DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Examentraining
Duurzame ontwikkeling: zo pak je examenvragen aan
DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Examentraining
Duurzame ontwikkeling: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Geographer / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een situatie met energie, voedsel of een schadelijke stof de juiste begrippen gebruiken en mijn antwoord onderbouwen.
This item has no instructions
DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: gaat de situatie over energie, voedselproductie of een stof in een voedselketen?
2. Kies: welk begrip past: hernieuwbaar, persistent, accumulatie of resistent?
3. Gebruik: haal gegevens uit de tekst of de tabel en neem ze op in je antwoord.
4. Schrijf: een antwoord met een oorzaak en een gevolg, bijvoorbeeld met omdat of daardoor.
This item has no instructions
DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Vraagtype 1: accumulatie uit gegevens
Verzonnen gegevens over een persistente stof in een zeevoedselketen (mg per kg lichaamsgewicht):
Fytoplankton 0,2, zoöplankton 1,0, haring 8 en zeehond 40.
Lees af hoe de concentratie verandert van schakel naar schakel.
Verklaar: de stof wordt niet afgebroken of uitgescheiden en elk dier eet veel prooidieren.
This item has no instructions
Haring: 8 mg per kg, zeehond: 40. Hoeveel keer zo hoog is dat in de zeehond?
8 keer
32 keer
48 keer
5 keer
40 gedeeld door 8 is 5. Verwachte fout: 32 kiezen (het verschil) of 48 (de som) in plaats van te delen.
Waarom hoopt de stof zich op in zeehonden?
Een goed antwoord: de stof is persistent en wordt niet afgebroken of uitgescheiden, en een zeehond eet veel haringen die elk al een hoge concentratie hebben. Verwachte fout: alleen zeggen dat de zeehond de stof inademt of dat zeehonden langer leven.
DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Vraagtype 2: resistentie verklaren
Variatie: door mutatie zijn enkele individuen toevallig resistent.
Selectie: het middel doodt de gevoelige individuen, de resistente overleven.
Voortplanting: de resistente individuen krijgen nakomelingen.
Het middel veroorzaakt de resistentie niet. Het selecteert alleen.
This item has no instructions
Zet op volgorde: hoe ontstaat resistentie tegen een insecticide
Eerst variatie door mutatie, dan selectie door het middel, dan voortplanting, dan een veranderde populatie. Verwachte fout: de mutatie na het spuiten plaatsen, alsof het middel de resistentie veroorzaakt.
Een boer spuit elk jaar hetzelfde middel tegen onkruid. Wat beperkt resistentie?
Middelen afwisselen en minder vaak spuiten
Vaker spuiten met hetzelfde middel
Alleen nog afbreekbare middelen gebruiken
Het middel in één keer in hoge dosis geven
Afwisselen en minder spuiten geeft minder selectiedruk voor één resistent allel. Vaker of hoger doseren versterkt de selectie. Verwachte fout: kiezen voor afbreekbare middelen. Dat voorkomt accumulatie, maar niet resistentie.
DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Vraagtype 3: argumenten en afwegen
Een wetenschappelijk argument rust op metingen of biologische kennis.
Een normatief argument gaat over wat goed of fout is, of wat we belangrijk vinden.
Een persoonlijke opvatting is wat jij vindt, bijvoorbeeld uit gewoonte of smaak.
Bij beargumenteren geef je een argument en leg je uit waarom het geldt.
This item has no instructions
Welke uitspraak is een wetenschappelijk argument voor biologische landbouw?
Boeren horen de natuur met rust te laten
Biologisch eten is gewoon beter voor iedereen
Er komen minder synthetische middelen in de voedselketen
Een eerlijke teler spuit nooit iets op het gewas
Het goede antwoord is een gevolg dat je kunt meten. De andere antwoorden zijn normatief of een persoonlijke opvatting. Verwachte fout: de uitspraak over wat goed is voor iedereen kiezen.
Beargumenteer: is een windpark duurzaam?
Elk antwoord met argument en uitleg is goed. Voor: windenergie is hernieuwbaar en het opwekken geeft geen koolstofdioxide. Tegen: een windpark kost ruimte en kan vogels en vleermuizen verstoren. Verwachte fout: alleen ja of nee zonder reden, of een mening zonder biologisch argument.
Een lieveheersbeestje bij bladluizen op een plant
DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Vraagtype 4: een duurzame maatregel kiezen
Noem eerst de maatregel en leg dan uit waarom die duurzaam is.
Energie: kies een hernieuwbare bron of bespaar energie.
Voedsel: kies minder bestrijdingsmiddelen of natuurlijke vijanden.
Gebruik begrippen als hernieuwbaar, afbreekbaar, persistent of resistent.
Image credit: Alehandra13 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een kweker heeft last van witte vlieg in de kas. Welke maatregel is duurzaam?
Een persistent insecticide spuiten
Het insecticide in hogere dosis gebruiken
Sluipwespen uitzetten die witte vlieg doden
Meer kunstmest aan de planten geven
Sluipwespen zijn natuurlijke vijanden: geen middel dat ophoopt en geen resistentie. Een persistent middel kan accumuleren, een hogere dosis verhoogt de selectie op resistentie. Verwachte fout: kiezen voor een hogere dosis omdat het sneller werkt.
Waarom is afbreekbare verpakking duurzamer?
Reducenten breken het materiaal af, dus er blijft geen afval achter en de grondstoffen komen terug in de kringloop. Verwachte fout: zeggen dat het materiaal sneller kapot gaat zonder reducenten of kringloop te noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Accumulatie uit gegevens verklaren
Resistentie verklaren
Argumenten onderscheiden en afwegen
Een duurzame maatregel kiezen
Bespreek het vraagtype dat de meeste stemmen krijgt kort na met een voorbeeld.
DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL
Tips voor op het examen
Persistent en accumulatie horen samen: eerst wordt de stof niet afgebroken, daardoor hoopt ze zich op.
Bij resistentie: noem altijd variatie, selectie en voortplanting. Het middel maakt niets resistent.
Bij een tabel: reken de verhouding uit door te delen en schrijf de eenheid erbij.
Bij beargumenteren: geef een argument en leg uit waarom het geldt, liefst met een voor en een tegen.
This item has no instructions