Dag 2 Voorraad

Welkom bij Business Services
WELKOM BIJ
BUSINESS SERVICES
1 / 31
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom bij Business Services
WELKOM BIJ
BUSINESS SERVICES

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

🔧Verricht ondersteunende werkzaamheden in de zakelijke dienstverlening
🧹Werkproces 1: Voert facilitaire werkzaamheden uit
📦Werkproces 2: Voert logistieke werkzaamheden uit

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

🧹P1-K1-W1: Facilitaire werkzaamheden uitvoeren
🛠️ Wat je doet
Je zorgt dat ruimtes netjes en veilig zijn. Je controleert of alles werkt, let op gevaarlijke situaties en meldt bijzonderheden aan je leidinggevende.

📈 Wat levert het op
Ruimtes en apparaten zijn klaar voor gebruik. Bezoekers en collega’s kunnen veilig werken of vergaderen.

Hoe je werkt
Je volgt de veiligheidsregels, gebruikt spullen zorgvuldig en werkt netjes. Je reageert snel als er iets mis is en je meldt duidelijk wat je hebt gedaan.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

📦P1-K1-W2: Logistieke werkzaamheden uitvoeren
🛠️ Wat je doet
Je telt en controleert de voorraad. Je bestelt spullen als dat nodig is, ontvangt leveringen en zorgt dat alles op de juiste plek komt.

📈 Wat levert het op
De voorraad is op orde. Alles wat nodig is, is op tijd aanwezig en goed opgeslagen.

Hoe je werkt
Je werkt precies, houdt lijsten bij en volgt de afspraken van het bedrijf. Je meldt tekorten en zorgt dat spullen netjes worden opgeslagen.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

🔧Verricht ondersteunende werkzaamheden in de zakelijke dienstverlening
Werkproces 1: Voert facilitaire werkzaamheden uit
🧹 Examenopdracht 1 – Ruimte gebruiksklaar maken
🔧 Examenopdracht 2 – Onderhoud uitvoeren
⚠️ Examenopdracht 3 – Storing oplossen
🔍 Examenopdracht 4 – Controle van faciliteiten en veiligheid

Werkproces 2: Voert logistieke werkzaamheden uit
📦 Examenopdracht 1 – Tekorten in voorraad signaleren
📑 Examenopdracht 2 – Goederen controleren met pakbon
🗂️ Examenopdracht 3 – Goederen opslaan

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

DEZE LES
  1. Je bent op tijd in de les.
  2. Je neemt een eigen device mee naar mijn les.
  3. Je maakt opdrachten en levert deze op tijd in.
  4. Jas uit, pet/muts etc. af.
  5. In het lokaal mag je alleen water drinken, niet eten.
  6. Telefoons op zacht en in je tas (niet in je zak).
Je kunt van de gevraagde artikelen aangeven hoeveel er op voorraad zijn en de voorraad op de juiste manier opslaan.
TOT UW DIENST!
DAG 02
VOORRAAD

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat gebeurt er als de sportdrank op is tijdens een drukke avond?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Onderdelen goederenstroom
  1. 🔍 Inventariseren – Tellen wat er is.
  2. 📞 Bestellen – Nieuwe spullen aanvragen.
  3. 📦 Ontvangen – Levering aannemen en controleren.
  4. 🗄️ Opslag – Spullen netjes opbergen.
  5. 🏋️‍♂️ Uitgifte – Spullen gebruiken of uitdelen.
  6. ✍️ Verwerken van goederen – Alles opschrijven in het systeem.
  7. 🚚 Verzenden van goederen – Spullen naar een andere plek sturen.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

🔍Inventariseren van voorraad
Waarom is het goed om niet te veel voorraad te hebben?
🏢 Je hebt minder ruimte nodig in het magazijn.
🥗 Producten bederven minder snel.
🆕 Spullen blijven langer nieuw en raken minder snel oud.
🔒 Er is minder kans op schade of diefstal.

Tellen voorraad       
📊 Dit noemen we ook wel ‘balansen’: controleren of de voorraad klopt.  

Waarom klopt de voorraad soms niet?
🖊️ Er is een fout gemaakt in de administratie.
❌ Er is iets kapot gegaan of gestolen. Dit noemen we derving.
🔍 Iemand heeft verkeerd geteld bij het controleren van de voorraad.



📉 Wat is minimumvoorraad?
Is het kleinste aantal producten dat je op voorraad wilt hebben.

📈 Wat is maximumvoorraad?
Is het grootste aantal producten dat je op voorraad wilt hebben.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

🔍Inventariseren van voorraad
Waarom is het belangrijk om de voorraad te controleren?
✔️ Je weet of de voorraad klopt. 🔍
✔️ Je ontdekt fouten op tijd. ❌
✔️ Voorraad kost geld. 💰 (niet te veel, maar ook niet te weinig)


Hoe ontstaan fouten in de voorraad?
🖊️ Iemand vergeet op te schrijven dat spullen zijn meegenomen.
📄 Er wordt iets verkeerd opgeschreven in de administratie.
🔄 Spullen die worden teruggebracht, worden niet opnieuw in de voorraad gezet.



Slide 10 - Slide

This item has no instructions

📞Bestellen van goederen
📉 Bestellen bij te weinig voorraad
Als de voorraad onder het minimum komt, moet je nieuwe spullen bestellen.

📢 Doorgeven wat nodig is
Je geeft op tijd door welke spullen nodig zijn. Zo kan er op tijd besteld worden.

🤝 Vaste leverancier
Meestal bestel je bij dezelfde leverancier. Dat is duidelijk en makkelijk.

📝 Bestellijst gebruiken
Op een bestellijst schrijf je wat je nodig hebt. Zo vergeet je niets.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

📦Ontvangen van goederen
📄 Vrachtbon of vrachtbrief
Dit is het papier waarop staat wat er geleverd is.

🔍 Controle: Je kijkt of alles klopt.
     ✅ Kwaliteit: Zijn de spullen heel en goed?
     🔢 Kwantiteit: Zijn het er genoeg?

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

📦Ontvangen van goederen
🖊️ Opschrijven als er iets niet klopt
Zie je een fout? Schrijf dit op in het logboek of voorraadboek.

📦 Manco
Een product staat wel op de pakbon, maar is niet geleverd.

🔄 Emballage (statiegeld)
Voor lege kratten of flessen krijg je soms geld terug.

💳 Creditnota
Is er iets fout gegaan? Dan krijg je soms geld terug van de leverancier.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

🌞❄️ Spullen die je alleen in een bepaald seizoen gebruikt.
🏋️‍♂️ Spullen die je verkoopt of gebruikt voor je diensten.
➕ Spullen die je extra hebt voor noodgevallen.
📦 Spullen die je vaak nodig hebt en snel wilt pakken.

Slide 16 - Drag question

✅ Grijpvoorraad
📦 Spullen die je vaak nodig hebt en snel wilt pakken.
Voorbeeld: schoonmaakdoekjes, pennen.

✅ Seizoensvoorraad
🌞❄️ Spullen die je alleen in een bepaald seizoen gebruikt.
Voorbeeld: zonnebrand in de zomer, handschoenen in de winter.

✅ Productvoorraad
🏋️‍♂️ Spullen die je verkoopt of gebruikt voor je diensten.
Voorbeeld: sportdrankjes, proteïnepoeder.

✅ Extra voorraad
➕ Spullen die je extra hebt voor noodgevallen.
Voorbeeld: reservehanddoeken, extra schoonmaakmiddel.
🗄️Opslag van goederen
🏢 Magazijn
Hier worden spullen droog en veilig bewaard.

❄️ Koeling
Voor producten die koel moeten blijven, zoals zuivel.

🧊 Vriezer
Voor diepvriesproducten, zoals vlees of ijs.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

🗄️Opslag van goederen
FIFO (First In, First Out)
🔄 Wat het eerst binnenkomt, gaat er ook het eerst weer uit.
➜ Zo voorkom je dat producten bederven.

LIFO (Last In, First Out)
🔄 Wat het laatst binnenkomt, wordt het eerst gebruikt.
➜ Dit gebeurt soms bij spullen die niet snel bederven.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

🗄️Opslag van goederen
📍 Vast systeem
Elk product heeft een vaste plek in het magazijn.
➜ Je weet precies waar alles ligt. Dat werkt snel en overzichtelijk.

🔄 Vrij systeem
Producten kunnen op elke plek worden neergezet.
➜ Je hebt meer vrijheid, maar je moet goed bijhouden waar alles staat.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

🏋️‍♂️Uitgifte van goederen
📦 Uitgifte betekent
Spullen worden uit het magazijn gehaald om ergens anders te gebruiken.

🖇️ Voor kantoor: Papier, pennen, cartridges.
Voor de kantine: Koffie, bekers, schoonmaakmiddelen.

➜ Belangrijk: Deze spullen worden niet verkocht, maar gebruikt binnen het bedrijf.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

De inkt in de printer is op.
Wat moet je nu kopen?
A
Cartridge
B
Fineliner
C
Printpapier
D
Perforator

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Je moet een paar pagina’s leren voor een toets. Je wilt de belangrijkste tekst een kleur geven. Waarmee kan je dat het beste doen?
A
Balpen
B
Fineliner
C
Markeerstift
D
Tipp-ex

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Je wilt papieren in een mapje bewaren. Er mogen geen gaatjes gemaakt worden in het papier.
Welk mapje kan je het beste gebruiken?
A
Insteekhoes
B
Ordner
C
Snelhechter
D
Perforator

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel fineliners zijn er nog op voorraad?
A
5 fineliners
B
10 fineliners
C
15 fineliners
D
20 fineliners

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het artikelnummer van dit artikel?
A
100
B
797403
C
1995561
D
Staat er niet bij.

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe je in de voorraadadministratie?
A
Het verwerken van gereserveerde artikelen.
B
Het bestellen van kantoorartikelen.
C
Het verwerken van persoonsgegevens.
D
Her verwerken van financiële gegevens.

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Welk kledingstuk verkoopt Leef je uit niet?
A
T-shirt korte mouw
B
Trainingspak
C
T-shirt lange mouw
D
Vesten

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent de gele stip in de voorraadadministratie?
A
Er is te weinig voorraad.
B
Er is voldoende voorraad.
C
Er is precies genoeg voorraad.
D
Het artikelen dat door klanten is gereserveerd.

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions