Oefenvragen Retailmarketing

Oefenvragen Retailmarketing
Test je kennis!
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Marketing & CommunicatieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Oefenvragen Retailmarketing
Test je kennis!

Slide 1 - Slide

Benoem de 6 P's van de retailmarketing.

Slide 2 - Open question

Uit welke onderdelen bestaat de winkelformule?
A
Doelgroep, Marktpositie, Assortiment
B
Doelgroep, Retailmix, Consumentenbehoefte
C
Doelgroep, Marktpositie, Marketingstrategie

Slide 3 - Quiz

Geef een voorbeeld van een massamedium.

Slide 4 - Open question

Onder welke P uit de retailmix valt het assortimentsbeleid?
A
Promotie
B
Plaats
C
Prijs
D
Product

Slide 5 - Quiz

Artikelsoort
Assortiment
Assortimentsgroep
Artikelgroep

Slide 6 - Drag question

Wat voor een type assortiment heeft Action?
A
Breed en diep
B
Breed en ondiep
C
Smal en diep
D
Smal en ondiep

Slide 7 - Quiz

Geef aan van welke dimensie van assortiment hier sprake is:
Van iedere soort behang moeten minimaal 20 stuks op voorraad zijn.
A
Breedte
B
Diepte
C
Lengte
D
Consistentie

Slide 8 - Quiz

Geef aan van welke dimensie van assortiment hier sprake is:
Naast behang, kunststof en houten schrootjes en muurverf worden er
ook gordijnen in de bouwmarkt verkocht.
A
Breedte
B
Diepte
C
Lengte
D
Consistentie

Slide 9 - Quiz

In een supermarkt staat bio de karnemelk vlak bij de bio melk. Hoe noem je deze
vorm van verwantschap?
A
Productie
B
Koop
C
Consumptie
D
Merk

Slide 10 - Quiz

Geef een voorbeeld van een follow-up artikel van een koffiezetapparaat?

Slide 11 - Open question

Hoe wordt het afstoten van artikelen en op deze wijze weer gezond
maken van je assortiment genoemd?
A
Pareto-principe
B
Trading up
C
Sanneren
D
Trading down

Slide 12 - Quiz

Bij welke prijsstrategie bereken je de verkoopprijs door de inkoopprijs te
verhogen met een winstopslag?
A
Assortimentsprijsstrategie
B
Concurrentie georiënteerde
C
Consument georiënteerde
D
Kosten georiënteerde

Slide 13 - Quiz

De ene klant vindt een nieuwe lijn lampen goedkoop, de andere vindt ze
nog steeds duur. Waarmee heeft dit te maken?
A
Prijsperceptie
B
Prijsacceptatie
C
Prijsdrempel
D
Prijsgevoeligheid

Slide 14 - Quiz

Geef een voorbeeld van een psychologische prijs

Slide 15 - Open question

Wat wordt met ‘loss-leader pricing’ bedoeld?
A
Dat de marktleider de prijs bepaalt
B
Het afprijzen van slecht lopende artikelen
C
Het aanbieden van een artikel als lokartikel met een negatieve marge

Slide 16 - Quiz

Bij de introductie van een nieuw product gaat een hoge introductieprijs in
fasen over naar een relatief lage prijs. Hoe noem je dit?
A
Penetratieprijsstrategie
B
Assortimentsprijsstrategie
C
Volle-kassa beleid
D
Afroomprijsstrategie

Slide 17 - Quiz

Wat is een ander woord voor winkellay-out?
A
Schappenplan
B
Routing
C
Winkelindeling

Slide 18 - Quiz

Wat is reclame?
A
Aanbiedingen in een winkel
B
Verkoop van één of enkele artikelen stimuleren
C
Boodschap voor grote groep mensen
D
Promotie

Slide 19 - Quiz

Binnen welke winkelformule is persoonlijke verkoop een belangrijk promotie-instrument?
A
Prijsdistributie
B
Servicedistributie

Slide 20 - Quiz

Wat is het doel van public relations?
A
Afzet van een product verhogen
B
Product bekend maken
C
Ideëele doelen steunen
D
Je imago overbrengen aan het publiek

Slide 21 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een PR-activiteit?
A
Aantrekken van goed personeel
B
Verspreiden van een persbericht
C
Reclame maken op plaats van verkoop
D
Inkopen afstemmen op consumentenwens

Slide 22 - Quiz

Een webwinkel in bloembollen adverteert op de website van Libelle. Wat
voor vorm van online-marketing is dit?
A
Affiliate-marketing
B
Branding
C
SEA
D
SEO

Slide 23 - Quiz

Volgens de Wet Koop op afstand heeft een consument bedenktijd. Hoeveel dagen zijn dit?
A
7
B
14
C
21
D
30

Slide 24 - Quiz

Een consument loopt in hoog tempo door de supermarkt. Hij houdt heel even in bij de aanbieding, maar kiest toch voor zijn vaste merk chips. Welke fase in het aankoopproces herken je?
A
Aankoopbeslissing
B
Evalueren alternatieven
C
Informatie zoeken
D
Probleemherkenning

Slide 25 - Quiz

Een nieuwe bank is een voorbeeld van een:
A
Convenience good
B
Shopping good
C
Specialty good
D
Preference good

Slide 26 - Quiz

Welk gedrag vertoon de consument voor de aankoop?
A
Aankoopgedrag
B
Communicatiegedrag
C
Consumentengedrag
D
Gebruiksgedrag

Slide 27 - Quiz