H1.4 Spanning en stroomsterkte

H1.4 Elektriciteit & Elektriciteit in huis
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 4

This lesson contains 31 slides, with text slides and 1 video.

Report this lesson

Items in this lesson

H1.4 Elektriciteit & Elektriciteit in huis

Slide 1 - Slide

T1-3    Planning H1 Elektriciteit
wk 40   H1.1 + H1.2 Elektriciteit (H1.2 4de)
wk 40   H1.3 Elektrische apparaten (H5.2 3de)
wk 40   H1.4 Spanning en stroomsterkte (H5.3 3de)
wk 41   H1.5 Weerstanden (H5.4 3de)
wk 41   H1.6 Serie en parallel (H5.1 3de)
wk 43   H1.7+H1.8 Elektromagneten (H1.3 4de)
wk 43   H1.9 Elektronische schakelingen (H1.4 4de)
wk 44   Oefentoets + Bespreken (27 okt)
wk 45   Schoolexamen (2 nov)

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

T4       Planning H1 Elektriciteit
wk 41   H1.1 + H1.2 Elektriciteit (H1.2 4de)
wk 41   H1.3 Elektrische apparaten (H5.2 3de)
wk 43   H1.4 Spanning en stroomsterkte (H5.3 3de)
wk 43   H1.5 Weerstanden (H5.4 3de)
wk 44   H1.6 Serie en parallel (H5.1 3de)
wk 44   H1.7+H1.8 Elektromagneten (H1.3 4de)
wk 45   H1.9 Elektronische schakelingen (H1.4 4de)
wk 46   Oefentoets + Bespreken (11 nov)
wk 47   Schoolexamen (18 nov)

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Vandaag
Herhaling H1.4 Spanning en stroomsterkte

Instructie H1.5 Weerstanden

Slide 8 - Slide

Formules H5 (3de jaar)
P = U x I
Kosten E = E x kWh-prijs
E = P x t
Rendement = Enut/Etot x 100%
C = I x t
U = I x R 
Rv,serie = R1 + R2 + ..
Rv,par = (R1 x R2) : (R1 + R2) 
P = Vermogen      [W]  of [kW]
U = Spanning       [V]
I = Stroomsterkte [A]
kWh-prijs =  € 0,25
E = Energie         [J]   of [kWh]
t = Tijd                 [s]   of   [h]
rendement           [%]
C = capaciteit       [Ah] (t in uur!)
R = Weerstand    [Ω]
Rv = vervangingsweerstand [Ω]

Slide 9 - Slide

P = U x I
P = vermogen             in watt (W)
U = spanning              in volt (V)
I = stroomsterkte      in ampère (A)

  • De batterij heeft een spanning van 6 V                                                                       en een stroomsterkte van 2 A. Hoe groot                                                                         is het het vermogen van dit lampje?




De hoeveelheid elektrische energie die een apparaat per seconde verbruikt
Een maat voor de hoeveelheid elektrische energie die de stroom met zich mee draagt. De eenheid van spanning is volt (V)

Slide 10 - Slide

Energieverbruik


E = P x t
E = energieverbruik   [J]      [kWh]
P = vermogen           [W]      [kW]
t = tijd                        [s]         [h]

Slide 11 - Slide

kWh-prijs
Energiebedrijven hanteren een kWh-prijs voor de geleverde energie => hier moet je mee kunnen rekenen!!!

Energiekosten = Energie x kWh-prijs
              [€]              [kWh]     [€ per kWh] 

Slide 12 - Slide

Energie-
omzettingen
Een energieomzetting kan je in een energiestroomdiagram weergeven.

Rendement = η



Slide 13 - Slide

Formules H1Elektriciteit
P = U x I
Kosten E = E x kWh-prijs
E = P x t
C = I x t
U = I x R 
Rv,serie = R1 + R2 + ..
Rv,par = (R1 x R2) : (R1 + R2) 
P = Vermogen     [W]  of [kW]
U = Spanning      [V]
I = Stroomsterkte [A]
kWh-prijs =  € 0,25
E = Energie         [J]   of [kWh]
t = Tijd                 [s]   of   [h]
Rendement          [%]
C = capaciteit       [Ah] (t in uur!)
R = Weerstand    [Ω]
Rv = vervangingsweerstand [Ω]

Slide 14 - Slide

Leerdoelen H1.4
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:
  

  • beschrijven wat een stroomkring is;
  • uitleggen hoe je spanning en stroomsterkte kunt meten en 
     hiermee rekenen
  • uitleggen wat de capaciteit van een batterij is en hiermee rekenen
  • een schakelschema maken


Slide 15 - Slide

Stroomkringen
Open stroomkring
Gesloten stroomkring

Slide 16 - Slide

Spanning en stroomsterkte
Een elektrische schakeling of een stroomkring bevat een spanningsbron, een elektrisch apparaat en verbindingsdraden. 

Het elektrische apparaat werkt als er een  gesloten stroomkring is.

Slide 17 - Slide

Spanning en stroomsterkte
Als je schakelingen gaat tekenen, moet je de symbolen kennen. 




Tabel 14

Slide 18 - Slide

Stroomsterkte
Is het aantal elektronen die door de stoomkring lopen 




"I" is het symbool voor stroomsterkte
De eenheid is ampère (A)

Stroommeter (ampèremeter) meet je de hoeveelheid stroom 
Spanning
De spanning van de spanningsbron bepaalt hoeveel energie de spanningsbron kan leveren.

 


Het symbool voor spanning is U.
De eenheid is in volt (V).

Spanning meet je met een voltmeter 


Slide 19 - Slide

Ampèremeter (stroommeter)

Slide 20 - Slide

Voltmeter

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Capaciteit
De capaciteit van een batterij geeft aan hoeveel energie er in opgeslagen kan worden. 

En daar hoort ook weer een formule bij!!



 

Slide 23 - Slide

Capaciteit
Capaciteit = stroomsterkte x tijd

Grootheid
Symbool
Eenheid
Afkorting
Capaciteit
C
Ampère-uur
Ah
Tijd
t
Uur
h
Stroomsterkte 
I 
Ampère 
A
C = I x t

Slide 24 - Slide

Een batterij in een afstandsbediening gaat 
251 uur mee. 
De afstandsbediening werkt op 18,2 mA. 
Bereken de capaciteit van de batterij in Ah.

Gegevens:    
  • I = 18,2 mA = 0,0182 A
  • t = 251 uur
Gevraagd:   
  • C = ? Ah
Formule:      
  • C = I x t
Berekening/antwoord:  
  • C = 0,0182 x 251 = 2,568 Ah
  • De capaciteit is 2,6 Ah 
  • (C = 18,2 x 251 = 2568 mAh)
                

Slide 25 - Slide

Formules H5 (3de jaar)
P = U x I
Kosten E = E x kWh-prijs
E = P x t
Rendement = Enut/Etot x 100%
C = I x t
U = I x R 
Rv,serie = R1 + R2 + ..
Rv,par = (R1 x R2) : (R1 + R2) 
P = Vermogen      [W]  of [kW]
U = Spanning       [V]
I = Stroomsterkte [A]
kWh-prijs =  € 0,25
E = Energie         [J]   of [kWh]
t = Tijd                 [s]   of   [h]
rendement           [%]
C = capaciteit       [Ah] (t in uur!)
R = Weerstand    [Ω]
Rv = vervangingsweerstand [Ω]

Slide 26 - Slide

En nu aan de slag...

Lees online H1.4 Spanning en stroomsterkte
Maak online H1.4 Begrijpen en Beheersen

Klaar:
Controleer je huiswerk => van fouten maken leer je


Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Proef 2: De stroomsterkte en spanning meten
  1. Lees het practicum goed door
  2. Je werkt in groepjes van 2 personen (door groepjesmaker som)
  3. Bouw de opstelling zoals hieronder
  4. Meet de stroomsterkte en spanning en maak de vragen!


Slide 29 - Slide

Conclusie!!!
3. Maakt het uit waar je de stroommeter in de stroomkring plaats?
  • Nee, stroomsterkte bij serie is overal gelijk
5. Maakt het uit voor de stroomsterkte en de spanning of je 1 of 2 lampjes hebt aangesloten?
  • De spanning wordt verdeeld => spanning 2,5 V per lampje
  • De stroomsterkte is lager =>  Itot = Utot : Rtot  (Omdat de weerstand groter wordt)
Extra opdracht
7. Maakt het uit voor de stroomsterkte en de spanning of de lampjes in serie of parallel zijn aangesloten?
  • Bij parallel blijft de spanning gelijk => 5 V
  • De stroomsterkte is hoger => omdat weerstand afneemt (extra pad)

Slide 30 - Slide

En nu aan de slag...
Lees H5.3 van het leerboek goed door (p. 113 - beheersen)
Maak opgaven 14 t/m 23 (p. 115 - Beheersen)

Klaar:
Controleer de opgaven!!!
Ga aan de slag in Learnbeat (zelf oefenen of plusvragen)

Slide 31 - Slide