4H 2021 H5 zouten en molariteit wk 2 les 3

molariteit
SK 4H @ LPM
1 / 15
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

molariteit
SK 4H @ LPM

Slide 1 - Slide

ik kon de huiswerkopgaven van blz 25 en 26 van het groene boekje...
A
prima maken zonder hulp
B
wel maken, maar ik heb de uitwerkingen wel nodig
C
ik heb de uitwerkingen nodig en kom er dan meestal nog niet uit
D
ik heb ze niet gemaakt

Slide 2 - Quiz

3b (twee-staps sommetjes)
hoeveel gram NaCl moet je oplossen als je een oplossing van 
2,66*10-2 M wil hebben, met een volume van 2,50 L?
stap 1: mol --> gram                               stap 2:   mol/L --> mol/2,50 L




x = 58.44*2,66*10-2 = 1.55 gram                            x = 1.55*2.5 = 3.89 gram 
mol NaCl
1
2,66*10-2
g
58.44
x
g
1.55
x
L
1
2.5

Slide 3 - Slide

nu zelf: hoeveel gram NaCl moet je oplossen als je een oplossing van 0.15 M wil hebben, met een volume van 250 mL?

Slide 4 - Open question

zelf gedaan
hoeveel gram NaCl moet je oplossen als je een oplossing van 
0.15 M wil hebben, met een volume van 0.250 L?
stap 1: mol --> gram                               stap 2:   mol/L --> mol/0.250 L




x = 58.44*0.15 =  8.77 gram                            x = 8.77*0.250 = 2.2 gram
mol NaCl
1
0.15
g
58.44
x
g
877
x
L
1
0.250

Slide 5 - Slide


als je 0.65 mol Ba(OH)2 oplost in 1.0 L water, 
wat is dan [Ba2+] en wat is [OH-] in mol/L?
A
[Ba2+] = 0.65 M [OH-] = 0.65 M
B
[Ba2+] = 0.65 M [OH-] = 1.3 M
C
[Ba2+] = 0.65 M [OH-] = 2.0 M
D
[Ba2+] = 1 M [OH-] = 2 M

Slide 6 - Quiz

geef de oplosvergelijking van het oplossen van ijzer(II)chloride in water:
+
FeCl2 (s)
Fe2+ (aq)
Cl- (aq)
2
-->

Slide 7 - Drag question

oplossen en indampen!
vergelijkingen zijn handig als je molverhoudingen wil weten bij berekenen van molariteit van ionen
FeCl2 (s) --> Fe2+ (aq) + 2 Cl- (aq)
FeCl2 (s) --> Fe2+ (aq) + 2 Cl- (aq)
1               :          1     :    2

Slide 8 - Slide

mengen en molariteit
als je twee oplossingen bij elkaar doet, verandert de concentratie van de deeltjes, omdat het volume verandert.

Slide 9 - Slide

mengen...
opdracht: je voegt 0,5 L van een 0,25 M NaCl oplossing bij
0,25 L van een 0,30 M NaCl oplossing.
       Wat is de [Na+] in mol per liter van de nieuwe oplossing?
zelf uitrekenen, foto uploaden op volgende slide

Slide 10 - Slide

rekenvraag, neem de tijd, maak een foto van je werk en load up:
opdracht: je voegt 0,5 L van een 0,25 M NaCl oplossing bij
0,25 L van een 0,30 M NaCl oplossing.
Wat is de [Na+] in mol per liter van de nieuwe oplossing?

Slide 11 - Open question

oplossing
totaal mol bij elkaar = A + B =
 0.125 + 0.075 = 0.20 mol Na+

totaal volume = 0.5 + 0. 25 L = 0.75 L
molariteit = 0.20 / 0.75 L =
 0.27 mol/L = [Na+]
mol (A)
0.25
x = 0.125
liter
1
0.5
mol (B)
0.30
x = 0.075
liter
1
0.25
In A zit: 
0.25*0.5 = 0.125 mol Na+
In B zit:
0.30*0.25 = 0.075 mol Na+

Slide 12 - Slide

zelf aan de slag
maak opg 6 van blz 26 groene boekje
en meng-opgaven in HW voor volgende les (pdf).
als je daar feedback op wil, de opdracht staat in deze les 
lever je werk dan in op de volgende slides

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

geef hier de antwoorden op de afsluitende opdracht 'molariteit en mengen'

Slide 15 - Open question