25​​4​​
(1​2​​1​​)​2​​=​2​​3​​⋅​2​​3​​=​2⋅2​​3⋅3​​=​4​​9​​=2​4​​1​​
weet je nog
breuken vermenigvuldigen: teller x teller en noemer x noemer

Slide 4 - Slide


3​2​​=
A
6
B
9

Slide 5 - Quiz


11​2​​=
A
110
B
121

Slide 6 - Quiz


1000​2​​=
A
100 000
B
10 000
C
1 000 000

Slide 7 - Quiz


(​7​​2​​)​2​​=
A
​14​​4​​
B
​49​​4​​

Slide 8 - Quiz


(1​3​​2​​)​2​​=
A
1​9​​4​​
B
1​6​​4​​
C
2​9​​7​​
D
​9​​25​​

Slide 9 - Quiz

wortel
√​9​​​=3
dit spreek je uit als wortel negen

Slide 10 - Slide

3​2​​=9
√​9​​​=3
kwadrateren
worteltrekken

Slide 11 - Slide

wortels en breuken
√​​3​​75​​​​​=√​25​​​=5
√​​81​​16​​​​​=​√​81​​​​​√​16​​​​​=​9​​4​​
√​1​9​​7​​​​​=√​​9​​16​​​​​=​√​9​​​​​√​16​​​​​=​3​​4​​=1​3​​1​​

Slide 12 - Slide


√​64​​​=
A
9
B
8
C
7
D
32

Slide 13 - Quiz


√​529​​​=
A
23
B
29
C
18
D
21

Slide 14 - Quiz


√​196​​​=
A
13
B
12
C
14
D
15

Slide 15 - Quiz


√​​64​​9​​​​​=
A
​4​​1​​
B
​8​​2​​
C
​8​​3​​

Slide 16 - Quiz


√​​16​​64​​​​​=
A
​4​​1​​
B
4

Slide 17 - Quiz

Weet je nog.......

Hoe 
Moeten Wij 
Van Die 
Onvoldoendes Afkomen
()
x​4​​
√
⋅
:
+
−

Slide 18 - Slide

√ optellen en aftrekken
√​2​​​+√​2​​​=2√​2​​​
√​2​​​+√​2​​​+√​2​​​=3√​2​​​
3√​2​​​+2√​2​​​=5√​2​​​
geijke wortels kan je bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken
6√​2​​​−2√​2​​​=4√​2​​​
√​3​​​+√​2​​​=√​3​​​+√​2​​​
2√​8​​​−√​5​​​=2√​8​​​−√​5​​​
ongelijke wortels kan je niet bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken

Slide 19 - Slide

√ optellen en aftrekken
4√​9​​​+√​2​​​=4⋅3+√​2​​​=12+√​2​​​
8√​6​​​−√​6​​​=7√​6​​​
4√​6​​​−√​16​​​=4√​6​​​−4
'mooie' wortels moet je uitrekenen
√​6​​​=1√​6​​​

Slide 20 - Slide

√ vermenigvuldigen en delen
√​3​​​⋅√​2​​​=√​3⋅2​​​=√​6​​​
​3√​2​​​​​15√​6​​​​​=​3​​15​​⋅​√​2​​​​​√​6​​​​​=5√​3​​​
​√​6​​​​​√​18​​​​​=√​​6​​18​​​​​=√​3​​​
3√​2​​​⋅4√​5​​​=3⋅4⋅√​2⋅5​​​=12√​10​​​

Slide 21 - Slide

√6+√6
A
√12
B
√36
C
2√6
D
6

Slide 22 - Quiz

2√6+√6
A
2√12
B
3√6
C
2√6
D
2√6+√6

Slide 23 - Quiz

3√6+√6
A
4√12
B
4√6
C
3√6+√6
D
6

Slide 24 - Quiz

3√6-√6
A
3√0
B
3√6-√6
C
2√6
D
4√6

Slide 25 - Quiz

√5x√8
A
√40
B
2√10
C
√5x√8
D
√13

Slide 26 - Quiz

√6x√6
A
6
B
√36
C
2√6
D
36

Slide 27 - Quiz

3√6x√5
A
3√30
B
3√11
C
2√6

Slide 28 - Quiz

√ herleiden (kleiner maken)

Als je een wortel herleidt, zoek je naar een 'mooi' getal waardoor je het getal onder de √ kan delen.   

√50 kan je opdelen in √25 en √2 

Dus: √50 = √(25x2) = √25 x √2

√25 =5

Dus: √25 x √2 = 5x √2 = 5√2




Slide 29 - Slide

√ herleiden (kleiner maken)

√500 = √(100x5) = √100 x √5 = 10√5


√150 = √(25x6) = √25 x √6 = 5√6


√1250 = √625 x √2 =  25√2

Slide 30 - Slide

√ herleiden (kleiner maken)

√72 - √18 = (√36 x √2) - (√9 x √2) = 6√2 - 3√2  = 3√2


√75 + √ 48 = (√25 x  √3) + (√16 x √3) = 5√3 + 4√3 = 9√3





​√​3​​​​​2√​48​​​​​=​1​​2​​⋅​√​3​​​​​√​48​​​​​=​1​​2​​⋅√​​3​​48​​​​​=2√​16​​​=2⋅4=8

Slide 31 - Slide

machten





Dit noemen we machtsverheffen
2​4​​=2⋅2⋅2⋅2=16
exponent
grondtal
dit spreek je uit als twee tot de vierde of twee tot de macht vier

Slide 32 - Slide

machten vermenigvuldigen
Als je machten met hetzelfde grondtal vermenigvuldigt,
tel je de exponenten bij elkaar op 


let op: machten met verschillende grondtallen
kan je niet korter schrijven 
2​3​​⋅2​4​​=2⋅2⋅2⋅2⋅2⋅2⋅2=2​7​​
2​2​​⋅3​4​​=2⋅2⋅3⋅3⋅3⋅3=2​2​​⋅3​4​​

Slide 33 - Slide

machten delen
Als je machten met hetzelfde grondtal door elkaar deelt, 
trek je de exponenten van elkaar af 



let op: machten met verschillende grondtallen 
kan je niet korter schrijven 
​2​4​​​​2​7​​​​=​2⋅2⋅2⋅2​​2⋅2⋅2⋅2⋅2⋅2⋅2​​=​1​​2⋅2⋅2​​=2​3​​
​3​4​​​​2​2​​​​=​3⋅3⋅3⋅3​​2⋅2​​=​3​4​​​​2​2​​​​

Slide 34 - Slide

tot de macht nul
Een getal tot de macht nul is áltijd 1 




​2​4​​​​2​4​​​​=​2⋅2⋅2⋅2​​2⋅2⋅2⋅2​​=​1​​1​​=2​0​​=1

Slide 35 - Slide


4​3​​=
A
4⋅3
B
4⋅4⋅4

Slide 36 - Quiz


2​3​​=
A
2⋅3
B
2⋅2⋅2

Slide 37 - Quiz


2​3​​=
A
6
B
8

Slide 38 - Quiz


2​6​​⋅2​4​​=
A
2​10​​
B
2​24​​

Slide 39 - Quiz


4​5​​⋅4​6​​=
A
4​11​​
B
4​30​​

Slide 40 - Quiz


​5​3​​​​5​6​​​​=
A
5​2​​
B
5​3​​

Slide 41 - Quiz


​4​34​​​​4​34​​​​=
A
4​0​​
B
4​1​​

Slide 42 - Quiz


​4​34​​​​4​34​​​​=
A
0
B
1

Slide 43 - Quiz


563792​0​​=
A
0
B
1
C
563792

Slide 44 - Quiz


​28​10​​​​28​10​​​​=
A
0
B
1
C
28

Slide 45 - Quiz

in deze les hebben we behandeld......
...het  kwadraat van een getal uitrekenen
...het kwadraat van een breuk uitrekenen
...de wortel van een getal uitrekenen
...de wortel van een breuk uitrekenen
....wortels optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen
...wortels herleiden
...machten uitrekenen
....machten vermenigvuldigen en delen
  

Slide 46 - Slide

noem twee dingen die je in deze les geleerd hebt

Slide 47 - Open question

noem twee dingen waar je nog (meer) uitleg over wilt

Slide 48 - Open question