Drogredenen (Nederlands vwo), les 3: Terugblik quiz

Een debat tussen leerlingen in een klaslokaal

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Quiz

Terugblik: Drogredenen

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Quiz van 11 vragen over drogredenen voor vwo: herkennen in korte fragmenten, een ingezonden brief met ironie, invullen, een volgorde en een debatscenario. Nieuwe vragen, los van les 1 en 2.

Items in this lesson

Een debat tussen leerlingen in een klaslokaal

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Quiz

Terugblik: Drogredenen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Joshua Olal Believer / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welke drogreden zit hierin?

Sinds er meer wijkagenten rondlopen, zijn er meer aangiftes gedaan. Wijkagenten veroorzaken dus criminaliteit.

A

Overhaaste generalisatie

B

Onjuist beroep op kenmerk of eigenschap

C

Verkeerde vergelijking

D

Onjuist beroep op oorzaak-gevolg

Meer agenten en meer aangiftes treden samen op. Dat agenten criminaliteit veroorzaken volgt daar niet uit: meer agenten leiden tot meer aangiftes zonder dat er meer misdaad hoeft te zijn.

Welke drogreden zit hierin?

Deze opleiding heeft een prachtig gebouw met een eigen café, dus het moet wel een goede opleiding zijn.

A

Overhaaste generalisatie

B

Onjuist beroep op autoriteit

C

Overdrijven van voor- of nadelen

D

Onjuist beroep op kenmerk of eigenschap

Alleen het gebouw en het café tellen mee; kwaliteit van onderwijs, docenten en resultaten worden genegeerd.

Welke drogreden zit hierin?

Ofwel we verhogen de prijzen van het openbaar vervoer, ofwel we schrappen alle bussen. Een derde weg is er niet.

A

Onjuist beroep op oorzaak-gevolg

B

Vals dilemma

C

Verkeerde vergelijking

D

Cirkelredenering

Twee opties worden gepresenteerd en een derde weg wordt uitgesloten.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Tekst 3: Ingezonden brief

(1) Mevrouw Dekker pleit in uw krant voor een autoluwe binnenstad. Zij wil dus dat winkeliers hun klanten kwijtraken en dat ouderen thuis moeten blijven zitten.

(2) Mijn buurman is twee keer beboet voor foutparkeren in een autoluwe zone. Autoluwe zones zijn dus gewoon een manier om burgers geld af te troggelen.

(3) Natuurlijk is mevrouw Dekker een groot kenner van verkeer. Zij gaat immers elke dag op de fiets naar haar werk.

(4) Wie nu niets doet, laat de binnenstad sterven. Denk aan alle winkeliers die hun levenswerk zien verdwijnen en aan de ouderen die nooit meer een bakkerij van binnen zien.

(5) Een binnenstad hoort toegankelijk te zijn voor iedereen, want het is belangrijk dat iedereen de binnenstad kan bereiken.

Eigen tekst voor Examenstof

Impliciet standpunt: tegen een autoluwe binnenstad. Alinea 1 vertekenen, 2 overhaaste generalisatie, 3 persoonlijke aanval via ironie, 4 bespelen van publiek, 5 cirkelredenering.

Welke drogreden zit in alinea 2?

Mijn buurman is twee keer beboet. Autoluwe zones zijn dus gewoon een manier om burgers geld af te troggelen.

A

Onjuist beroep op oorzaak-gevolg

B

Vals dilemma

C

Overhaaste generalisatie

D

Verkeerde vergelijking

Op basis van één buurman wordt een conclusie getrokken over alle autoluwe zones.

Wat is de functie van 'groot kenner' in alinea 3?

Natuurlijk is mevrouw Dekker een groot kenner van verkeer.

A

Ironie: Dekker wordt als onkundig weggezet

B

Een deskundige wordt serieus aangehaald

C

Een beroep op de emoties van lezers

D

Een voorbeeld dat het standpunt steunt

De schrijver bedoelt het tegenovergestelde en valt Dekker aan in plaats van haar argumenten (persoonlijke aanval).

Leg uit waarom alinea 5 een cirkelredenering is.

Modelantwoord (2 punten): het standpunt dat de binnenstad toegankelijk hoort te zijn voor iedereen wordt onderbouwd met 'het is belangrijk dat iedereen de binnenstad kan bereiken', dat in andere woorden hetzelfde zegt. Er wordt geen nieuw argument gegeven.

Welke combinatie van drogredenen is juist?

A

1: persoonlijke aanval; 4: bespelen

B

1: vertekenen; 4: bespelen van publiek

C

1: vertekenen; 4: ontduiken bewijslast

D

1: overdrijven; 4: vertekenen

In alinea 1 wordt het standpunt van Dekker extremer weergegeven dan het is. In alinea 4 wordt een beroep gedaan op emoties van de lezers.

Vul in

Een beroep op autoriteit is onjuist als de bron ondeskundig is, belanghebbend is of zichzelf tegenspreekt in de uitspraken.

ondeskundig
belanghebbend
neutraal
onbekend

De drie gronden uit Bijlage 4.

Zet de onderdelen van een goed antwoord op volgorde

1

Leg uit waarom het schema onjuist is gebruikt

2

Noem het standpunt of het argument in de alinea

3

Benoem de drogreden met de juiste term

4

Onderbouw met een gegeven uit de tekst

Opbouw van een open antwoord: eerst wat er staat, dan term, dan uitleg, dan bewijs.

Je bereidt een debat voor. Hoe ga je met een drogreden om?

A

Herhaal de drogreden in eigen woorden

B

Ga er niet op in en spreek harder

C

Val de spreker persoonlijk aan

D

Benoem de fout en vraag om een echt argument

In een discussie benoem je de fout en vraag je om een deugdelijk argument. Een persoonlijke aanval is zelf een drogreden.

Welke drogreden zit hierin?

Een universiteit moet werken als een restaurant. Een restaurant bedient klanten, dus een student is een klant die altijd gelijk heeft.

A

Verkeerde vergelijking

B

Onjuist beroep op oorzaak-gevolg

C

Overhaaste generalisatie

D

Onjuist beroep op kenmerk of eigenschap

Een student is geen klant in een restaurant: de relatie, het doel en de wederzijdse verplichtingen verschillen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Goed gedaan!

Je herkent nu drogredenen ook als ze verpakt zijn in ironie of een impliciet standpunt. Kijk de vragen terug die je fout had en zoek de term op in les 1.

This item has no instructions